Bijlage XIIb Arbeidsomstandighedenregeling: behorend bij artikel 4.17b
Document: WSCS-VD INHOUD 1. INLEIDING 2. DEFINITI ES 3. WERKVELDSPECIFIEKE KENMERKEN 3.1 Beschrijving schema 3.2 Actieve partijen 3.3 Risicoanalyse en afbreukcriteria 4. CERTIFICATIEREGLEMENT 4.1 Doelstelling 4.2 Certificatieprocedure 4.3 Certificatiebeslissing 4.4 Geldigheidsduur van het certificaat 4.5 Geldigheidscondities 4.6 Klachtenregeling 4.7 Bezwaarprocedure 4.8 Register voor vakbekwaamheid 4.9 Norminterpretatie 5. EXAMENREGLEMENT 5.1 Doelstelling 5.2 De exameninstelling 5.3 Eisen te stellen aan het examenpersoneel 5.4 Eisen te stellen aan het examen 5.5 Beheer itembank 6. TOEZICHT 6.1 Medewerking aan toezicht 6.2 Frequentie van het toezicht 6.3 De wijze van uitvoering van het toezicht 6.4 Verslag van bevindingen 6.5 Maatregelen (artikel 1.5 E Arbobesluit) 7. ONDERWERP VAN CERTIFICATIE 8. CERTIFICATIECRITERI A 9. EIND TERMEN 9.1 Algemene eindtermen professioneel vuurwerk, pyrotechniek, veiligheid en gezondheid 9.2 Eindtermen groot vuurwerk 9.3 Eindtermen pyrotechnische speciale effecten 10. TOETSMETHODIEK BIJ INITIËLE CERTIFICATIE 10.1 Toetstermen 10.2 Beoordelingsmethode 10.3 Cesuur examen 11. HERCERTIFICATIE 12. HET CERTIFICAAT 13. GELDIGHEIDSCONDITIES BIJLAGE A GEDRAGSCODE VUURWERKDESKUNDIGE BIJLAGE B: OVERGANGSREGELING Deel I van dit certificatieschema bevat algemene uitgangspunten en bepalingen voor certificatie door CKI’s en voorwaarden waar onder de afgifte van certificaten dient te gebeuren. Beschreven wordt achtereenvolgens: Dit werkveldspecifieke certificatieschema voor personen is door het CCvD-VD opgesteld. Het betreft certificatie van vakbekwaamheid op het gebied van het uitvoeren van werkzaamheden met professioneel vuurwerk. Door het ministerie van SZW is het schema vastgesteld. Dit vastgestelde schema vervangt daarmee eerdere versies. De te certificeren vakbekwaamheid betreft: Het certificatiesysteem van de Certificatie Instelling (CKI) moet zijn gestructureerd in overeenstemming met de eisen uit de NEN-EV-ISO/IEC 17024:2012 en IAF GD 24:2004.
- • Het werkveld waarop dit certificatieschema betrekking heeft,
- • Definities,
- • Een beschrijving van de specifieke kenmerken van het werkveld waar onder een risicoanalyse,
- • Het certificatiereglement,
- • Het examenreglement, en
- • Bepalingen met betrekking tot toezicht.
- • Groot Vuurwerk (het ter plaatse tot ontbranding brengen, opbouwen, installeren, monteren, assembleren en na ontbranding verwijderen, het bewerken in een inrichting als bedoeld in artikel 3.2.1 van het Vuurwerkbesluit, afgekort: GV);
- • Pyrotechnische Speciale Effecten (het ter plaatse tot ontbranding brengen, opbouwen, installeren, monteren, assembleren en na ontbranding verwijderen van pyrotechnische speciale effecten, het bewerken in een inrichting als bedoeld in artikel 3.2.1 van het Vuurwerkbesluit, afgekort: PSE);
- • Het verwerken, verpakken en herverpakken van professioneel vuurwerk in een inrichting (beperkt toepassingsgebied: het tot ontbranding brengen, opbouwen, installeren, monteren, assembleren, na ontbranding verwijderen en bewerken, (voor)monteren en assembleren is uitgesloten, afgekort: BT).
