Bijlage 3 Warenwetregeling liften: behorend bij artikel 5 Warenwetregeling Liften
Document: WSCS-Liften Gebruiksfase INHOUD 1. Inleiding 1.1 Proces van keuring 1.2 Verantwoordelijkheden voor de betrokken partijen 1.3 Geldigheidsduur werkveldspecifiek document 2. Verklaring van begrippen 3. Werkveldspecifieke kenmerken 3.1 Risicoananlyse 4. Certificatieprocedure 4.1 Doelstelling 4.2 Procedure aanvragen van certificaat 4.3 Certificatieprocedures 4.4 Beslissing inzake het certificaat 4.5 Geldigheid van het certificaat 4.6 Geldigheidscondities van het certificaat 4.7 Klachtenregeling 4.9 Interpretatie regelgeving 5. Toezicht op veiligheid liften 5.1 Toegang 5.2 Frequentie van het toezicht 5.3 De wijze van uitvoering van het toezicht 5.4 Verslag van bevindingen 5.5 Maatregelen 6. Onderwerp van certificatie 6.1 Keuring van liften vóór de eerste ingebruikname tijdens de bouwfase van een gebouw of bouwwerk (bijlage A) 6.2 Periodieke keuring van een lift tijdens de bouwfase van een gebouw of bouwwerk (bijlage B) 6.3 Periodieke keuring 6.4 Keuring na vervanging of herstel en keuring na wijziging 7. Eisen 7.1 Eisen tijdens de bouwfase en vóór de eerste ingebruikname 7.2 Eisen voor periodieke keuring 7.3 Eisen voor heringebruikneming 8. Toetsmethodiek 8.1 Toetsmethodiek tijdens de bouwfase 8.2 Toetsmethodiek voor periodieke keuring 8.3 Toetsmethodiek voor heringebruikneming 9. Het certificaat Bijlage A Bijlage B. Bijlage C1 Bijlage C2 Bijlage D Bijlage E In deze inleiding worden de werking en de context beschreven waarin het nu voorliggende Werkveldspecifiek Certificatieschema binnen het werkveld ‘keuring van liften in de gebruiksfase’ functioneert in relatie tot de norm NEN-EN ISO/IEC 17020:2004. De Stichting Beheer Certificatie Liften (SBCL) treedt voor het werkveld ‘liften’ op als beheerstichting met betrekking tot de schema’s voor aanwijzing en toezicht en certificatieschema’s. Binnen SBCL fungeert een Centraal College van Deskundigen Liften (CCvDL), waarin belanghebbenden de mogelijkheid hebben tot deelname aan het overleg over het opstellen en onderhou
- a. keuring vóór ingebruikneming van liften in de bouwfase van een gebouw of bouwwerk.
- b. periodieke keuring van liften tijdens de bouwfase van een gebouw of bouwwerk.
- c. periodieke keuring van liften tijdens de gebruiksfase van een gebouw of bouwwerk.
- d. (incidentele) keuring na herstel of gedeeltelijke vervanging van liften in de gebruiksfase van een gebouw of bouwwerk,
- e. (incidentele) keuring na wijziging van liften in de gebruiksfase van een gebouw of bouwwerk.
- • Keuren van liften conform het werkveldspecifieke certificatieschema en de daarin opgenomen normen en eisen.
- • Afgeven van een keuringsrapport en (na genomen beslissing tot goedkeuring) afgeven van een certificaat van goedkeuring op de installatie conform het werkveldspecifieke certificatieschema.
- • Aanbrengen van een kenmerk in de kooi conform het werkveldspecifieke certificatieschema.
- • Behandelen van klachten en verzoeken om herziening tegen haar beslissingen.
- • Afsluiten van een overeenkomst met de beheersstichting.
- • Dient zich te houden aan de gestelde eisen in het kader van het werkveldspecifieke certificatieschema.
- • Dient mee te werken aan alle vormen van toezicht in het kader van het werkveldspecifieke certificatieschema.
- • Dient aan de CKI de kosten te voldoen die gemaakt zijn bij het beoordelen en toezicht houden.
