Art. 1.1 Investeringsregeling markt en concurrentiekracht, Begripsbepalingen

Investeringsregeling markt en concurrentiekracht

Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

akkerbouw, weidebouw, veehouderij, pluimveehouderij, tuinbouw

daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen

teelt van griendhout en elke andere vorm van bodemcultuur hier te lande met uitzondering van bosbouw;

geheel van productie-eenheden in Nederland bestaande uit een of meer gebouwen of gedeelten daarvan en daarbij behorende landbouwgrond, uitsluitend of onder meer dienende tot de uitoefening van de landbouw;

producten die voorkomen in bijlage II van het EG-Verdrag, met uitzondering van de producten, bedoeld in Verordening (EG) nr. 3699/93;

samenhangend geheel van investeringen in productiemiddelen die in een productieproces meer jaren meegaan en waarop doorgaans wordt afgeschreven;

rechtspersoon, anders dan een publiekrechtelijke rechtspersoon;

gebiedsdeel in Nederland dat is vermeld op de communautaire lijst van agrarische probleemgebieden, bedoeld in artikel 2 van Richtlijn nr. 75/268/EEG van de Raad van 28 april 1975 betreffende de landbouw in bergstreken en sommige probleemgebieden (PbEG L 128);

overeenkomst als bedoeld in artikel 18, eerste lid, of artikel 56, eerste lid, van de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling, artikel 3, eerste lid, of artikel 70, eerste lid, van de Regeling beheersovereenkomsten 1993, artikel 6 van de Beschikking bijdragen probleemgebieden of artikel 2 van de Beschikking beheersovereenkomsten 1983;

maatstaf voor de bepaling van de productieomvang van een landbouwbedrijf, vastgesteld bij de op het tijdstip van het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening van kracht zijnde Regeling landbouwtelling;

aantal bruto standaardsaldi vastgesteld bij de op het tijdstip van het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening van kracht zijnde Regeling landbouwtelling; voor broederijen geldt dat 100.000 voorbroedeiplaatsen overeenkomt met 39 Nederlandse grootte-eenheden;

arbeidskracht aan wie een arbeidsbelasting ten behoeve van het landbouwbedrijf van 40 Nederlandse grootte-eenheden kan worden toegerekend;

referentiehoeveelheid als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Beschikking superheffing 1993;

verhoudingsgetal, berekend voor de beoordeling van de veedichtheid, overeenkomstig bijlage I van verordening (EEG) nr. 2328/91 van de Raad van 15 juli 1991 betreffende de verbetering van de doeltreffendheid van de landbouwstructuur (PbEG L 218);

verhoudingsgetal, berekend om een vergelijking tussen verschillende categorieën varkens mogelijk te maken, waarbij een fokzeugplaats overeenkomt met 2,7 varkenseenheden, een mestvarkenplaats overeenkomt met 1,0 varkenseenheid en een biggenplaats overeenkomt met 0,45 varkenseenheid;

keurmerk door het bestuur van de stichting Groen Label toegekend aan emissiearme stalsystemen die voldoen aan de door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu vastgestelde beoordelingsrichtlijn, bedoeld in artikel 3, achtste lid, van het Convenant Groen Label (Stcrt. 1993, 21);

voederareaal als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Regeling dierlijke EG-premies;

controle-instelling belast met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens het Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode bepaalde;

uit de fiscale boekhouding van het landbouwbedrijf blijkende gemiddelde winst uit onderneming, vermeerderd met de brutoloonkosten, berekend op basis van de gegevens, genoemd in artikel 6.5, lid 3 tot en met 5;

onzuiver inkomen als bedoeld in artikel 4 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964;

winst als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de Wet op de Vennootschapsbelasting 1969, vermeerderd met het bedrag dat voor de bedrijfsleiding van de rechtspersoon ten titel van beloning voor verrichte arbeid op deze winst in mindering is gebracht;

producten die zijn voortgebracht overeenkomstig de biologische productiemethode, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Landbouwkwaliteitsbesluit biologische produktiemethode, alsmede dierlijke landbouwproducten die zijn voorgebracht overeenkomstig publiek- of privaatrechtelijke normen ten aanzien van de biologische veeteelt;

selectiecriteria als bedoeld in beschikking 94/173/EG van de Commissie van 22 maart 1994 tot vaststelling van de selectiecriteria voor investeringen ter verbetering van de voorwaarden inzake verwerking en afzet van land- en bosbouwproducten (PbEG L 79);

landen die geen lid zijn van de Europese Unie;

Dienst Regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

visserij- en aquacultuurproducten als bedoeld in artikel 11, eerste lid, vierde streepje, van Verordening (EG) nr. 3699/93 van de Raad van de Europese Unie van 22 december 1993 tot vaststelling van de criteria en voorwaarden voor de structurele bijstand van de Gemeenschap in de sector visserij/aquacultuur en verwerking/afzet van producten daarvan (PbEG 1993, L346).