Bijlage 8 Vaststelling energieprogramma’s (eerste tranche)
Vaststelling energieprogramma’s (eerste tranche)
Het doel van het REV-programma is het leveren van een bijdrage aan het energiebesparingsbeleid van de overheid voor de sector Verkeer en Vervoer op het gebied van technologische ontwikkeling, innovatie, vervoerslogistiek en gedragsbeïnvloeding. Het programma is ingedeeld in twee onderdelen: Dit deel richt zich op het bevorderen van industrieel onderzoek en industriële ontwikkeling in Nederland met betrekking tot verhoging van de energie-efficiency van wegvoertuigen. De voornaamste soorten projecten die in 1997 voor subsidie in aanmerking komen zijn onderzoek- of ontwikkelingsprojecten die mede gefinancierd worden door de industrie en die betrekking hebben op: Dit deel richt zich op verbreding van het pakket energiedragers in het wegtransport. Hiermee wordt beoogd een bijdrage te leveren aan diversificatie van motorbrandstoffen en vermindering van de milieubelasting in combinatie met een zo hoog mogelijke energetische efficiency. De voornaamste projecten die in 1997 voor een subsidie in aanmerking komen zijn: Dit deel richt zich op verbetering van de efficiency van het goederenvervoer. Belangrijke sturingselementen hierin zijn het aantal ritkilometers van het vervoer over de weg, de beladingsgraad en het energiegebruik per tonkilometer. Projecten dienen een voorbeeldfunctie te vervullen. In aanmerking voor subsidie komen projecten die een verbeterde efficiency van het goederenvervoer tot rechtstreeks gevolg hebben, en projecten ter verbetering van ketenlogistiek (transportnetwerken) en logistieke dienstverlening. Dit deel is er op gericht om via een planmatige en resultaatgerichte aanpak automobilisten, beroepschauffeurs en vervoerondernemers te motiveren tot het energie- en milieubewust aanschaffen en gebruiken van personenauto’s, bestel- en vrachtwagens en bussen. De voornaamste onderwerpen die in 1997 voor subsidie in aanmerking komen zijn projecten die betrekking hebben op: Dit deel richt zich op verbetering van de energie-efficiency van de tractie van railvoertu
- verhoging van het energetisch rendement van Diesel- en Otto-motoren binnen de randvoorwaarden van de Europese emissie-eisen;
- ontwikkeling van systemen bestaande uit een vorm van continu variabele transmissie en regeling ter optimalisatie van het energetisch rendement van de gehele aandrijflijn;
- ontwikkeling van hybride aandrijfconcepten voor wegvoertuigen;
- voortzetting van reeds eerder in het kader van het REV-programma ondersteunde ontwikkeling van een vliegwielsysteem;
- haalbaarheidsonderzoeken en industriële onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten gericht op vermindering van het eigen gewicht van auto’s en vrachtwagens ter verhoging van de energie-efficiency.
- industrieel onderzoek en ontwikkeling met betrekking tot de toepassing van LPG met elektronische inspuit- en regeltechnieken, resulterend in praktijkproeven;
- industrieel onderzoek en ontwikkeling ten behoeve van efficiënter gebruik van LPG in Otto- en Dieselmotoren voor bestelwagens en vrachtvoertuigen;
- verkennend onderzoek naar de mogelijkheden en effecten van toepassing van DME als brandstof in dieselmotoren, en van brandstoffen uit biomassa.
- kennisoverdracht over Koop Zuinig, Rij Zuinig onderwerpen aan de doelgroepen door het aanvullen resp. uitbreiden van communicatie-activiteiten van intermediaire organisaties;
- praktijkexperimenten en demonstratieprojecten gericht op het toepassen van in het kader van KZRZ reeds ontwikkelde producten voor forenzen, zakelijke rijders en beroepschauffeurs;
- educatie, opleidingen en cursussen; dit betreft het integreren van Koop Zuinig, Rij Zuinig onderwerpen in geplande scholingsactiviteiten gericht op kennisoverdracht van het Koop Zuinig Rij Zuinig thema aan de personenautomobilist of beroepschauffeur.
- a. de slaagkans van het project;
- b. de milieuverdienste van het project;
- c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen;
- d. de mate waarin het project aansluit bij een aanwezig innovatietraject, van de aanvrager of van anderen;
- e. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de doelstelling van het programma;
- f. de mate van betrokkenheid van de industrie of organisaties van eindgebruikers;
- g. de relevantie voor technologische clusters in Nederland;
- h. de nieuwheid van het project;
- i. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt;
- j. de mate waarin relevante kennisoverdracht plaatsvindt.
- het toepassen van nieuwe dan wel vernieuwende technologieën;
- het geven van nieuwe toepassingen aan bestaande technologieën.
- fabrikanten van transportmiddelen,
- fabrikanten van componenten en deelsystemen voor transportmiddelen,
- organisaties op het gebied van verkeer en vervoer,
- vervoerbedrijven,
- instellingen voor onderzoek en hoger of wetenschappelijk onderwijs.