Bijlage 6 Regeling hoeveelheidsbepaling dierlijke en overige organische meststoffen: behorende bij de Regeling hoeveelheidsbepaling dierlijke en overige organische meststoffen
Regeling hoeveelheidsbepaling dierlijke en overige organische meststoffen
Diersoort Per diersoort onderscheiden diercategorieën Onderscheiding naar kenmerken bedrijfssysteem Mestproductie per dier in de periode van 1 september tot 1 maart in kubieke meters drijfmest vaste mest Bos Taurus (Rund) Melkproductie in kg per koe per kalenderjaar – Melk- en kalfkoeien (alle koeien die ten minste éénmaal hebben gekalfd en die voor de melkproductie of de fokkerij worden gehouden; ook koeien die drooggezet zijn alsmede koeien die worden vetgemest en in de mesttijd worden gemolken) tot 6.000 kg 11,6 4,4 6.001 kg tot 7.000 kg 12,6 4,8 7.001 kg tot 8.000 kg 13,5 5,1 8.001 kg tot 9.000 kg 14,4 5,5 9.001 kg tot 10.000 kg 15,4 5,8 meer dan 10.000 kg 16,5 6,2 – Jongvee jonger dan 1 jaar (alle runderen jonger dan 1 jaar met uitzondering van startkalveren, witvleeskalveren, rosevleeskalveren en vleesstieren) 3,6 1,8 – Jongvee van 1 jaar en ouder (alle runderen van 1 jaar en ouder inclusief overig vleesvee, maar met uitzondering van roodvleesstieren en fokstieren) 7,7 3,8 – Witvleeskalveren van ca. 14 dagen tot ca. 6 maanden (kalveren van ca. 14 dagen en ouder die gehouden worden op een rantsoen van hoofdzakelijk melk en op een leeftijd van ca. 6 maanden worden geslacht) 1,6 a – Rosevleeskalveren van ca. 14 dagen tot ca. 8 maanden (kalveren van ca. 14 dagen en ouder die gehouden worden op een rantsoen van melk en andere voeders en op een leeftijd van ca. 8 maanden worden geslacht) 2,2 a Deze diercategorie wordt vrijwel altijd zo gehouden dat er geen vaste mest wordt geproduceerd. In het geval er wel vaste mest wordt geproduceerd, geldt het forfait van drijfmest ook voor de vaste mest. – Startkalveren voor rosevlees (kalveren van ca. 14 dagen tot ca. 3 maanden die op gespecialiseerde bedrijven worden gehouden en vervolgens op een ander bedrijf als rosevleeskalf worden gehouden) 1,1 a Deze diercategorie wordt vrijwel altijd zo gehouden dat er geen vaste mest wordt geproduceerd. In het geval er wel vaste mest wordt geproduceerd, geldt het forfait van drijfmest o