Art. 7.22 Regeling toelatingseisen, Bedrijfsauto's in gebruik genomen na 30 september 1975 doch vóór 1 januari 1995

Regeling toelatingseisen

1. De reminrichting van bedrijfsauto's met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg, in gebruik genomen na 31 december 1982 doch vóór 1 april 1990, moet voldoen aan de eisen van bijlagen I tot en met VIII van richtlijn 71/320/EEG, zoals gewijzigd bij de richtlijnen 75/524/EEG en 79/489/EEG.

2. De reminrichting van bedrijfsauto's met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg, in gebruik genomen na 30 september 1978 doch vóór 1 januari 1983, moet voldoen aan de eisen van de bijlagen I tot en met VIII van richtlijn 71/320/EEG, zoals gewijzigd bij richtlijn 75/524/EEG.

3. De reminrichting van bedrijfsauto's met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg, in gebruik genomen na 30 september 1975 doch vóór 1 oktober 1978, moet voldoen aan de eisen van de bijlagen I tot en met VIII van richtlijn 71/320/EEG.

4. Ten aanzien van de in de vorige leden genoemde bijlagen van richtlijnen geldt dat:

a. punt 2.2.1.12 van bijlage I zodanig wordt toegepast dat of aan punt 2.2.1.12.1 of aan punt 2.2.1.12.2 moet zijn voldaan;

b. punt 2.2.1.20 van bijlage I en de punten 1.4 en 1.5 van bijlage II van de richtlijn niet van toepassing zijn;

c. in afwijking van punt 2.1.2.1 van bijlage II, de remvertraging van de hulpreminrichting ten minste 30% van de voor de bedrijfsrem vastgestelde waarde moet bedragen, indien de hulpreminrichting uit een deel van de bedrijfsreminrichting bestaat.