Art. 7.38 Regeling toelatingseisen, Bedrijfsauto's in gebruik genomen na 30 september 1971 doch vóór 1 oktober 1975

Regeling toelatingseisen

1. Bedrijfsauto's voorzien van een inrichting waarop de druklucht- of vacuümreminrichting voor een aanhangwagen kan worden aangesloten, moeten voorzien zijn van voorraadreservoirs met zodanige afmetingen hebben, dat na “x” volledige remmingen de druk in de voorraadreservoirs nog ten minste de helft van de oorspronkelijke waarde van de bedrijfsdruk bedraagt.

2. De proef, bedoeld in het eerste lid, moet worden uitgevoerd met stilstaande motor. De factor “x” bedraagt:

a. 12, bij een éénleiding-drukluchtremsysteem;

b. 8, bij een tweeleiding-drukluchtremsysteem;

c. 7, bij een éénleiding-vacuümremsysteem;

d. 5, bij een tweeleiding-vacuümremsysteem.