Art. 4 WWM, Algemene bepalingen
1. Onverminderd de artikelen 4 en 9 van verordening (EU) nr. 258/2012 kan Onze Minister van bij of krachtens deze wet vastgestelde voorschriften of verboden vrijstelling of, op daartoe strekkend verzoek, ontheffing verlenen voor daarbij te omschrijven wapens of munitie, behorend tot een van de volgende groepen:
a. wapens die niet voor gebruik als zodanig geschikt te maken zijn;
b. wapens die het karakter dragen van oudheden;
c. andere wapens, voor zover deze bestemd zijn voor dan wel deel uitmaken van een verzameling of een wandversiering;
d. munitie, voor zover deze bestemd is voor dan wel deel uitmaakt van een verzameling;
e. toestellen en voorwerpen voor beroeps-, hulpverlenings-, trainings- en sportdoeleinden;
f. monster-, demonstratie- of testmateriaal en rekwisieten;
g. noodsignaalmiddelen en de daarvoor bestemde munitie.
2. Onze Minister beslist binnen dertien weken op het verzoek tot ontheffing. Onze Minister kan de korpschef machtigen tot uitvoering van artikel 6a, eerste lid, onderdelen b, c en d, en derde lid.
3. Een ontheffing op grond van het eerste lid voor een museum als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel 7, van de Richtlijn of voor een verzamelaar als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel 8, van de Richtlijn, wordt slechts verstrekt als het museum of de verzamelaar door Onze Minister als zodanig is erkend.
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden de voorwaarden voor de erkenning van een museum of verzamelaar bepaald.
5. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een verzoek tot ontheffing.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Bleichrodt 22 december 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2769
- ABRvS 29 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3272
- HR 6 december 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU3309
- ABRvS 21 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2815
- HR 18 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:365
- ABRvS 13 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4628
- ABRvS 26 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1625
- ABRvS 7 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1456
- ABRvS 16 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2995
- ABRvS 22 juni 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ8843
- Rb. Oost-Brabant 19 november 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:5808
- Rb. Den Haag 14 maart 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:27141
- Rb. Den Haag 11 februari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:1013
- Conclusie A-G Keulen 9 mei 2023, ECLI:NL:PHR:2023:594
- Conclusie A-G Harteveld 17 december 2013, ECLI:NL:PHR:2013:2552
- Hof Arnhem-Leeuwarden 21 september 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:8870
- ABRvS 4 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2645
- ABRvS 6 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1875
- ABRvS 4 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2644
- ABRvS 19 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4162