Bijlage 2 Vergunningwet Westerschelde: als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Vergunningwet Westerschelde
In deze voorschriften wordt verstaan onder: «hoofdingenieur-directeur»: de hoofdingenieur-directeur van de Rijkswaterstaat in de directie Zeeland; «directeur Zuidwest»: de directeur Zuidwest van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; «directeur RMW»: de directeur Ruimte, Milieu en Water van de provincie Zeeland; «vergunninghouder»: het Vlaams Gewest; «specie»: bodemmateriaal, verkregen door het uitgraven, baggeren of zuigen daarvan, eventueel vermengd met water toegevoegd voor transport. 1. De hoeveelheid gestorte baggerspecie is jaarlijks ten hoogste 20 000 000 m3. 2. De uitvoering van de werken geschiedt op zodanige wijze dat – voor zover de nadelige gevolgen die de werken voor het milieu veroorzaken niet kunnen worden voorkomen – de grootst mogelijke bescherming voor het milieu wordt geboden. 1. De specie wordt gestort in de stortplaatsen, zoals aangegeven en genummerd op bijlage 1 van deze wet. 2. De hoeveelheden jaarlijks te storten hoeveelheden zijn over de stortplaatsen verdeeld als volgt. – Schaar van de Noord (nr 2), Schaar van Waarde (nr 6), Platen van Ossenisse (nr 9): in totaal ten hoogste 1 mln m3; – Gat van Ossenisse (nr 11), Ebschaar naar de Everingen (nr 13), Biezelingsche Ham (nr 19): in totaal ten hoogste 5 mln m3; – Schaar van Spijkerplaat (nr 15), Everingen (nr 14) en Ellewoutsdijk (nr 20), Zeeuws-Vlaanderen (22) en Kust van Vlissingen (25): de overige specie, behoudens het bepaalde in het derde lid; 3. In de stortplaats Kust van Zeeuws-Vlaanderen (nr 22) wordt uitsluitend zand gestort. In de stortplaats Kust van Vlissingen (nr 25) dient tenminste 50 000 m3 zand als bedoeld in de vorige volzin te worden gestort. In de stortplaats Schone Waardin (nr 21) wordt tertiaire klei uitsluitend gestort voorzover afkomstig van ontgraving daarvan met een baggermolen of met een kraan. 4. In de stortplaats Ebschaar naar de Everingen (nr 13) wordt niet gestort in de maanden april tot en met augustus. In de stortplaats Biezelingsche Ham wordt nie
- – de aanvoer van rivierslib en gegevens over bagger- en stortactiviteiten en saneringsmaatregelen bovenstrooms van Rupelmonde die deze aanvoer kunnen beïnvloeden;
- – de kwaliteit van de bodem van de sedimentatiegebieden in zowel de Beneden Zeeschelde als de havendokken;
- – de hoeveelheden slib die worden geborgen in de daarbij behorende locaties.
- – aanslibbingssnelheden c.q. profielveranderingen in de toegangsgeulen;
- – actuele slibvoorraden in de Beneden Zeeschelde;
- – verhouding marien/fluviatiel slib in de Beneden Zeeschelde inclusief de havendokken.