Art. 8.5 Arbeidsomstandighedenregeling, Gebruik van kleuren
Voor zover signalering geschiedt door middel van een veiligheidskleur wordt:
a. met de kleur rood aangeduid:
1°. een verbodssignaal;
2°. gevaar of alarm;
3°. identificatie en lokalisatie van brandbestrijdingsmateriaal en brandweeruitrusting;
b. met de kleur geel of oranje-geel aangeduid een waarschuwingssignaal;
c. met de kleur blauw aangeduid een gebodssignaal;
d. met de kleur groen aangeduid:
1°. een reddingssignaal of een eerste hulp-signaal;
2°. een veilige situatie.