Art. 5.59 Regeling toelatingseisen, Eisen toelating CNG-onderdelen

Regeling toelatingseisen

1. De volgende CNG-onderdelen voldoen aan het bepaalde in ECE-Reglement nr. 110:

a. de CNG-tank;

b. de overdrukbeveiliging ten behoeve van de CNG-tank;

c. de automatische tankafsluiter;

d. de gasdichte behuizing;

e. de flexibele slang die wordt toegepast in een gedeelte waar de druk hoger is dan 0,2 bar;

f. de drukregelaar;

g. de automatische afsluitklep;

h. de vulaansluiting;

i. de terugslagklep;

j. de handafsluiter;

k. de gasregeleenheid welke functioneert bij een druk hoger dan 0,2 bar;

l. het inspuitstuk welke functioneert bij een druk hoger dan 0,2 bar;

m. de CNG-filtereenheid die wordt toegepast in een gedeelte waar de druk hoger is dan 0,2 bar;

n. de druk- of temperatuursensor;

o. de doorstroombegrenzer;

p. de veerveiligheid;

q. de elektronische controle-eenheid.

2. De CNG-onderdelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, c en j, mogen met elkaar zijn gecombineerd.