Bijlage 2 Investeringsregeling markt en concurrentiekracht: controleprotocol als bedoeld in artikel 9.1, derde lid
Investeringsregeling markt en concurrentiekracht
Artikel Soort aandacht artikel 2.2 speciale aandacht artikel 2.3 speciale aandacht artikel 2.4 speciale aandacht artikel 2.6 speciale aandacht artikel 4.2, eerste lid, onderdeel a speciale aandacht artikel 4.2, tweede lid, onderdeel a speciale aandacht artikel 4.2, tweede lid, onderdeel b speciale aandacht artikel 4.3 speciale aandacht artikel 5.2, eerste lid, onderdeel a speciale aandacht artikel 5.2, tweede lid speciale aandacht artikel 5.3 speciale aandacht artikel 6.1, eerste lid speciale aandacht artikel 6.1, tweede lid, onderdeel a speciale aandacht artikel 6.1, tweede lid, onderdeel b speciale aandacht artikel 6.1, tweede lid, onderdeel c speciale aandacht artikel 6.2, eerste lid speciale aandacht artikel 6.6, vierde lid speciale aandacht artikel 6.6, vijfde lid speciale aandacht artikel 6.7, tweede lid speciale aandacht artikel 6.7, derde lid speciale aandacht artikel 6.9, tweede lid speciale aandacht artikel 6.9, derde lid speciale aandacht artikel 6.11 tweede lid speciale aandacht artikel 6.11, derde lid speciale aandacht artikel 7.2, tweede lid normale aandacht artikel 8.1, eerste lid, onderdeel a speciale aandacht artikel 8.1, eerste lid, onderdeel b speciale aandacht artikel 8.1, eerste lid, onderdeel c en d speciale aandacht artikel 8.1, tweede lid speciale aandacht artikel 8.1, vierde lid speciale aandacht artikel 9.1, tweede lid, onderdeel a speciale aandacht Toelichting Artikel 2.2 vaststellen: Artikel 2.3: vaststellen dat, indien de subsidie is verleend aan een natuurlijk persoon, deze als bedrijfshoofd voor eigen rekening en risico het landbouwbedrijf exploiteert, zijn arbeidsduur voor werkzaamheden binnen het landbouwbedrijf ten minste de helft van zijn totale arbeidsduur uitmaakt en zijn onzuiver inkomen gemiddeld over de drie kalenderjaren voorafgaand aan het tijdstip van het indienen van de aanvraag voor ten minste de helft afkomstig is uit het landbouwbedrijf waarvoor de aanvraag wordt ingediend; vaststellen dat de aanvrager een boekhouding v
- bij een investeringsproject in de sector melkproductie, dat door de realisatie van het investeringsproject de toegewezen referentiehoeveelheid niet wordt overschreden en het aantal melkkoeien niet stijgt tot meer dan 50 per volle arbeidskracht en tot meer dan 80 per bedrijf of, indien het bedrijf over meer dan 1,6 volle arbeidskracht beschikt, het aantal melkkoeien niet meer dan 15% stijgt;
- bij een investeringsproject in de varkenshouderij, dat door de realisatie van het investeringsproject het aantal varkensplaatsen niet stijgt;
- bij een investeringsproject in de rundvleessector, dat door de realisatie van het investeringsproject zoals bedoeld in artikel 2.1, onderdelen a tot en met e, niet meer dan 2,0 of, indien het totaal aantal grootvee-eenheden op het landbouwbedrijf niet groter is dan 15, niet meer dan 3,0 grootvee-eenheden aan vleesrunderen per hectare voederareaal aanwezig zijn en dat bij investeringen zoals bedoeld in artikel 2.1 , onderdelen f tot en met h, geen sprake is van vergroting van de productiecapaciteit, gerekend in grootvee-eenheden, van de productierichting rundvlees;
- bij een investeringsproject in de sector pluimvee en eieren, dat door de realisatie van het investeringsproject, geen sprake is van een vergroting van de productiecapaciteit, uitgedrukt in Nederlandse grootte-eenheden zoals die gelden op het moment van het indienen van de aanvraag, van de productierichting pluimvee en eieren;
- bij een investeringsproject in de varkenshouderij dat geen sprake is na afloop van het investeringsproject van het aanwezig zijn van meer dan 40 varkenseenheden;
- bij een investeringsproject als bedoeld in artikel 2.1, onderdelen f tot en met h, waarbij de subsidie is aangevraagd door een landbouwbedrijf waarvan het arbeidsinkomen per volle arbeidskracht 120 % of meer bedraagt van het overeenkomstig artikel 6.5, tweede lid vastgestelde referentie-inkomen, dat door de realisatie van het investeringsproject geen sprake is van verhoging van de productiecapaciteit.
- indien de subsidie zoals bedoeld in artikel 4.1 is verleend aan een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, deze voor eigen rekening en risico een onderneming drijft die uitsluitend of ondermeer is gericht op de verwerking of afzet van visserijproducten.
- indien de subsidie zoals bedoeld in artikel 4.1 is verleend aan een samenwerkingsverband deze uitsluitend bestaat uit natuurlijke of rechtspersonen die voor eigen rekening en risico een onderneming drijven die uitsluitend of ondermeer gericht is op de verwerking of afzet van visserijproducten.
- dat aan de aanvrager in de vijf jaren voorafgaand aan het tijdstip van het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening geen subsidie is verleend waarna het investeringsproject zonder gegronde reden niet is uitgevoerd of waarbij onregelmatigheden zijn ontdekt die tot intrekking van de subsidieverlening of -vaststelling hebben geleid.
- dat het investeringsproject niet uitsluitend is bestemd voor de verwerking of afzet van bosbouwproducten uit derde landen.
- indien de subsidie zoals bedoeld in artikel 5.1 is verleend aan een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, deze voor eigen rekening en risico een onderneming drijft die uitsluitend of onder meer is gericht op de verwerking of afzet van bosbouwproducten;
- indien de subsidie zoals bedoeld in artikel 5.1 is verleend aan een samenwerkingsverband deze uitsluitend bestaat uit natuurlijke of rechtspersonen die voor eigen rekening en risico een onderneming drijven die uitsluitend of onder meer gericht is op de verwerking of afzet van bosbouwproducten.