Art. 5 Regeling kinderopvang en buitenschoolse opvang alleenstaande ouders 1997, Subsidie aan gemeenten

Regeling kinderopvang en buitenschoolse opvang alleenstaande ouders 1997

1. Met inachtneming van de artikelen 2 en 3 bedraagt de subsidie per gerealiseerde nieuwe kinderopvangplaats op alle werk- of studiedagen van de week: f 18.525 voor het gehele kalenderjaar vermenigvuldigd met de in het tweede lid omschreven omrekenfactor.

2. De omrekenfactor bedraagt bij:

a. hele-dagopvang: 1;

b. halve-dagopvang: 0,66;

c. buitenschoolse opvang: 0,66;

d. gastouderopvang: 0,4.

3. De subsidie wordt naar evenredigheid verlaagd, indien:

a. de kinderopvangplaats, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, b of c, niet op alle werk- of studiedagen van de week wordt gerealiseerd of slechts gedurende een gedeelte van het kalenderjaar; of

b. de kinderopvangplaats, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, slechts gedurende een gedeelte van het kalenderjaar wordt gerealiseerd.

4. De na toepassing van de leden 1, 2 en 3 berekende subsidie wordt verlaagd indien de gemiddelde feitelijke bezetting van de gerealiseerde nieuwe kinderopvangplaatsen over 1997, lager is dan 75%. Voorzover deze gemiddelde bezetting, beneden de 75% blijft, wordt het verschil in procentpunten vermenigvuldigd met 1,33 en vervolgens in mindering gebracht op de subsidie.