Bijlage B1 Reglement Rijnpatenten 1998: minimum-eisen ten aanzien van de lichamelijke geschiktheid van gegadigden voor het Rijnpatent

Reglement Rijnpatenten 1998

1. Gezichtsscherpte bij daglicht: Deze bedraagt bij het beste oog, met of zonder optische hulpmiddelen, ten minste 0,8. Met één oog zien is toegestaan. 2. Nachtblindheid: Contrast 1:2, alleen in twijfelgevallen te onderzoeken. 3. Gewenning aan de duisternis: Alleen in twijfelgevallen te onderzoeken. Het resultaat mag niet meer dan een log-eenheid van de normaal kromme afwijken. 4. Gezichtsveld: Afwijkingen in het gezichtsveld van het oog met de beste gezichtsscherpte zijn niet toegestaan. In geval van twijfel dient perimetrisch onderzoek verricht te worden. 5. Kleurenonderscheidingsvermogen: Het kleurenonderscheidingsvermogen wordt als voldoende beschouwd wanneer de gegadigde voldoet aan de Farnsworth Panel D15 test, de test van Ishihara, volgens de platen 12 tot en met 14, of een andere als gelijkwaardig erkende test. In geval van twijfel onderzoeken met de anomaloscoop, waarbij met genoemde testmethode een gelijkwaardige uitkomst bereikt moeten worden. 6. Motiliteit: Onbelemmerde beweeglijkheid van beide ogen; geen dubbelzien. Optische hulpmiddelen: Ook bij gebruik van optische hulpmiddelen (kontaktlenzen, bril) moet aan de eisen voor de gezichtscherpte en het gezichtsveld zijn voldaan. Het gehoor wordt als voldoende beschouwd, wanneer door een gegadigde fluisteren, met of zonder gehoorapparaat, aan weerszijden duidelijk verstaan wordt: – op een afstand van 3 meter wanneer hij 25 jaar of jonger is; – op een afstand van 2 meter wanneer hij ouder dan 25 jaar is. Bij het vermoeden van een toenemend gehoorverlies, alsmede in geval van twijfel moet een toon- of een spraakaudiogram gemaakt worden. Het gehoorverlies van het beste oor mag gemiddeld niet meer dan 40 dB(A) bedragen voor de frequenties 500, 1000 en 2000 Hertz. In staat zijn om alleen een gewicht van 20 kg te tillen. Er mogen geen andere bevindingen uit medische keuring aanwezig zijn die de lichamelijke geschiktheid uitsluiten. Indien de navolgende ziekten of lichamelijke gebreken voorkomen kan dit aanleiding