Bijlage 4 Vaststelling energieprogramma’s (eerste tranche)
Vaststelling energieprogramma’s (eerste tranche)
Het doel van het programma is het bevorderen van energiebesparing in de Nederlandse industrie, opdat 19% efficiencyverbetering van het energieverbruik, exclusief grondstoffen, wordt bereikt in het jaar 2000 ten opzichte van 1989, conform de doelstelling van de Vervolgnota Energiebesparing. Om de doelstellingen te bereiken zijn voor de industrie een aantal instrumenten opgezet, met name Meerjarenafspraken (MJA’s), het Besluit Tenders Industriële Energiebesparing (TIEB), de Subsidieregeling energiebesparings- en milieu-adviezen (E&M) en het onderhavige programma. Het programma is ingedeeld in drie onderdelen: Dit programma-onderdeel is gericht op de metalektro sector, ijzergieterijen, de oppervlaktebehandelingssector, de industriële loonkoel- en vriesbedrijven, de bloemenveilingen, de visbewerkingsbedrijven, de industriële natwasserijen en strijk-inrichtingen, de tapijtfabrikanten en industriële bedrijven niet behorende tot een branche waarmee een MJA is afgesloten danwel wordt afgesloten en met een jaarlijks energie-gebruik van minimaal 0,1 PJ. Via meerjarenafspraken zullen met deze bedrijfstakken afspraken worden gemaakt over de wijze waarop de betreffende bedrijfstakken zullen bijdragen aan de bovengenoemde doelstelling. Dit onderdeel beoogt in de bedrijfstakken waarmee meerjarenafspraken zijn gemaakt of nog zullen worden gemaakt, de doelstellingen van die meerjarenafspraken te realiseren. De soorten projecten die in 1997 voor subsidie in aanmerking komen, zijn haalbaarheids-, onderzoeks- of ontwikkelings-, demonstratie-, marktintroductie- en kennisoverdrachtsprojecten en praktijkexperimenten die binnen bovengenoemde bedrijfstakken gericht zijn op: Dit programma-onderdeel is gericht op de Energiedistributiebedrijven (EDB’s) ten behoeve van het realiseren van hun doelstellingen zoals vermeld in het Milieu Actie Plan (MAP) gericht op industriële klanten. Met de EDB’s worden plannen van aanpak gedefinieerd om de industriële bedrijven in de desbetreffende verzorgingsge
- het opstellen van meerjarenplannen en monitoringsystematieken voor een bedrijfstak;
- het verbeteren van de energiehuishouding in bedrijven, zoals integraal energiebeheer, procesintegratie en procesregelingen;
- het ontwikkelen van energiebesparingstechnieken;
- het verbeteren of vernieuwen van branchespecifieke procestechnologie gericht op de verbetering van de energie-efficiency.
- het opstellen van plannen van aanpak voor provinciale of (inter)regionale verzorgingsgebieden;
- het uitvoeren van projecten in samenwerking met sectoren waarmee een MJA is of zal worden afgesloten.
- het opstellen van plannen die energielevering in de vorm van warmte, koude, mechanischvermogen of perslucht gedeeltelijk ter vervanging van gas- of elektriciteitslevering mogelijk maken;
- het ontwikkelen van vormen van dienstverlening die een energie-efficiency verbetering bij industriële klanten stimuleert.
- a. de slaagkans van het project;
- b. de milieuverdienste van het project;
- c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen;
- d. de nieuwheid en de oorspronkelijkheid van het project en de hoeveelheid relevante informatie die met het project aan de bestaande kennis wordt toegevoegd;
- e. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstellingen van het programma;
- f. de bijdrage van het project aan de realisatie van de meerjarenafspraken;
- g. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt;
- h. de kostprijsverlaging van voor het programma relevante technieken;
- i. de mate waarin relevante kennisoverdracht mogelijk is.
- de mate waarin het project bijdraagt aan een verbetering van de huidige situatie op het gebied van emissies;
- de mate waarin wordt vermeden dat verschuivingseffecten van milieuproblemen van het ene milieucompartiment naar het andere optreden.
- het toepassen van nieuwe dan wel vernieuwende technologieën;
- het geven van nieuwe toepassingen aan bestaande technologieën;
- (vergaande) procesintegratie.
- organisaties en bedrijven binnen bovengenoemde bedrijfstakken;
- energiedistributiebedrijven;
- overkoepelende branche-organisaties en individuele bedrijven;
- instellingen voor onderzoek en hoger of wetenschappelijk onderwijs;
- leveranciers en fabrikanten van productie-apparatuur of processen, alsmede van procesonderdelen;
- adviesbureaus.