- • In ontvangst nemen;
- • Intern transporteren;
- • Opslaan;
- • Bewerken in een inrichting;
- • Verwerken, verpakken en herverpakken;
- • Verplaatsing naar de ontbrandingslocatie;
- • Opbouwen, installeren, monteren en assembleren;
- • Ter plaatse tot ontbranding brengen;
- • Na ontbranding verwijderen.
- • Niet ontbrand weer terugkomen (blindgangers);
- • Scherfwerking;
- • Uitworp van (brandende) delen;
- • Geluid, rook en stofdeeltjes.
- • Een openbaar toegankelijke klachtenprocedure dient aanwezig te zijn.
- • de klachtenprocedure bevat minimaal het volgende: een beschrijving van het proces van ontvangen, onderzoeken en beoordelen van de klacht; de wijze van volgen van de klacht en acties als vervolg daarop; en de wijze waarop wordt verzekerd dat correctieve acties worden uitgevoerd.
- • De beslissing over de reactie op de klacht dient te worden genomen door personen die niet betrokken zijn bij het onderwerp van de klacht.
- • Indieners van klachten dienen, indien mogelijk, op de hoogte te worden gehouden van de ontvangst van de klacht, de voortgang van behandeling en de uitkomst.
- • Een door of namens de CKI genomen besluit, dat is een definitieve uitslag of eindoordeel, wordt schriftelijk ter kennis van de belanghebbende gebracht.
- • Onder een besluit wordt tevens verstaan het weigeren te beslissen of het niet tijdig nemen van een beslissing.
- • De CKI stelt de belanghebbende in haar correspondentie in kennis van de mogelijkheid van het indien van een bezwaarschrift door middel van de volgende clausule: ‘Ingevolge de CKI procedure ‘bezwaarschriftprocedure’ kan door een belanghebbende met betrekking tot dit besluit een bezwaarschrift ingediend worden. Daartoe moet binnen zes weken na de datum van verzending van het besluit een bezwaar worden ingediend bij de CKI. In het bezwaarschrift moet gemotiveerd worden aangegeven waarom het gegeven besluit niet juist gevonden wordt. Verzocht wordt bij het bezwaarschrift een kopie van het bestreden besluit toe te voegen.’
- • Het bezwaarschrift dient in ieder geval de volgende elementen te bevatten:
- − naam en adres indiener
- − dagtekening
- − een omschrijving van het bestreden besluit
- − de gronden van het bezwaar.
- • Het bezwaarschrift schort de werking van het besluit niet op.
- • Het bezwaarschrift leidt tot heroverweging van het besluit waartegen het is gericht.
- • indien niet aan de gestelde termijn van indienen wordt voldaan. Dit geldt niet als de indiener aantoont dat hij redelijkerwijs niet in verzuim is geweest
- • in andere gevallen dan genoemd onder a, als geen gebruik gemaakt wordt van de door de CKI geboden gelegenheid tot verzuimherstel
- • het bezwaar wordt verder niet-ontvankelijk verklaard als het, bij het niet van toepassing zijn van een termijn, onredelijk laat wordt ingediend. Dit geldt uitsluitend wanneer het bezwaar betrekking heeft op het niet tijdig nemen van een besluit.
- • De CKI neemt kennis van het bezwaarschrift en bevestigt binnen twee weken de ontvangst.
- • De CKI biedt gelegenheid tot het horen van de indiener.
- • Het bezwaarschrift wordt gemeld bij de kwaliteitsmanager die het bezwaar registreert.
- • Het horen betreft met name de vakinhoudelijke aspecten die geleid hebben tot het besluit en dient binnen in beginsel zes weken na het vaststellen dat een hoorprocedure aan de orde is, plaats te vinden.
- • Het horen kan geschieden door de CKI of door een of meer door de CKI benoemde ter zaken kundige(n). Het horen geschiedt door een persoon of personen die niet betrokken is/zijn geweest bij de voorbereiding van het besluit, en geen binding hebben met de belanghebbende.
- • Het horen geschiedt op een door de CKI te bepalen tijdstip binnen de gangbare kantooruren.
