Art. 3 Regeling voorwaarden en goedkeuring stemmachines 1997, Invoering van de kandidatenlijsten
Regeling voorwaarden en goedkeuring stemmachines 1997
3.1. Ten behoeve van de invoering van de kandidatenlijsten in het geheugen van de stemmachine kan de stemmachine op gebruikersvriendelijke wijze achtereenvolgens de volgende funkties verrichten:
– het controleren of de stemmachine correct functioneert;
– het vrijgeven van de stemmachine voor de invoering van de kandidatenlijsten;
– indien aanwezig, het wissen van eerder ingevoerde kandidatenlijsten;
– het tonen en/of afdrukken van het geheugen voor de kandidatenlijsten;
– het invoeren en vastleggen van de kandidatenlijsten in het geheugen van de stemmachine;
– het tonen en/of afdrukken van de kandidatenlijsten;
– het blokkeren van de toegang tot de stemmachine voor het wijzigen van de ingevoerde kandidatenlijsten.
3.2. De vrijgave van de stemmachine voor de invoering van de kandidatenlijsten en de blokkering van de stemmachine hiervoor kan uitsluitend door middel van een fysieke sleutel plaatsvinden. Tijdens het invoeren van de kandidatenlijsten is de sleutel in de stemmachine gestoken. Het uit de stemmachine nemen van de sleutel leidt tot een blokkering voor het wijzigen van de ingevoerde kandidatenlijsten.