Art. 29 IJkwet, Toezicht op de naleving
1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de artikelen 5, 5b tot en met 14, 16 tot en met 21c, 26, 26a, 26b, tweede lid, 26c, 26d tot en met 26f, 27, tweede lid, en 28, onder b, bepaalde zijn belast de bij besluit van de ijkstelling aangewezen werknemers van de ijkinstelling.
2. Onze Minister kan, indien de wijze van uitoefening van het toezicht door een aangewezen werknemer daartoe naar zijn oordeel aanleiding geeft, bepalen dat een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid dient te worden ingetrokken.
3. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid alsmede van een intrekking daarvan wordt door de ijkinstelling mededeling gedaan aan Onze Minister en door plaatsing in de Staatscourant.