- • Relevante stukken kunnen tot 10 dagen voor de hoorzitting worden ingediend en liggen gedurende een week voor de zitting ter inzage.
- • Van het horen wordt afgezien indien het verzoek om herziening kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is, inmiddels aan het verzoek is tegemoetgekomen, of indien belanghebbende verklaart hiervan geen gebruik te maken.
- • Van het horen wordt een verslag gemaakt. Het verslag wordt bij de beslissing op het bezwaar gevoegd.
- • De hoorcommissie brengt tevens advies aan de CKI.
- • De CKI beslist aan de hand van de haar ter beschikking staande gegevens binnen zes weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. De beslistermijn kan eenmaal met ten hoogste 6 weken worden verlengd. Daarna kan de termijn slechts met toestemming van de belanghebbende worden verlengd.
- • De CKI zal, bij het gegrond verklaren van het bezwaar, de beslissing herroepen en een nieuwe beslissing ter zake nemen.
- • Van haar beslissing op het bezwaar zal de CKI de onderbouwing en motivering aan belanghebbende meedelen.
- • Indien de inhoud of strekking van de nieuwe beslissing de belanghebbende hiertoe aanleiding geeft, dient hij zich in voorkomend geval te wenden tot de bestuursrechter.
- • De CKI zal de belanghebbende in haar beslissing op bezwaar wijzen op deze mogelijkheid.
- • Pyrotechnische Speciale Effecten: examen bestaande uit drie onderdelen;
- • Groot Vuurwerk: examen bestaande uit drie onderdelen;
- • Het bewerken, verwerken, verpakken, herverpakken, voormonteren, monteren en assembleren van professioneel vuurwerk in een inrichting: examen bestaande uit drie onderdelen.
- a) ingangsdatum van het certificaat;
- b) eventuele entree-eisen voor deelname aan het examen (in dit geval zijn geen entree- eisen vastgesteld);
- c) de aanvraagprocedure bij de CKI;
- d) bevestiging van deelname en oproep;
- e) identificatie van de deelnemers;
- f) toelating en afwezigheid;
- g) examenduur en wijze van examinering;
- h) gedragsregels voor kandidaten;
- i) regeling aangepast examen;
- j) normen voor slagen en afwijzen;
- k) bekendmaking van de uitslag door de CKI aan de kandidaat;
- l) bewaartermijn van de examendocumenten zoals uitwerkingen en beoordelingsformulieren;
- m) inzagerecht;
- n) geldigheidsduur van het examenresultaat.
- • Algemeen:
- − Minimaal 1 jaar aantoonbare ervaring in het afnemen van examens;
- − Aantoonbaar geïnstrueerd door de exameninstelling m.b.t. de taken en verant- woordelijkheden en het hanteren van het examenreglement;
- • Vakinhoudelijk:
- − Beschikken over een geldig persoonscertificaat in het te examineren toepassingsgebied, dat wil zeggen PSE, GV of BT;
- − Beschikken over ten minste drie jaar werkervaring in het te examineren toepassingsgebied.
- • Onafhankelijkheid:
- − Niet als docent betrokken zijn geweest bij de opleiding van de te examineren kandidaten;
- − Geen persoonlijke of zakelijke banden hebben met de te examineren kandidaten. Indien examenpersoneel een potentieel belangenconflict heeft bij het examineren van een kandidaat, dient de CKI maatregelen te nemen om te garanderen dat de betrouwbaarheid en onpartijdigheid van het examen niet in diskrediet worden gebracht. Deze maatregelen dienen vastgelegd te worden.
- • Invloeden van buitenaf mogen het examenproces niet beïnvloeden of verstoren;
- • Er dient een acceptabel klimaat te heersen (voldoende licht, verwarming, ventilatie, enzovoorts);
- • De ruimte voor het examen moet groot genoeg zijn om kandidaten op circa 1 meter van elkaar te plaatsen, zodat fraude wordt tegengaan;
- • Er dient een ruimte voor de opvang van de kandidaten beschikbaar te zijn;
- • Er dienen nabij de examenlocatie sanitaire voorzieningen beschikbaar te zijn;
- • nabij de locatie dient voor de toezichthouder een telefoon (bij voorkeur voorzien van een rechtstreekse buitenlijn) beschikbaar te zijn. Een mobiele telefoon voldoet ook;
- • voor elke kandidaat dient een tafel (minimaal circa 0,5 x 0,7 m) en stoel aanwezig te zijn en voor de toezichthouder(s) een bij voorkeur grotere tafel en stoel;
- • Voor het examen dienen op basis van het aantal te examineren kandidaten voldoende gebundelde opgaven en uitwerkpapier aanwezig te zijn.