- − passagiers en/of onderhouds- of inspectiepersoneel vanuit of vanaf de lift in de schacht vallen,
- − personen vanaf de verdiepingsvloer in de schacht vallen,
- − personen bekneld raken tussen een liftonderdeel en de schachtwand,
- − onderhouds- of inspectiepersoneel in de schachtput of schachtkop bekneld raakt,
- − de lift bediend wordt door niet-deskundige personen,
- − de lift een ongecontroleerde of onbedoelde opwaartse of neerwaartse beweging maakt.
- • een veiligheidscomponent in de ontwerp- en productiefase aan relevante Europese richtlijnen te voldoen en volgens de Richtlijn liften 95/16/EG te worden gecertificeerd,
- • een lift in de ontwerp- en productiefase aan relevante Europese richtlijnen te voldoen en volgens de Richtlijn liften 95/16/EG te worden gecertificeerd,
- • een relevant kwaliteitsmanagementsysteem te worden beoordeeld volgens de Richtlijn liften 95/16/EG,
- • de lift binnen de wettelijk gestelde termijnen te worden gekeurd en gecertificeerd.
- a. soort document, met uniek identificatienummer,
- b. identificatie van de CKI, met aanwijzingsgegevens,
- c. identificatie van de inspecteur,
- d. identificatie van de opdrachtgever,
- e. omvang van de keuringsopdracht,
- f. datum (data) van uitvoering de keuring
- g. identificatie van de gekeurde lift, en indien van toepassing identificatie van specifieke gekeurde componenten,
- h. informatie over zaken die niet volgens de oorspronkelijke opdracht zijn uitgevoerd,
- i. identificatie of korte beschrijving van de beoordelingspunten, gebruikte keuringsmethoden en keuringsprocedures, en indien van toepassing de identificatie van afwijkingen, toevoegingen of uitsluitingen van deze methoden en procedures,
- j. het gehanteerde certificatieschema, met kenmerk en beheerder daarvan,
- k. een eenduidige beschrijving van de geconstateerde tekortkoming(en) en aandachtspunten,
- l. de eenduidige conclusie op basis van de keuring (goedgekeurd of afgekeurd),
- m. een verwijzing naar de gehanteerde klachtenregeling en de mogelijkheid tot verzoek om herziening,
- • keuring van liften vóór de eerste ingebruikname tijdens de bouwfase van een gebouw of bouwwerk (6.1);
- • periodieke keuring van liften tijdens de bouwfase van een gebouw of bouwwerk (6.2);
- • periodieke keuring van liften tijdens de gebruiksfase van een gebouw of bouwwerk (6.3);
- • keuring van liften na een herstelling zonder ontwerpwijziging of vervanging van één of meer hoofd- en/of veiligheidscomponenten door hetzelfde type (6.4.1);
- • keuring van liften vóór de ingebruikname na een wijziging (6.4.2).
- a. controleren van de volledigheid en juistheid van de documenten betreffende de verificatie op overeenstemming met de Richtlijn Liften,
- b. controleren of de conformiteitscontrole goed is uitgevoerd.
- 1. controleren of nog wordt voldaan aan de geldende vervaardigingvoorschriften en het Warenwetbesluit liften,
- 2. controle op de goede werking van de lift. Bovenbeschreven beoordelingen vinden plaats aan de hand van een hiervoor opgestelde specifieke certificatieprocedure als beschreven in Bijlage B.
- • Bij het einde van de bouwfase van een gebouw of bouwwerk en voordat een lift die daarvóór in gebruik was ter beschikking komt voor gebruik na de bouwfase, moet op grond van deze functiewijziging worden vastgesteld of deze lift nog steeds of wederom voldoet aan de op die lift betrekking hebbende bepalingen van het Warenwetbesluit liften, en alsdan inclusief de eventuele brandweerfunctie. De controle hierop kan worden uitgevoerd door de installateur van de lift indien deze beschikt over een kwaliteitsborgingssysteem overeenkomstig module H, of door een instelling indien deze is aangemeld en aangewezen voor het uitvoeren van een eindcontrole of eenheidskeuring. Als bewijs voor het uitgevoerd zijn van deze controle wordt door de installateur een proces verbaal van oplevering (of een gelijkwaardig document) van de lift voor algemeen gebruik opgesteld en ondertekend.
