Art. 10.14 Regeling toelatingseisen, Bijzondere constructies
1. Het samenstel van bedrijfsauto en aanhangwagen moet bij een snelheid van ten minste 85 km/h maar niet meer dan 90 km/h in een rechte lijn kunnen blijven rijden zonder ongewone stuurcorrecties door de bestuurder.
2. Een noodstop uitgevoerd met een aanvangssnelheid van 60 km/h tot stilstand met een gemiddelde vertraging van tenminste 4,0 m/s², mag tussen de voertuigen onderling geen zijdelingse verplaatsing van meer dan 0,50 m veroorzaken.
3. Vanuit de ingeschoven positie in de stand van rechtuitrijden, mogen bij een maximale acceleratie vanaf stilstand totdat een snelheid van 85 km/h is bereikt, geen bijzondere bewegingen tussen de voertuigen onderling optreden.