Art. 7.33 Regeling toelatingseisen, Bedrijfsauto's in gebruik genomen na 30 september 1971 doch vóór 1 oktober 1975

Regeling toelatingseisen

1. Indien de bedrijfsauto is voorzien van een geheel of gedeeltelijk drukluchtremsysteem, moet deze zijn voorzien van:

a. drukmeetpunten waarmee de drukken die worden ingestuurd in de drukluchtremcylinders op iedere as, kunnen worden gemeten;

b. een drukmeetpunt waarmee de druk vóór elke drukluchtremkrachtregelaar kan worden gemeten;

c. een drukmeetpunt op elk drukluchtreservoir;

d. een aftapinrichting op elk drukluchtreservoir;

e. een waarschuwingsinrichting die in werking treedt zodra de energievoorraad in één van de bedrijfsremkringen is gedaald tot een druk van 65% van de normale waarde.

2. Een manometer wordt niet aangemerkt als een waarschuwingsinrichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e.