Bijlage XIIa Arbeidsomstandighedenregeling: behorend bij artikel 4.17b
Document: WDAT-VD INHOUD 1. Inleiding 2. Definities 3. Werkveldspecifieke kenmerken 3.1 Beschrijving document 3.2 Actieve partijen 3.3 Risicoanalyse m.b.t. functioneren CKI 4. Eisen ten behoeve van de aanwijzing 4.1 Persoonscertificatie Vuurwerkdeskundige 4.2 Centraal College van Deskundigen SCVE 4.3 Klachten en bezwaarschriften 4.4 Onderhoud van het WSCS-VD 4.5 Certificatiepersoneel 4.6 Uitbesteding 4.7 Eisen aan personeel van onderaannemers 4.8 Instructies, vertrouwelijkheid en onafhankelijkheid 4.9 Personeelsdossiers 4.10 Gegevens op het certificaat 4.11 Toezicht op de certificaathouder 4.12 Hercertificatie 4.13 Gebruik van het persoonscertificaat en beeldmerken 4.14 Aanwijzingscriteria 5. TOEZICHT 6. MAATREGELEN Het tot ontbranding brengen van professioneel vuurwerk, het ter plaatse opbouwen, installeren, monteren, assembleren en na ontbranding verwijderen van professioneel vuurwerk, alsmede het bewerken, verwerken, verpakken, herverpakken, voormonteren, monteren en assembleren van professioneel vuurwerk in een inrichting als bedoeld in artikel 3.2.1 Vuurwerkbesluit, betreft een risicovolle beroepsactiviteit. Om het maatschappelijke belang – veiligheid en gezondheid in verband met de arbeid – te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de vakbekwaamheid van vuurwerkdeskundigen. Het certificaat wordt onder deze regeling verstrekt door CKI’s. Om certificaten te mogen verstrekken dient een CKI hiertoe te worden aangewezen door de minister van SZW. Dit gebeurt door een toetsing aan dit WDA&T. In dit document is aangegeven aan welke regels en procedures de betreffende CKI’s zich dienen te houden. Begrip of afkorting : Betekenis Aanvrager van een certificaat : De persoon die bij de certificatie-instelling een aanvraag doet voor het afgeven van een certificaat voor vuurwerkdeskundige. Aanwijzing : Aanwijzing van een instelling bij of krachtens wettelijk voorschrift door de minister van SZW. Beoordeli
- • Stichting Certificatie Vuurwerk & Explosieven (SCVE)
- • Centraal College van Deskundigen Vuurwerkdeskundige (CCvD-VD)
- • Met succes afgeronde opleiding tot lead-auditor van kwaliteitsmanagementsystemen;
- • Beroepsopleiding op minimaal HBO-niveau;
- • Kennis van en ervaring op het gebied van examinering en inzicht in toetsmethoden, alsmede voldoen aan tenminste een van de volgende eisen:
- − Met succes afgelegd examen vuurwerkdeskundige in de toepassingsgebieden Groot Vuurwerk en Pyrotechnische Speciale Effecten;
- − Veiligheidskundige opleiding op minimaal HVK-niveau (of gelijkwaardig).
- • Ervaring met het beoordelen dossiers in het kader van persoonscertificatie;
- • Beroepsopleiding op minimaal MBO-niveau;
- • Kennis van en ervaring op het gebied van examinering;
- • Kennis van persoonscertificatie (NEN-EN-ISO/IEC 17024:2012).
- • Met succes afgeronde opleiding tot lead-auditor van kwaliteitsmanagementsystemen;
- • Beroepsopleiding op minimaal HBO-niveau;
- • Kennis van en ervaring op het gebied van examinering en inzicht in toetsmethoden;
- • Managementfunctie binnen de CKI;
- • Minimaal drie jaar ervaring met persoonscertificatie (NEN-EN-ISO/IEC 17024:2012).
- • Naam en adres;
- • Werkgever en functie;
- • Opleiding en werkervaring
- • Ervaring en training met betrekking tot functie die wordt vervuld in het kader van het certificatieschema Vuurwerkdeskundige;
- • Taken en verantwoordelijkheden binnen de CKI;
- • Verslagen van beoordeling- en/of functioneringsgesprekken;
- • Registraties van kwalificatie(s) in het kader van de persoonscertificatieschema Vuurwerkdeskundige;
- • Datum van de meest recente aanpassing van het dossier.
- 4.14.1. De aangewezen CKI en de werknemers die met de keuringen of beoordelingen zijn belast, voeren deze uit met de grootste mate van beroepsintegriteit.
- 4.14.2. Er is een integriteitsbeleid, dat waar nodig in duidelijke voorschriften is uitgewerkt. Het personeel heeft zich aantoonbaar hieraan geconformeerd.
- 4.14.3. De aangewezen CKI treedt integer en niet buiten zijn bevoegdheden in de markt op.
- 4.14.4. Het personeel van de aangewezen CKI is aantoonbaar gebonden aan beroepsgeheim ten aanzien van al hetgeen het bij de uitoefening van zijn taak in het kader van het besluit ter kennis is gekomen, behalve tegenover de ter zake bevoegde overheidsinstanties.
- 4.14.5. De aangewezen CKI is bestuursorgaan in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en dient te voldoen aan bestuurswetgeving zoals de Algemene wet bestuursrecht, de Wet openbaarheid van bestuur en de Archiefwet 1995.
- 4.14.6. De aangewezen CKI dient te beschikken over een WA verzekering die voldoende dekking biedt voor redelijkerwijs te verwachten risico’s.
