Bijlage 4 Vaststelling energieprogramma’s en beschikbare bedragen 1997 (tweede tranche)
Vaststelling energieprogramma’s en beschikbare bedragen 1997 (tweede tranche)
Het algemene doel van het programma Agrarische Sector is de realisatie van een grotere energie-efficiëntie in de agrarische sector, met name bij de individuele agrariërs, ter ondersteuning van het overheidsbeleid om te komen tot 33% verbetering van de energie-efficiency in de periode 1995 - 2020 en een toename van het aandeel duurzaam opgewekte energie in de energievoorziening tot 10% in diezelfde periode. Het programma Agrarische Sector geeft ondersteuning aan de totstandkoming en uitvoering van meerjarenafspraken (MJA’s) in de agrarische sector. Het programma is ingedeeld in zes onderdelen. De doelstelling van dit onderdeel is om overeenkomstig de MJA-E glastuinbouw te komen tot een energie-efficiency verbetering van 50% in de periode tussen 1980 en 2000; tevens wordt gestreefd naar een energie-efficiency verbetering van 30% voor de periode tussen 1989 en 2000. Voorts richt dit onderdeel zich binnen het kader van de MJA op de uitvoering van het Jaarplan 1997 en de nota ’Nieuwe Aanpak 1996 - 2000’ van de Stuurgroep MJA-E glastuinbouw. Belangrijke thema’s in de Nieuwe Aanpak zijn: individuele binding, integratie van energie-en milieubeleid, herstructurering, kennisoverdracht, onderzoek, ontwikkeling en demonstratie, onderwijs en scholing én warmtekracht en restwarmte. Dit onderdeel wordt uitgevoerd in de vorm van een oproep voor het indienen van projectvoorstellen (tender). De aanvragen die aan de wettelijke voorschriften voldoen en passen binnen dit onderdeel worden beoordeeld en gerangschikt door een onafhankelijke beoordelingscommissie. De aanvragen worden gerangschikt aan de hand van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstelling van dit programma-onderdeel en van de Meerjarenaf-spraak Energie glastuinbouw (MJA-E). Artikel 9 van het Besluit subsidies energieprogramma’s is van toepassing. Aandachtsgebied van dit onderdeel is de verbetering van de energie-efficiency in de productieglastuinbouw door het bevorderen van de toepassing van de kennis alsmede van
- A. Demonstratieprojecten met betrekking tot apparaten, systemen en/of technieken op het gebied van energiebeheer en maatregelen die zijn gericht op de gespecialiseerde productieglas-tuinbouw voor:
- klimaatregelingen;
- warmteopwekking, -hergebruik, -distributie en benutting (o.a. afval- of restwarmte van industrie, elektriciteitsopwekking en/of wkk, buffers, condensors, verwarmingsnetten, energieschermen en innovatieve ontwikkelingen);
- (centrale) CO2-voorziening en rookgasbehandelingapparatuur;
- kasomhullingen en isolatie;
- duurzame energie.
- B. Kennisoverdrachtprojecten gericht op energiebeheer en/of energiebesparende technische maatregelen. Energiebeheer kan betrekking hebben op energieregistratie, bedrijfsvergelijking, het ontwikkelen en uitvoeren van energiebesparingsplannen en energiezuinige teeltwijzen (o.a. klimaatregelingen). Met kennisoverdracht over technische maatregelen worden communicatieactiviteiten bedoeld die zijn gericht op de vergroting van de kennis en het gebruik van financieel en technisch haalbare opties bij tuinders. Voor kennisoverdrachtprojecten geldt in het kader van dit onderdeel een subsidiepercentage van maximaal 60% van de projectkosten. In het kader van dit onderdeel kan voor kennisoverdrachtprojecten een subsidie van maximaal f 100.000,- per project en voor demonstratieprojecten een subsidie van maximaal f 200.000,- per project worden verleend.
