Bijlage 1 Inhoudsomschrijving thema 'Criminaliteit en rechtsstaat' examen maatschappijleer vwo, schooljaren 1998-1999 en 1999-2000: overzicht van de eindtermen Criminaliteit en rechtsstaat voor vwo, vanaf het schooljaar 1998/1999
NB: Kandidaten dienen de eindtermen te kunnen toepassen bij het analyseren en verklaren van gegeven contexten en vraagstukken op het gebied van criminaliteit en rechtsstaat. Bovendien dienen kandidaten over de verschillende aspecten van dit onderwerp een eigen standpunt te kunnen formuleren op basis van vakspecifieke argumenten. 1. Kandidaten kunnen op basis van gegeven contexten een beschrijving geven van de aard en de omvang van het verschijnsel criminaliteit en daarmee samenhangende vraagstukken. 1.1. Kandidaten kunnen uitleggen wat onder het begrip criminaliteit wordt verstaan. 1.2. Kandidaten kunnen aan de hand van gegeven contexten aantonen dat diverse vormen van criminaliteit als een sociaal en politiek probleem worden beschouwd. 1.3. Kandidaten kunnen uitleggen op welke manieren een beeld van de omvang van de criminaliteit kan worden verkregen en kunnen kanttekeningen plaatsen bij de verschillende onderzoeksmethodes en statistieken. 1. Kandidaten kunnen aanpak van criminaliteit en strafbaarstelling door de staat in verband brengen met de beginselen van de rechtsstaat. 1.1. Kandidaten kunnen de beginselen van de rechtsstaat herkennen in gegeven contexten die te maken hebben met het bestrijden van criminaliteit. 1.2. Kandidaten kunnen aan de hand van het principe van de machtenscheiding omschrijven op welke wijze de staat is betrokken bij het voork¢men en bestrijden van criminaliteit. 1.2.1. Kandidaten kunnen spanningsverhoudingen herkennen die er bij de aanpak van criminaliteit bestaan tussen de taken en bevoegdheden van verschillende staatsorganen en kunnen deze spanningsverhoudingen in verband brengen met de beginselen van de rechtsstaat. 1.3. Kandidaten kunnen in gegeven contexten de beginselen van de rechtsstaat herkennen in bepalingen van het Nederlandse straf- en strafprocesrecht. 2. Kandidaten kunnen aan de hand van gegeven contexten hun standpunt beargumenteren over de zin en de mogelijke effecten van (bepaalde) straffen. 2.1. Kandidaten kunnen kenmer