Bijlage 10 Vaststelling energieprogramma’s (eerste tranche)
Vaststelling energieprogramma’s (eerste tranche)
Het doel van het programma is het op termijn bijdragen aan een betaalbare duurzame samenleving door integratie van energiebesparingsvoorzieningen en duurzame energievoorziening in de woning- en utiliteitsbouw. Het programma is ingedeeld in drie onderdelen: De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstelling van het programma, wordt tevens bepaald door de volgende aspecten: Toelichting op de bovengenoemde aspecten: Ad a. Projecten komen alleen voor subsidie in aanmerking als aannemelijk kan worden gemaakt dat de resultaten op een rendabele wijze zullen kunnen bijdragen aan de realisatie van een duurzame samenleving op termijn. Ad b. Bij de beoordeling van de milieuverdienste wordt rekening gehouden met de milieu-effecten als gevolg van grondstofverbruik, fabricagemethoden, ontmanteling en afvalverwerking. Ad e. Projecten worden mede beoordeeld op basis van inzicht in de mogelijkheden met betrekking tot de uiteindelijke marktimplementatie. Aan de doelstelling van het programma kunnen met name bijdragen adviesbureaus, (toekomstige) eigenaren en exploitanten van woningbouwcomplexen en utiliteitsgebouwen, fabrikanten, energiedistributiebedrijven en instellingen voor onderzoek en hoger of wetenschappelijk onderwijs. Bij projectvoorstellen ingediend onder onderdeel 1 resp. 3 moeten bij voorkeur zoveel mogelijk resp. alle bij ontwerp en bouw betrokken partijen worden betrokken. Bij projectvoorstellen ingediend onder onderdeel 2 moet bij voorkeur sprake zijn van een samenwerkingsverband tussen onderzoeksinstellingen en fabrikanten. Het bedrag dat beschikbaar is voor het doen van subsidietoezeggingen op in 1997 ontvangen aanvragen voor subsidies met betrekking tot het Lange Termijn onderzoeksprogramma Gebouwde Omgeving (LTGO) bedraagt voor onderdeel 1 f 1.950.000,-, voor onderdeel 2 f 300.000,- en voor onderdeel 3 f 3.250.000,-. Aanvragen met betrekking tot het Lange Termijn onderzoeksprogramma Gebouwde Omgeving (LTGO) moeten zijn ontvangen in de perio
- 1. Ontwikkeling van energiezuinige ontwerpen voor woonwijken en utiliteitsbouw, waarbij zowel sprake is van bouwkundige, bouwfysische als installatietechnische maatregelen om het fossiele energieverbruik te reduceren. Naast genoemde besparingsmaatregelen moet tevens aandacht worden besteed aan duurzame energievoorziening en energie-infrastructuur. De te ontwikkelen energiezuinige ontwerpen moeten aan de volgende voorwaarden voldoen: De voornaamste soorten projecten die in 1997 voor subsidie in aanmerking komen zijn: haalbaarheidsprojecten, bedoeld om de financiële en technische haalbaarheid van mogelijke energiezuinige ontwerpen aan te tonen, knelpunten te analyseren en oplossingsrichtingen aan te geven.
- De energieprestatie dient beduidend beter te zijn dan thans marktbest (dit is nu energieprestatie-coëfficiënt (epc) 1,4 voor kantorennieuwbouw en epc 1,2 voor woningennieuwbouw).
- De energieprestatie wordt gerealiseerd door optimale combinatie van besparingsmaatregelen en/of duurzame energievoorziening en/of efficiënte inzet van fossiele energie, in deze volgorde van belangrijkheid. Optimaal betekent hier zo laag mogelijke meerinvestering, met als resultaat concepten die trendsettend zijn voor de ontwikkelingen van de bouwmarkt op middellange termijn.
- Onder besparingsmaatregelen worden tevens maatregelen verstaan die betrekking hebben op energieverbruik voor apparatuur en verlichting.
- De te ontwikkelen energiezuinige concepten moeten betrekking hebben op projecten met een reëel uitzicht op het realiseren daarvan.
- 2. Onderzoek- en ontwikkelingsprojecten gericht op het oplossen van technische en niet-technische knelpunten die de realisatie van energiezuinige ontwerpen, zoals omschreven in onderdeel 1, belemmeren. Het onderzoek- of ontwikkelingsproject moet een logisch en onmisbaar onderdeel zijn van een compleet (fictief) ontwerp, dat op middellange termijn leidt tot marktconforme oplossingen. De voornaamste soorten projecten die in 1997 voor subsidie in aanmerking komen zijn: onderzoek- en ontwikkelingsprojecten die niet inpasbaar zijn in andere onderzoek- en ontwikkelingsprogramma’s.
- 3. Praktijkexperimenten en demonstratieprojecten gericht op het opdoen van praktische ervaring, respectievelijk het aantonen van praktische werking van energiezuinige concepten zoals omschreven in onderdeel 1, dan wel gericht op essentiële componenten van deze energiezuinige concepten voorzover deze separaat te beproeven of te demonstreren zijn. De projecten moeten op termijn passen binnen de operationele doelstellingen van het programma. Voor nieuwbouw luidt deze: het realiseren van een energetisch neutrale stadswijk voor het jaar 2010, waarvan de realisatiekosten 10% boven een traditionele bouw op het moment van realiseren liggen, gericht op een substantiële vermindering van de energiebehoefte en inzet van duurzame energie. Voor renovatieprojecten geldt dat in het jaar 2010 met maximaal 30% extra realisatiekosten het fossiele brandstofverbruik minimaal 70% lager moet zijn.
- a. de slaagkans;
- b. de milieuverdienste van het project;
- c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen;
- d. de projectkosten in relatie tot het totaal beschikbare budget en in relatie tot de bijdrage van het project aan de realisatie van de doelstellingen van het programma;
- e. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de bestaande en toekomstige markt;
- f. de mate waarin het project past in een aanwezig innovatietraject;
- g. de mate waarin relevante kennisoverdracht plaatsvindt.