Bijlage I Nadere regels attractie- en speeltoestellen: bij artikel 4 van de Nadere regeling attractie- en speeltoestellen
Nadere regels attractie- en speeltoestellen
Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit Wijziging Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (uitvoeren van aanbevelingen uit de evaluatie en rapportages) (Stb. 2016/134) in werking treedt.
- 1. De aangewezen instelling en de sub-contractor, de directeuren daarvan en de met de keuring of beoordeling belaste werknemers zijn niet de ontwerper, de fabrikant, de leverancier of de installateur van de toestellen die zij keuren of beoordelen, noch de gemachtigde van één der genoemde personen. Zij treden bij het ontwerpen, de bouw, de verkoop of het onderhoud van deze toestellen noch rechtstreeks, noch als gemachtigde van de betrokken partijen op.
- 2. De aangewezen instelling, de sub-contractor en de werknemers die met de keuringen zijn belast, voeren de keuringen of beoordelingen uit met de grootste mate van beroepsintegriteit en technische bekwaamheid; zij zijn vrij van elke pressie en beïnvloeding, met name van financiële aard, die hun boordeling of de uitslagen van hun keuring kan beïnvloeden, met name door personen of groepen van personen die bij de resultaten van de keuring of beoordeling belang hebben.
- 3. De aangewezen instelling en de sub-contractor beschikken over de nodige werknemers en middelen om de met de uitvoering van de keuringen verbonden technische en administratieve taken op passende wijze te vervullen; tevens hebben de aangewezen instelling en de sub-contractor toegang tot het nodige materiaal voor bijzondere keuringen of beoordelingen.
- 4. De werknemer die met de keuring of de beoordeling is belast:
- a. heeft met goed gevolg een op de keuringswerkzaamheden gerichte, technische beroepsopleiding afgerond;
- b. heeft voldoende kennis van de voorschriften betreffende de keuringen of beoordelingen die hij verricht en voldoende ervaring met deze keuringen of beoordelingen;
- c. bezit de vereiste vakbekwaamheid om op grond van de verrichte keuringen of beoordelingen verklaringen, processen-verbaal en rapporten op te stellen.
- 5. De onafhankelijkheid van de werknemers die met de keuringen of beoordelingen zijn belast dient te zijn gewaarborgd. De bezoldiging van elke functionaris is niet afhankelijk van het aantal keuringen of beoordelingen dat hij verricht, noch van de uitslagen van de keuringen of beoordelingen.
- 6. De aangewezen instelling dient over een kwaliteitssysteem te beschikken dat aantoonbaar voldoet aan de norm NEN-EN-ISO/IEC 17020:2012 of de norm NEN-EN-ISO/IEC 17065/2012 dan wel tot 15 september 2015 de norm NEN-EN 45.011. Een subcontractor dient over een kwaliteitssysteem te beschikken dat aantoonbaar voldoet aan de norm NEN-EN-ISO/IEC 17025:2005.
- 7. De aangewezen instelling dient een verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid te sluiten.
- 8. De sub-contractor heeft rechtspersoonlijkheid.