- • Indien op één examenlocatie tijdens één examendag op twee verschillende momenten een theorie-examen wordt afgenomen, dienen er twee verschillende versies gebruikt te worden.
- • Uitgangspunt is dat een schriftelijk examen in de Nederlandse taal wordt afgenomen.
- • het afhandelen van over certificaathouders ontvangen klachten en het onderzoeken van ontvangen informatie over bij de uitvoering van werkzaamheden gepleegde strafbare feiten.
- • het jaarlijks op basis van een aselecte steekproef van tenminste 5% van de certificaathouders beoordelen van de in hoofdstuk 13 voorgeschreven, door de certificaathouder bij te houden, registratie over de periode sinds de afgifte van het persoonscertificaat.
- • tijdens een controle of een waarneming anderszins;
- • naar aanleiding van ontvangen meldingen van de certificaathouder;
- • naar aanleiding van bij de CKI ontvangen klachten;
- • naar aanleiding van ontvangen informatie over bij de uitvoering van werkzaamheden gepleegde strafbare feiten;
- • naar aanleiding van ontvangen informatie over gepleegde strafbare feiten die een relatie hebben met de werkzaamheden of de hierbij toegepaste middelen;
- • naar aanleiding van handelingen waardoor de veiligheid of de gezondheid van werknemers of derden in gevaar wordt gebracht;
- • die door de CKI als tekortkomingen worden aangemerkt. Voorbeelden van tekortkomingen zijn het niet naleven van de gedragscode vuurwerkdeskundige en het niet (volledig en/of tijdig) bijhouden van een registratie, zoals beschreven in hoofdstuk 13 van dit document.
- • het onderwerp van certificatie,
- • entreecriteria die gesteld worden om toegelaten te worden tot het certificeringsproces,
- • de eindtermen die gelden ten behoeve van het certificaat,
- • de wijze waarop het voldoen aan de eindtermen wordt beoordeeld en gerapporteerd,
- • de beoordeling die plaatsvindt bij hercertificatie,
- • te stellen eisen aan het certificaat,
- • geldigheidscondities.
- • Groot Vuurwerk (het ter plaatse tot ontbranding brengen, opbouwen, installeren, monteren, assembleren en na ontbranding verwijderen, het bewerken in een inrichting als bedoeld in artikel 3.2.1 van het Vuurwerkbesluit, afgekort: GV);
- • Pyrotechnische Speciale Effecten (het ter plaatse tot ontbranding brengen, opbouwen, installeren, monteren, assembleren en na ontbranding verwijderen van pyrotechnische speciale effecten, het bewerken in een inrichting als bedoeld in artikel 3.2.1 van het Vuurwerkbesluit, afgekort: PSE);
- • Het verwerken, verpakken en herverpakken van professioneel vuurwerk in een inrichting (beperkt toepassingsgebied: het tot ontbranding brengen, opbouwen, installeren, monteren, assembleren, na ontbranding verwijderen en bewerken, (voor)monteren en assembleren is uitgesloten, afgekort: BT).
- • Beschikken over een voor het toepassingsgebied relevant getuigschrift c.q. diploma dat afgegeven is door een door de CKI geaccepteerde exameninstelling zoals beschreven in hoofdstuk 5. De geldigheidsduur van het persoonscertificaat is gelimiteerd tot maximaal drie jaar na de datum waarop het getuigschrift/diploma is behaald.
