Art. 1 Regeling indeling van het bedrijfs- en beroepsleven in sectoren

Regeling indeling van het bedrijfs- en beroepsleven in sectoren

Het bedrijfs- en beroepsleven wordt verdeeld in de volgende sectoren, elk omvattende één of meer takken van bedrijf of beroep of gedeelten daarvan, zoals aangegeven in de bij deze regeling behorende bijlage:

1. Agrarisch bedrijf

2. Tabakverwerkende industrie

3. Bouwbedrijf

4. Baggerbedrijf

5. Houten emballage-industrie, houtwaren- en borstelindustrie

6. Timmerindustrie

7. Meubel- en orgelbouwindustrie

8. Groothandel in hout, zagerijen, schaverijen en houtbereidingsindustrie

9. Grafische industrie

10. Metaalindustrie

11. Elektrotechnische industrie

12. Metaal-en technische bedrijfstakken

13. Bakkerijen

14. Suikerverwerkende industrie

15. Slagersbedrijven

16. Slagers overig

17. Detailhandel en ambachten

18. Reiniging

19. Grootwinkelbedrijf

20. Havenbedrijven

21. Havenclassificeerders

22. Binnenscheepvaart

23. Visserij

24. Koopvaardij

25. Vervoer KLM

26. Vervoer NS

27. Vervoer posterijen

28. Taxi- en ambulancevervoer

29. Openbaar Vervoer

30. Besloten busvervoer

31. Overig personenvervoer te land en in de lucht

32. Overig goederenvervoer te land en in de lucht

33. Horeca algemeen

34. Horeca catering

35. Gezondheid, geestelijke en maatschappelijke belangen

36. vervallen

37. vervallen

38. Banken

39. Verzekeringswezen en ziekenfondsen

40. Uitgeverij

41. Groothandel I

42. Groothandel II

43. Zakelijke Dienstverlening I

44. Zakelijke Dienstverlening II

45. Zakelijke Dienstverlening III

46. Zuivelindustrie

47. Textielindustrie

48. Steen-, cement-, glas- en keramische industrie

49. Chemische industrie

50. Voedingsindustrie

51. Algemene industrie

52. Uitzendbedrijven

53. Bewakingsondernemingen

54. Culturele instellingen

55. Overige takken van bedrijf en beroep

56. Schildersbedrijf

57. Stukadoorsbedrijf

58. Dakdekkersbedrijf

59. Mortelbedrijf

60. Steenhouwersbedrijf

61. Overheid, onderwijs en wetenschappen

62. Overheid, rijk, politie en rechterlijjke macht

63. Overheid, defensie

64. Overheid, provincies, gemeenten en waterschappen

65. Overheid, openbare nutsbedrijven

66. Overheid, overige instellingen

67. Werk en (re)Integratie

68. Railbouw

69. Telecommunicatie