- • Het resultaat van de laatste keuring is bepalend voor het al dan niet afgeven van een certificaat van goedkeuring.
- • Zodra de lift ter beschikking komt voor algemeen gebruik, dat wil zeggen alle gebruik niet zijnde bouwgebruik, is paragraaf 6.3 Periodieke keuring van een lift tijdens de gebruiksfase van een gebouw of bouwwerk van toepassing.
- • controleren of nog wordt voldaan aan de geldende vervaardigingvoorschriften en het Warenwetbesluit liften,
- • controle op de goede werking van de lift.
- • controleren of nog wordt voldaan aan de geldende vervaardigingvoorschriften en het Warenwetbesluit liften,
- • controle op de goede werking van de lift.
- • controleren of nog voldaan wordt aan de geldende vervaardigingvoorschriften en het Warenwetbesluit liften,
- • controleren van de documentatie van het herstel en/of de vervanging,
- • onderzoek, controle en, indien nodig, beproeving (eventueel met belasting) van de lift,
- • controleren van de goede werking van de lift.
- • controleren of nog voldaan wordt aan de geldende vervaardigingvoorschriften en het Warenwetbesluit liften,
- • controleren van de documenten betreffende het herstel en/of de vervanging,
- • onderzoek, controle en, indien nodig, beproeving (eventueel met belasting) van de lift.
- • controleren of nog voldaan wordt aan de geldende vervaardigingvoorschriften en het Warenwetbesluit liften,
- • controleren van de documentatie van de activiteit,
- • onderzoek, controle en, indien nodig, beproeving (eventueel met belasting) van de lift,
- • controle van de goede werking van de lift.
- • controleren of nog voldaan wordt aan de geldende vervaardigingvoorschriften en het Warenwetbesluit liften,
- • controleren van de documenten betreffende de wijziging,
- • onderzoek, controle en, indien nodig, beproeving (eventueel met belasting) van de lift.
- • aanduiding van het type document (certificaat) met uniek documentnummer;
- • beschrijving/titel van de installatie;
- • registratienummer van de installatie;
- • identificatiegegevens van de fabrikant/installateur;
- • adres en plaats van de installatie;
- • identificatiegegevens van de eigenaar/opdrachtgever;
- • naam en aanwijzingsbeschikkingnummer van de CKI die het certificaat heeft verleend;
- • Warenwetbesluit op basis waarvan het certificaat is afgegeven;
- • referentie naar het specifieke certificatieschema voor het product (met identificeerbare versie);
- • scope van het certificaat, inclusief de geldigheidscondities;
- • de datum van keuring;
- • de datum van het certificaat;
- • de uiterlijke datum waarbinnen de eerstvolgende periodieke keuring moet plaatsvinden;
- • een vermelding op het certificaat dat de CKI verklaart dat op het moment van de keuring de betreffende lift voldoet aan de eisen uit het in het certificaat genoemde certificatieschema
- • ondertekening door een daartoe geautoriseerde functionaris van de CKI.
- a. de eigenaar van een lift is verantwoordelijk voor de aanwezigheid van een geldig certificaat van goedkeuring.
- b. de EG-verklaring van overeenstemming van een lift dient door degene die deze afgeeft gemeld te worden bij een instelling als bedoeld in lid d.
- c. vóór de eerste ingebruikname van een lift tijdens de bouwfase van een gebouw of bouwwerk moet een keuring van die lift worden uitgevoerd.
- d. de hier bedoelde keuring wordt uitgevoerd door een daartoe door het Ministerie van SZW aangewezen instelling (hierna: CKI).
- e. deze CKI geeft het hier genoemde certificaat van goedkeuring af.
- f. deze CKI brengt als blijk van goedkeuring in de kooi een kenmerk aan.
- g. als een lift wordt afgekeurd en als gevolg daarvan een certificaat van goedkeuring niet zal worden afgegeven, mag die lift niet in bedrijf worden gesteld. De inspecteur van de CKI (hierna: inspecteur) deelt de eigenaar of de vertegenwoordiger van de eigenaar mede dat die lift buiten bedrijf behoort te zijn en te blijven.
- h. een gekeurde lift die is afgekeurd moet worden herkeurd door de CKI die deze lift heeft afgekeurd.
