Art. 7.64 Regeling toelatingseisen, Driewielige motorrijtuigen met een ledige massa van niet meer dan 400 kg in gebruik genomen vóór 1 april 1990
De reminrichting moet bestaan uit twee remmen en moet voldoen aan de volgende eisen:
a. één rem moet op ten minste twee wielen werken, waarbij de beremde wielen zich symmetrisch aan weerszijden van het driewielig motorrijtuig moeten bevinden;
b. één rem moet rechtstreeks werken op één of meer met de wielen verbonden remschijven of remtrommels zonder tussenkomst van tandwielen;
c. beide remmen moeten onafhankelijk van elkaar doelmatig werken;
d. op elk wiel van het driewielig motorrijtuig moet ten minste één van de remmen werken.