- 4.14.7. De aangewezen CKI dient een procedure te hebben waarin geregeld is dat in geval van ontdekking van een vermoeden van direct gevaar voor de veiligheid dit ogenblikkelijk door de desbetreffende medewerker gemeld wordt, en waarin staat beschreven dat de instelling z.s.m. de belanghebbenden informeert, waaronder indien van toepassing de betreffende overheidsinstantie.
- 4.14.8. Bij beëindiging van de activiteiten door de aangewezen CKI dient deze terstond de minister van SZW te informeren. De minister van SZW bepaalt wat de (voorheen) aangewezen CKI met de dossiers moet doen, de (voorheen) aangewezen CKI dient hieraan mee te werken. Dit vrijwaart de (voorheen) aangewezen CKI niet van eventuele aansprakelijkheid voor fouten in door haar uitgevoerde keuringen of beoordelingen.
- 4.14.9. De aangewezen CKI dient de volgende procedures op schrift te hebben gesteld: een zienswij- zeprocedure (afdeling 4.1.2 Awb), een bezwaarschriftprocedure (hoofdstuk 6 en 7 Awb) en een klachtenprocedure (hoofdstuk 9 Awb). .
- 4.14.10. De aangewezen CKI moet zich aantoonbaar laten vertegenwoordigen in het nationale overleg van de instellingen, georganiseerd door het CCvD en de CKI’s nemen deel aan het overleg met het CCvD. De CKI’s moeten kunnen aantonen de afspraken uit het overleg met het CCvD uit te voeren.
- 4.14.11. Meldplicht van het weigeren, opschorten of intrekken van certificaten aan de andere CKI’s.
- 4.14.12. De Cki houdt zich bij de op te leggen sancties/maatregelen aan het vastgestelde sanctie- en maatregelenbeid. In geval van kennelijke onredelijkheid heeft de CKI op grond van de Awb de bevoegdheid hier van af te wijken. Afwijking geschiedt alleen op grond van door de certifi- caathouder aan te dragen argumenten. De onderbouwing voor de afwijking wordt opgeno- men in het besluit over de opgelegde sanctie. Afwijkingen worden geregistreerd door de CKI.
- 4.14.13. Alle documenten en registraties in het verkeer met de overheid dienen in het Nederlands te zijn tenzij anders met de overheid overeengekomen.
- 4.14.14. Verbod op onderuitbesteding op afgifte van certificaten en de daaraan voorafgaande beoordeling en beslissing.
- a) Zich jaarlijks voor 1 maart schriftelijk aan SZW te verantwoorden over de rechtmatigheid en doeltreffendheid van het functioneren op elk werkveld waarvoor de instelling door de minister van SZW is aangewezen (de schriftelijke verantwoording wordt naar de Nederlandse Arbeidsinspectie, gezonden). In deze schriftelijke verantwoording worden tenminste de onderwerpen behandeld:
- 1. de door de instelling afgegeven, geschorste, ingetrokken dan wel geweigerde certificaten;
- 2. wijzigingen in de op het werkveld van de CKI betrekking hebbende accreditaties, reglementen en procedures;
- 3. wijzigingen in de op het werkveld van de CKI betrekking hebbende taakverdeling
- 4. wijzigingen in de bestuurssamenstelling;
- 5. wijzigingen in de statuten of het huishoudelijk reglement;
- 6. aan derden uitbestede werkzaamheden;
- 7. structurele knelpunten op het werkveld van de instelling die zich in de uitvoeringspraktijk hebben voorgedaan;
- 8. het gevoerde overleg en de samenwerking op het werkveld met andere certificerende instellingen;
- 9. door de instelling ontvangen klachten en de wijze van afhandeling daarvan;
- 10. tegen de beslissingen van de instelling ingediende bezwaren en aangespannen zaken en de wijze van afhandeling daarvan;
- 11. een financieel verslag betreffende de activiteiten waarvoor de instelling is aangewezen.
- b) Mee te werken aan controles in opdracht van SZW (in de praktijk betekent dit dat de controles door de Nederlandse Arbeidsinspectie, en nationale accreditatie-instantie uitgevoerd kunnen worden) .
- c) Tijdige en juiste informatie te verstrekken die SZW nodig heeft om te kunnen beoordelen of zij aan de aanwijzingsnormen blijft voldoen (in de praktijk betekent dit dat deze informatie aan de Nederlandse Arbeidsinspectie, of aan de nationale accreditatie-instantie verstrekt moet worden).
- d) Terstond informatie te verstrekken aan SZW en aan SCVE in het kader van hun registratietaak, over individuele certificaten/certificaathouders waaraan een sanctie is opgelegd (in de praktijk betekent dit dat deze informatie aan de Nederlandse Arbeidsinspectie, verstrekt moet worden).
- e) Informatie te verstrekken aan de Nederlandse Arbeidsinspectie over de wijze waarop zij certificaten heeft verstrekt en van de wijze waarop zij het doen en laten van certificaathouders periodiek beoordeelt.
- f) Aan te tonen aan SZW dat zij voldoende controleert of certificaathouders blijven voldoen aan de certificatie-eisen (in de praktijk betekent dit dat deze informatie aan de Nederlandse Arbeidsinspectie, of aan de nationale accreditatie-instantie verstrekt moet worden). In ieder geval worden frequentie, aard en omvang (tijdsduur) van de controles weergegeven.
- g) SZW in te lichten zodra zij voornemens is een of meer van haar taken te beëindigen.
- h) SZW in te lichten zodra zij een aanvraag indient voor een aanvullende accreditatie of beoordeling op basis van een wettelijke specifiek schema.