- • Aantoonbaar minimaal tien maal betreffende soort arbeid binnen het toepassingsgebied Groot Vuurwerk c.q. Pyrotechnische Speciale Effecten hebben verricht onder toezicht van (een) certificaathouder(s) in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag. De CKI vraagt hiertoe onderliggende werkplannen of informatie ter inzage op.Het werkplan dient te voldoen aan de eisen conform art. 4.9 1e lid Arbobesluit en zoals bedoeld in bijlage XI van de Arboregeling. Deze eis geldt niet voor het toepassingsgebied ‘Het bewerken, verwerken, verpakken, herverpakken, voormonteren, monteren en assembleren van professioneel vuurwerk in een inrichting’.
- • Zich conformeren aan de gedragscode en dienovereenkomstig handelen.
- • Beschikken over een recente (niet ouder dan zes maanden) Verklaring Omtrent Gedrag in relatie tot het toepassingsgebied van het certificaat.
- 1. De deskundige dient kennis te hebben van de geldende wet- en regelgeving die betrekking heeft op het werken met professioneel vuurwerk.
- 2. De deskundige dient kennis te hebben van de verschillende aspecten van de pyrotechniek.
- 2.1. De deskundige dient kennis te hebben van de geschiedenis en ontwikkeling van pyrotechnische effecten.
- 2.2. De deskundige dient kennis te hebben van de eigenschappen van pyrotechnische mengsels die in professioneel vuurwerk worden toegepast.
- 2.3. De deskundige dient grondige kennis te hebben van materiaaleigenschappen met betrekking tot gevoeligheid.
- 3. De deskundige dient kennis hebben van de verschillende aspecten van veiligheid en gezondheid, het voorkomen van inademen of inslikken bij het werken met professioneel vuurwerk.
- 3.1. De deskundige dient een grondige kennis te hebben van de manier waarop veilig gewerkt moet worden met professioneel vuurwerk.
- 3.2. De deskundige dient te beschikken over grondige kennis en vaardigheid met betrekking tot wijze waarop gehandeld moet worden bij calamiteiten.
- 3.3. De deskundige dient inzicht te hebben in situaties waarbij brandend materiaal tot veiligheidsproblemen kan leiden. Hij dient de aanwezige brandblusmiddelen te kunnen hanteren.
- 3.4. De deskundige dient een grondige kennis te hebben van de benodigde persoonlijke beschermingsmiddelen.
- 4. De deskundige dient een grondige kennis te hebben van materialen die bij het werken met groot vuurwerk toegepast worden.
- 4.1. De deskundige dient een grondige kennis te hebben van de verschillende soorten groot vuurwerk.
- 4.2. De deskundige dient kennis te hebben van het gereedschap en de hulpmiddelen die gebruikt worden tijdens het werken met groot vuurwerk.
- 4.3. Grondige kennis is nodig waar het gaat om gereedschap dat gebruikt wordt bij het verwerken van pyrotechnische mengsels en half- en eindfabrikaten van groot vuurwerk.
- 4.4. De deskundige dient grondige kennis te hebben van de benodigde materialen alsook de inspectie van die materialen te kunnen uitvoeren.
- 4.5. De deskundige dient een grondige kennis te hebben met betrekking tot de materiaal- keuze voor mortieren.
- 4.6. De deskundige dient een grondige kennis te hebben van de plaatsing van mortier- buizen.
- 4.7. De deskundige dient een grondige kennis te hebben van de manier waarop mortier- buizen geïnspecteerd moeten worden.
- 4.8. De deskundige dient een grondige kennis te hebben van de oorzaken en effecten van disfunctionering van mortieren.
- 4.9. De deskundige dient een grondige kennis te hebben van de verschillende ontstekingsmiddelen.
- 4.10. De deskundige dient een grondige kennis te hebben van mogelijke halffabrikaten en losse pyrotechnische middelen.
- 5. De deskundige dient een grondige kennis en vaardigheid te bezitten ten aanzien van het veilig tot ontbranding brengen van groot vuurwerk.
- 5.1 De deskundige dient een grondige kennis en vaardigheid te bezitten met betrekking tot het opstellen van het werkplan.
- 5.2 De deskundige dient grondige kennis en vaardigheid te bezitten met betrekking tot de wijze waarop een show moet worden opgebouwd.