- i. tekortkomingen worden door de inspecteur in het liftboek en in het rapport aan de eigenaar vermeld.
- j. tekortkomingen, ook als deze tijdens de keuring worden hersteld, worden in het rapport van de instelling aan de eigenaar vermeld.
- k. op de uitvoering van de controle is het Arbeidsomstandighedenbesluit van toepassing.
- a. de eigenaar van een lift is verantwoordelijk voor de aanwezigheid van een geldig certificaat van goedkeuring.
- b. tijdens het gebruik van een lift in de bouwfase van een gebouw of bouwwerk moeten de periodieke keuringen van die lift worden uitgevoerd binnen drie (3) maanden na de op het laatste certificaat van goedkeuring vermelde keuringsdatum.
- c. de hier bedoelde keuring wordt uitgevoerd door een daartoe door het Ministerie van SZW aangewezen instelling (hierna: CKI).
- d. deze CKI geeft het hier genoemde certificaat van goedkeuring af.
- e. deze CKI brengt als blijk van goedkeuring in de kooi een kenmerk aan.
- f. als een lift wordt afgekeurd omdat er tekortkomingen worden geconstateerd die een direct ernstig gevaar voor leven of gezondheid van personen opleveren, zal de CKI dit onmiddellijk melden aan de Inspectie SZW.
- g. een gekeurde lift die is afgekeurd moet worden herkeurd door de CKI die deze lift heeft afgekeurd.
- h. als een lift is afgekeurd, mag die lift niet meer in bedrijf zijn of in bedrijf worden gesteld. De inspecteur deelt de eigenaar of de vertegenwoordiger van de eigenaar mede dat die lift buiten bedrijf behoort te worden gesteld.
- i. tekortkomingen aan een lift worden door de inspecteur in het liftboek en in het rapport aan de eigenaar vermeld.
- j. tekortkomingen, ook als deze tijdens de keuring worden hersteld, worden in het rapport van de CKI aan de eigenaar vermeld.
- k. het resultaat van de laatst uitgevoerde keuring bepaalt of de lift wel of niet in gebruik mag zijn.
- l. de lijst van inspectiepunten geeft de minimale keuringsinhoud weer maar is niet limitatief.
- m. op de uitvoering van de keuring is het Arbeidsomstandighedenbesluit van toepassing.
- 1. afkeuring, gevolgd door melding aan de Inspectie SZW en stilzetten van de lift.
- 2. afkeuring van de lift.
- 3. aandachtspunt, waarvan de ernst naar het oordeel van de inspecteur tot goedkeur of afkeur kan leiden.
- a. de eigenaar van een lift is verantwoordelijk voor de aanwezigheid van een geldig certificaat van goedkeuring.
- b. tijdens het gebruik van de lift in de gebruiksfase van een gebouw of bouwwerk dient de eerste periodieke keuring te worden uitgevoerd binnen twaalf (12) maanden na het beschikbaar komen van de lift voor algemeen gebruik. De daarop volgende periodieke keuringen dienen telkens binnen achttien (18) maanden na de voorgaande keuring te worden uitgevoerd.
- c. de hier bedoelde keuring wordt uitgevoerd door een daartoe door het Ministerie van SZW aangewezen instelling (hierna: CKI).
- d. deze CKI geeft het hier genoemde certificaat van goedkeuring af.
- e. deze CKI brengt als blijk van goedkeuring in de kooi een kenmerk aan.
- f. bij liften die niet gebouwd zijn overeenkomstig de Richtlijn Liften 95/16/EG moeten de periodieke keuringen binnen 18 (achttien) maanden na de laatste keuringsdatum plaatsvinden.
- g. een nieuwe EG-verklaring van overeenstemming van een lift dient door degene die deze verklaring afgeeft gemeld te worden bij een instelling als genoemd in lid c.
- h. als een lift wordt afgekeurd omdat er tekortkomingen worden geconstateerd die een direct ernstig gevaar voor leven of gezondheid van personen opleveren, zal de CKI dit onmiddellijk melden aan de Inspectie SZW.
- i. een gekeurde lift die is afgekeurd moet worden herkeurd door de CKI die deze lift heeft afgekeurd.