- praktijkexperimenten, kennisoverdracht-, demonstratie- en marktintroductieprojecten gericht op het wegnemen van kennishiaten bij het gebruik en de stimulering van de toepassing van nu reeds economisch en technisch haalbare apparaten, systemen en/of technieken, zoals: warmtekrachtinstallaties, warmtebuffers, rookgasbehandelingsinstallaties, condensors, ketelregelingen, klimaatregelingen, teeltsystemen, verwarmingsnetten, alternatieve kasdekken;
- onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten en praktijkexperimenten met betrekking tot financieel en/of technisch nog niet haalbare apparaten, systemen of technieken voor de toepassing van duurzame energie, restwarmte, energiezuinige(re) warmtekrachtinstallaties in combinatie met warmte-opslag en/of (centrale) CO2 voorziening, rookgasbehandeling en mogelijk aansluitende demonstratieprojecten;
- haalbaarheidsprojecten, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, praktijkexperimenten en demonstratieprojecten met betrekking tot nieuwe geavanceerde energiezuinige systemen voor energievoorziening, gebruik van warmte en CO2 en vochtregulering voor toepassingen in de glastuinbouw. Als opties komen binnen het toepassingsgebied van de glastuinbouw onder meer restwarmte, CO2-opslag, warmtepompen, energie-opslag in aquifers, stort- of biogas, zuinige assimilatie-belichting en energiezuinige rassen in aanmerking.
- haalbaarheids-, demonstratie-, kennisoverdracht- en marktintroductieprojecten op het gebied van methoden voor energiebeheer, energieregistratie en energiebesparingsplannen in de rundvee-, varkens- en pluimveehouderij.
- demonstratie- en kennisoverdrachtprojecten op het terrein van automatisch regelbare natuurlijke ventilatieconcepten in de intensieve veehouderij, klimaatregeling op basis van werkelijke dierbehoeften in de intensieve veehouderij, ruimteconditionering met inzet van niet-fossiele warmte-, respectievelijk koudebronnen in varkens- en pluimveehouderij, in stalklimatisering geïntegreerde mestdroging en de inzet van duurzame bronnen voor mestverwerking en stalklimatisering.
- a. de slaagkans van het project;
- b. de nieuwheid en oorspronkelijkheid van het project en de hoeveelheid relevante informatie die met het project aan de bestaande kennis wordt toegevoegd;
- c. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstellingen van het programma;
- d. de bijdrage van het project aan de realisatie van de doelstellingen van een bestaande of in voorbereiding zijnde meerjarenafspraak;
- e. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt;
- f. de milieuverdienste van het project;
- g. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen;
- h. de kostprijsverlaging van voor het programma relevante technieken;
- i. de mate waarin relevante kennisoverdracht mogelijk is.
- het toepassen van nieuwe dan wel vernieuwende technologieën;
- het geven van nieuwe toepassingen aan bestaande technologieën.
- individuele glastuinbouwbedrijven;
- voorlichtingsinstellingen en particuliere adviesbureaus;
- innovatiecentra en instellingen voor praktijk- en cursusonderwijs;
- (regionale) branche- en vakorganisaties;
- projectbureaus en -groepen
- verenigingen voor bedrijfsontwikkeling (zogenaamde ’studieclubs’);
- technische adviesbureaus;
- fabrikanten en toeleverende industrie;
- kassenbouwers en installatiebedrijven.
- individuele glastuinbouwbedrijven en overkoepelende en regionale stands- en vakorganisaties;
- instellingen en bureaus voor (praktijkgericht) onderzoek, voorlichting en praktijk- en beroepsonderwijs;
- installateurs, kassenbouwers, leveranciers en fabrikanten van bedrijfsuitrusting en kassen, alsmede van onderdelen;
- adviesbureaus.
- individuele agrarische bedrijven en overkoepelende en regionale stands- en vakorganisaties;
- instellingen en bureaus voor (praktijkgericht) onderzoek, voorlichting en praktijk- en beroepsonderwijs;
- installateurs, stallen, kassen-, schuren- en werkplaatsbouwers, bouwers van teeltcellen en tunnels voor de paddestoelenteelt en/of geënte of doorgroeide compost, leveranciers en fabrikanten van trekkers, werktuigen, bedrijfsuitrusting en stallen;
- adviesbureaus.
- onderdeel 1: f 1.200.000,-;
- onderdeel 2: f 1.840.000,-;
- onderdeel 3: f 175.000,-;
- onderdeel 4: f 50.000,-;
- onderdeel 5: f 100.000,-;
- onderdeel 6: f 20.000,-.