- 5.3 De deskundige dient grondige kennis en vaardigheid te hebben met betrekking tot het gereedmaken van het terrein.
- 5.4 De deskundige dient een grondige kennis en vaardigheid te bezitten met betrekking tot veiligheidsaspecten bij het uitladen en de opslag van vuurwerkartikelen.
- 5.5 De deskundige dient kennis en vaardigheid te bezitten met betrekking tot de manier waarop delen van de show vooraf kunnen worden voorbereid en het vooraf opbouwen van stellages.
- 5.6 De deskundige dient een grondige kennis en vaardigheid te hebben met betrekking tot losse pyrotechnische mengsels.
- 5.7 De deskundige dient grondige kennis en vaardigheid te bezitten met betrekking tot opstellingen.
- 5.8 De deskundige dient een grondige kennis en vaardigheid te bezitten met betrekking tot het opstellen van de vuurwerkartikelen
- 5.9 De deskundige dient een grondige kennis en vaardigheid te bezitten met betrekking tot het handmatig tot ontbranding brengen van alle vormen van groot vuurwerk.
- 5.10 Grondige kennis en vaardigheid is vereist met betrekking tot het aansluiten en het veilige gebruik van elektrische ontstekers.
- 5.11 De deskundige dient een grondige kennis en vaardigheid te bezitten met betrekking tot het tot ontbranding brengen van grootvuurwerkartikelen.
- 5.12 De deskundige dient kennis en vaardigheid te bezitten met betrekking tot het tot ontbranding brengen van groot vuurwerk in bijzondere situaties.
- 5.13 De deskundige dient een grondige kennis en vaardigheid te bezitten met betrekking tot het veilig omgaan met weigeraars.
- 5.14 De deskundige dient een grondige kennis en vaardigheid te bezitten met betrekking tot het afbouwen van shows.
- 5.15 De deskundige dient een grondige kennis en vaardigheid te bezitten met betrekking tot het veilig verwijderen en onschadelijk maken van weigeraars.
- 6. De deskundige dient een grondige kennis te hebben van materialen die bij het werken met pyrotechnische speciale effecten toegepast worden.
- 6.1 De deskundige dient een grondige kennis te hebben van de verschillende soorten vuurwerk en van de wijze waarop deze veilig tot ontbranding kunnen worden gebracht.
- 6.2 De deskundige dient kennis te hebben van het gereedschap en de hulpmiddelen die gebruikt worden tijdens het werken met pyrotechnische speciale effecten.
- 6.3 Grondige kennis is nodig waar het gaat om gereedschap dat gebruikt wordt bij het verwerken van pyrotechnische mengsels en half- en eindfabrikaten van pyrotechnische speciale effecten.
- 6.4 De deskundige dient grondige kennis te hebben van de benodigde materialen alsook de inspectie van die materialen te kunnen uitvoeren.
- 6.5 Grondige kennis is vereist van elektrische ontstekers voor vuurwerkartikelen.
- 6.6 De deskundige dient een grondige kennis te hebben van losse pyrotechnische middelen.
- 7. De deskundige dient een grondige kennis en vaardigheid te bezitten ten aanzien van het veilig tot ontbranding brengen van pyrotechnische speciale effecten.
- 7.1 De deskundige dient een grondige kennis en vaardigheid te bezitten met betrekking tot het opstellen van het werkplan.
- 7.2 De deskundige dient grondige kennis en vaardigheid te bezitten met betrekking tot de wijze waarop een show moet worden opgebouwd.
- 7.3 De deskundige dient grondige kennis en vaardigheid te hebben met betrekking tot het gereedmaken van het theater.
- 7.4 De deskundige dient een grondige kennis en vaardigheid te bezitten met betrekking tot veiligheidsaspecten bij het uitladen en de opslag van vuurwerkartikelen.
- 7.5 De deskundige dient grondige kennis en vaardigheid te bezitten met betrekking tot opstellingen.
- 7.6 De deskundige dient een grondige kennis en vaardigheid te hebben met betrekking tot losse pyrotechnische mengsels.
- 7.7 Grondige kennis en vaardigheid is vereist met betrekking tot het aansluiten en het veilige gebruik van elektrische ontstekers.
