Art. 7.61 Regeling toelatingseisen, Driewielige motorrijtuigen in gebruik genomen na 31 maart 1990 doch vóór 1 april 1995
De parkeerrem moet het driewielig motorrijtuig op een helling van 16% in beide richtingen in stilstand kunnen houden. Hieraan wordt voldaan indien de remvertraging, uitgaande van een aanvangssnelheid van 15 km/h, en een kracht op de hefboom van de parkeerrem van niet meer dan 400 N, op een droge of nagenoeg droge en ongeveer horizontaal liggende weg, ten minste 1,2 m/s² bedraagt en de rem ook in achterwaartse richting functioneert.