Bijlage 3 Regeling hoeveelheidsbepaling dierlijke en overige organische meststoffen: behorende bij de Regeling hoeveelheidsbepaling dierlijke en overige organische meststoffen Technische specificaties bemonsteringsapparatuur

Regeling hoeveelheidsbepaling dierlijke en overige organische meststoffen

De apparatuur die wordt gebruikt en de methodiek die wordt toegepast voor de bemonstering van vloeibare dierlijke meststoffen, moeten in ieder geval voldoen aan de volgende kenmerken: Schematische weergave van het zijbuisapparaat, hier uitgevoerd als koppelstuk. Technische specificaties onderdelen zijbuisapparaat Benaming toegepaste onderdeel passing materiaal Opmerkingen (richtlijn) netto maat (richtlijn) Draaibuis 178 aan buiten brons ø50g6 ø50/44 lg onderrand kant afschuinen =0.5 buitenbuis RVS 304 ø62/50 lg 181 ø50H7 uitdrukstaaf -0.5 HMPE ø44 lg 503 Schematische weergave en dwarsdoorsnede van de te gebruiken steeklans. Met A wordt bedoeld de monstergoot, met B wordt bedoeld het monsterdeksel Technische uitvoering De steeklans is vervaardigd van roestvrij staal en bestaat uit een monstergoot en een monsterdeksel. De effectieve lengte van de steeklans bedraagt ongeveer 2 meter. De steeklans is uitgevoerd met een harde aangescherpte punt. Ter indicatie wordt vermeld dat de goot een diepte heeft van circa 3 centimeter en een breedte van circa 4 centimeter. De daadwerkelijke afmetingen mogen maximaal 50% afwijken van deze indicatieve afmetingen. Technische uitvoering De handbediende vijzelboor bestaat uit een vijzel, die over nagenoeg de gehele lengte wordt omhuld door een buis. Voor de aandrijving wordt een links- en rechtsdraaiende boormachine van circa 750 Watt gebruikt. Voor de starre verbinding tussen de buis en de boormachine wordt gebruik gemaakt van een koppelstuk, passend over de boorkop. In tabel 3 zijn technische details van de desbetreffende onderdelen opgenomen. In geval van een (half)automatische uitvoering van de vijzelboor geschiedt het inbrengen en het uittrekken van de vijzelboor met behulp van motoren. Bij een volledig geautomatiseerde opstelling bepaalt de aansturende microprocessor de plaats(en) waar bemonsterd moet worden. De lengte van de vijzel en de buis moet minimaal overeenkomen met de lengte opgenomen in Tabel 3. De lengte van de vijzel e