- j. als een lift is afgekeurd, mag die lift niet meer in bedrijf zijn of in bedrijf worden gesteld. De inspecteur deelt de eigenaar of de vertegenwoordiger van de eigenaar mede dat die lift buiten bedrijf behoort te worden gesteld.
- k. tekortkomingen aan een lift worden door de inspecteur in het liftboek en in het rapport aan de eigenaar vermeld.
- l. tekortkomingen, ook als deze tijdens de keuring worden hersteld, worden in het rapport van de instelling aan de eigenaar vermeld.
- m. het resultaat van de laatst uitgevoerde keuring bepaalt of een lift wel of niet in gebruik mag zijn.
- n. de lijst van inspectiepunten geeft de minimale keuringsinhoud weer maar is niet limitatief.
- o. op de uitvoering van de keuring is het Arbeidsomstandighedenbesluit van toepassing.
- 1. afkeuring, gevolgd door melding aan de Inspectie SZW en stilzetten van de lift.
- 2. Afkeuring van de lift
- 3. Aandachtspunt, waarvan de ernst naar het oordeel van de inspecteur tot goedkeur of afkeur kan leiden
- a. de eigenaar van een brandweerlift is verantwoordelijk voor de aanwezigheid van een geldig certificaat van goedkeuring.
- b. tijdens het gebruik van de brandweerlift in de gebruiksfase van een gebouw of bouwwerk dient de eerste periodieke keuring te worden uitgevoerd binnen twaalf (12) maanden na het beschikbaar komen van de lift voor algemeen gebruik. De daarop volgende periodieke keuringen dienen telkens binnen achttien (18) maanden na de voorgaande keuring te worden uitgevoerd.
- c. de hier bedoelde keuring wordt uitgevoerd door een daartoe door het Ministerie van SZW aangewezen instelling (hierna: CKI).
- d. deze CKI geeft het hier genoemde certificaat van goedkeuring af.
- e. een nieuwe EG-verklaring van overeenstemming van een brandweerlift dient door degene die deze verklaring afgeeft gemeld te worden bij een instelling als genoemd in lid c.
- f. als een brandweerlift wordt afgekeurd zal de CKI dit onmiddellijk melden aan de Inspectie SZW en aan de brandweer in de betreffende veiligheidsregio.
- g. een gekeurde brandweerlift die is afgekeurd moet worden herkeurd door de CKI die deze brandweerlift heeft afgekeurd.
- h. als een brandweerlift is afgekeurd of een nieuw certificaat van goedkeuring niet zal worden afgegeven, mag die brandweerlift niet meer in bedrijf zijn of in bedrijf worden gesteld. De inspecteur deelt de eigenaar of de vertegenwoordiger van de eigenaar mede dat die brandweerlift buiten bedrijf behoort te worden gesteld. De inspecteur brengt in de directe nabijheid van de brandweerschakelaar een teken van afkeur aan.
- i. als een lift is afgekeurd of een nieuw certificaat van goedkeuring niet zal worden afgegeven en de brandweerlift dientengevolge niet (meer) in gebruik mag zijn, is de eigenaar van de lift verantwoordelijk voor buitengebruikstelling .
- j. tekortkomingen aan een brandweerlift worden door de inspecteur in het liftboek en in het rapport aan de eigenaar vermeld.
- k. tekortkomingen, ook als deze tijdens de keuring worden hersteld, worden in het rapport van de instelling aan de eigenaar vermeld.
- l. het resultaat van de laatst uitgevoerde keuring bepaalt of de lift wel of niet in gebruik mag zijn.
- m. de lijst van inspectiepunten geeft de minimale keuringsinhoud weer maar is niet limitatief.
- n. op de uitvoering van de keuring is het Arbeidsomstandighedenbesluit van toepassing.
- o. indien de Brandweer aanvullende maatregelen verplicht heeft gesteld om de lift toch als personenlift in gebruik te mogen hebben, kan de CKI het certificaat van goedkeuring pas afgeven nadat hij een bewijs van goedkeuring van deze maatregelen door de Brandweer heeft ontvangen.
