Art. 5 Rman. CBR
Regeling mandaat CBR (Rman. CBR)
1. De stukken die op grond van deze regeling worden afgedaan en ondertekend door een van de functionarissen, genoemd in de artikelen 2 en 3, worden gesteld op briefpapier van het ministerie van Verkeer en Waterstaat met het hoofd: ’MINISTERIE VAN VERKEER EN WATERSTAAT’.
2. De stukken, bedoeld in het eerste lid, vermelden aan het slot: ’DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT, namens deze,’ gevolgd door de functie-aanduiding, handtekening en naam van de betrokken functionaris.