- 7.8 De deskundige dient een grondige kennis en vaardigheid te bezitten met betrekking tot het tot ontbranding brengen van pyrotechnische speciale effecten.
- 7.9 De deskundige dient een grondige kennis en vaardigheid te bezitten met betrekking tot het afbouwen van shows.
- 7.10 De deskundige dient een grondige kennis en vaardigheid te bezitten met betrekking tot het veilig verwijderen en onschadelijk maken van weigeraars.
- a) Algemeen (professioneel vuurwerk, pyrotechniek, veiligheid en gezondheid)
- b) Groot Vuurwerk
- c) Pyrotechnische Speciale Effecten.
- • meerkeuze vragen (deel A);
- • open vragen (deel B);
- • cases (deel C).
- • Beschikken over een voor het toepassingsgebied relevant getuigschrift c.q. diploma dat afgegeven is door een door de CKI geaccepteerde exameninstelling zoals beschreven in hoofdstuk 5. De geldigheidsduur van het persoonscertificaat is gelimiteerd tot maximaal drie jaar na de datum waarop het getuigschrift/diploma is behaald.
- • Aantoonbaar minimaal zesmaal betreffende soort arbeid binnen het toepassingsgebied Groot Vuurwerk c.q. Pyrotechnische Speciale Effecten te hebben verricht in de drie jaar voorafgaand aan de aanvraag. Dit dient te blijken uit het overleggen van tenminste twee werkplannen over elk van deze drie jaren. Het werkplan dient te vol- doen aan de eisen conform art. 4.9 1e lid Arbobesluit en zoals bedoeld in bijlage XI van de Arboregeling. Voor deze eis kan schriftelijk een gemotiveerd dispensatiever- zoek ter besluitvorming worden ingediend bij het CCvD-VD. Deze eis geldt niet voor het toepassingsgebied ‘Het bewerken, verwerken, verpakken, herverpakken, voormonteren, monteren en assembleren van professioneel vuurwerk in een inrichting’.
- • Zich conformeren aan de gedragscode en dienovereenkomstig handelen.
- • Beschikken over een recente (niet ouder dan zes maanden) Verklaring Omtrent Gedrag in relatie tot het toepassingsgebied van het certificaat.
- • Overleggen van de in hoofdstuk 13 van dit document voorgeschreven registratie over de periode sinds de afgifte van het vorige persoonscertificaat.
- • Achternaam en voorletters van de gecertificeerde persoon;
- • Geboorteplaats en geboortedatum van de gecertificeerde persoon;
- • Eenduidig certificaatnummer;
- • Naam, contactgegevens en KvK-nummer van de CKI die het certificaat verleend heeft;
- • Referentie naar de norm waaraan getoetst is (SCVE-VD);
- • Scope van het certificaat (GV en/of PSE, of beperkt toepassingsgebied), inclusief de geldigheidscondities (zie hoofdstuk 13);
- • De ingangsdatum van het certificaat en de datum waarop het certificaat ophoudt geldig te zijn;
- • Logo Beheerstichting SCVE;
- • Kenmerk aanwijzingsbeschikking SZW;
- • Op het certificaat van toepassing zijnde reglementen van de CKI;
- • Aanwijzingen voor de gebruiker:
- − Dit WSCS-VD is alleen geldig indien de certificaathouder is vermeld in het register van vuurwerkdeskundigen dat is te benaderen via de internetsite van SCVE.
- − Vragen over de geldigheid van dit persoonscertificaat kunnen worden gericht aan de CKI.
- • Geschikt voor professioneel vuurwerk dat bestemd is voor gebruik buiten
- • (open lucht) tijdens een evenement of voorstelling.
- • Professioneel werken met consumentenvuurwerk is toegestaan.
- • Werkzaamheden conform werkplan op locatie.
- • Geschikt voor werk bij geringe publieksafstanden.
- • Professioneel werken met consumentenvuurwerk is uitgesloten.
- • Werkzaamheden conform werkplan op locatie.
- • uitsluitend geschikt voor verwerken (intern transport, opslag), verpakken en herverpakken van professioneel vuurwerk in een inrichting.