Bijlage 12 Vaststelling energieprogramma’s (eerste tranche)
Vaststelling energieprogramma’s (eerste tranche)
Het doel van het TWIN-2-programma is het bevorderen van de toepassing van windenergie. Met het programma wordt gestreefd naar de plaatsing van windturbines met een gezamenlijk vermogen van 80-120 MW per jaar, de verbetering van de prijs-prestatieverhouding met ca. 6% per jaar en de verbetering van de plaatsingsmogelijkheden van windturbines. Het programma is ingedeeld in vier onderdelen: Dit onderdeel is gericht op het scheppen van voorwaarden om de gewenste plaatsing van windturbines te kunnen realiseren. De voornaamste soorten projecten die in 1997 voor een subsidie in aanmerking komen zijn haalbaarheids-, demonstratie-, onderzoeks- of ontwikkelings- en kennisoverdrachtprojecten die gericht zijn op het wegnemen van bestuurlijke en planologische knelpunten, op het versterken van het maatschappelijke en lokale draagvlak en op het wegnemen van algemene knelpunten bij de ontwikkeling en realisatie van locaties en windparken. Het gaat daarbij ook om de ontwikkeling van nieuwe plaatsingsmogelijkheden door combinaties van windparken met andere ruimtelijke functies en het ontwikkelen van grootschalige projecten. Dit onderdeel is gericht op het scheppen van voorwaarden om na het jaar 2000 de toepassing van windenergie verder te kunnen vergroten. De voornaamste soorten projecten die in 1997 in aanmerking komen zijn haalbaarheids-, demonstratie-, onderzoeks- of ontwikkelings-, en kennisoverdracht-projecten die gericht zijn op: Dit onderdeel is gericht op het verbeteren van de prijs-prestatieverhouding en op verbetering van de plaatsbaarheid van windturbines. De voornaamste soorten projecten die in 1997 voor een subsidie in aanmerking komen, zijn haalbaarheids-, demonstratie-, marktintroductie, en onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten die gericht zijn op de ontwikkeling van windturbines en rotoren. Naast vervolgfasen van reeds door Novem ondersteunde ontwikkelingen staat de toepassing van innovatieve concepten centraal. Het gaat daarbij om de: Dit onderdeel is gericht op het
- aantonen van de haalbaarheid van (semi) offshore projecten;
- aantonen van de haalbaarheid van projecten op andere niet-traditionele (met name binnenlandse) locaties;
- integratie van windenergie in de elektrische infrastructuur.
- verbetering van de prijs-prestatieverhouding;
- verbetering van de aansluiting op de marktvraag.
- het ontwikkelen van nieuwe kennis;
- het toepasbaar maken van bestaande kennis;
- het ontwikkelen van kennis voor het ontwerp van multi-MW-windturbines en offshore toepassing.
- a. de slaagkans van het project;
- b. de milieuverdienste van het project;
- c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen;
- d. de mate waarin het project aansluit bij een aanwezig innovatietraject, van de aanvrager of van anderen;
- e. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstellingen van het programma;
- f. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt;
- g. de mate waarin samenwerking met anderen plaatsvindt;
- h. de kostprijsverlaging van een voor het programma relevant product;
- i. de nieuwheid van het project;
- j. de mate waarin het project voorziet in kennisoverdracht van de te bereiken resultaten.