- p. een lift die geïnstalleerd is als brandweerlift dient te allen tijde als brandweerlift te worden gekeurd. Een CKI mag hier alleen van afwijken indien de eigenaar van de lift een schriftelijke verklaring van de brandweer kan overleggen, waarin staat aangegeven dat de brandweer akkoord gaat met het (tijdelijk) vervallen van de brandweerfunctie van de betreffende lift.
- 1. afkeuring, gevolgd door melding aan de Inspectie SZW en stilzetten van de lift.
- 2. afkeuring van de lift en melding aan de eigenaar dat de lift niet in gebruik mag zijn.
- 3. aandachtspunt, waarvan de ernst naar het oordeel van de inspecteur tot goedkeur of afkeur kan leiden.
- a. de eigenaar van een lift is verantwoordelijk voor de aanwezigheid van een geldig certificaat van goedkeuring.
- b. de hier bedoelde keuring wordt uitgevoerd door een daartoe door het Ministerie van SZW aangewezen instelling (hierna: CKI).
- c. vóór elke ingebruikname na een herstel of vervanging van één of meerdere liftcomponenten van een lift moet door een inspecteur van een CKI (hierna: inspecteur) indien noodzakelijk een keuring volgens tabel 1 en/of tabel 2 worden uitgevoerd.
- d. een herstel of vervanging van één of meerdere liftcomponenten van een lift wordt door een inspecteur afgekeurd, indien niet is aangetoond dat het veiligheidsniveau van die lift na de beëindiging van dat herstel of die vervanging minimaal overeenkomstig is met het veiligheidsniveau vóór de aanvang van dat herstel of die vervanging.
- e. een gekeurde lift die is afgekeurd moet worden herkeurd door de instelling die deze lift heeft afgekeurd.
- f. bij de keuring gesignaleerde tekortkomingen worden door de inspecteur in het liftboek en in het rapport aan de eigenaar van de lift vermeld.
- g. bij een vervanging van één of meerdere liftcomponenten waarbij veiligheids-componenten betrokken zijn, dient conform de uitspraak van het Lift Comité van de Europese Commissie (§ 21 Guide to Application of the Lifts Directive 95/16/EC) het (de) nieuw te plaatsen veiligheidscomponent(en) overeenkomstig de laatste stand der techniek en in overeenstemming met de Richtlijn liften 95/16/EG te zijn.
- h. bij uitzondering kan het vanwege technische incompatibiliteit onmogelijk blijken, het originele veiligheidscomponent te vervangen door een veiligheidscomponent dat ontworpen en gefabriceerd is volgens de laatste stand der techniek. In dat geval mogen niet-CE-gemarkeerde veiligheidscomponenten worden gebruikt. Indien zulke veiligheidscomponenten worden gebruikt, gaan deze vergezeld van een verklaring in het liftboek dat deze uitsluitend vanwege technische incompatibiliteit zijn gemonteerd als vervanging van het originele niet-CE-gemarkeerde veiligheidscomponent.
- i. deze procedure geeft de minimale keuringsinhoud weer maar is niet limitatief.
- j. op de uitvoering van de keuring is het Arbeidsomstandighedenbesluit van toepassing.
- a. Herstellen in het algemeen is het terugbrengen naar de voorlaatste situatie. Herstellen van een liftcomponent in het bijzonder is het terugbrengen naar de uitvoeringsvorm, functionaliteit en veiligheidsniveau van vóór het herstel.
- b. Vervangen in het algemeen is verversen. Vervangen van een hoofd- en/of veiligheidscomponent in het bijzonder is het uitwisselen van het betreffende component in zijn totaliteit.
- c. Hoofdcomponenten in het algemeen zijn de belangrijkste bestanddelen van een samenstelling. Hoofdcomponenten van een lift in het bijzonder zijn die bestanddelen die genoemd worden in bijlage E.2, onderdeel b van de norm EN81-1:1998 en EN81-2:1998 met uitzondering van de veiligheidscomponenten.
- d. Veiligheidscomponenten in het algemeen zijn bestanddelen van een samenstelling die een veiligheidsfunctie waarborgen maar niet nodig zijn voor de werking van het object waar deze componenten zijn aangebracht. Veiligheidscomponenten van een lift in het bijzonder zijn die bestanddelen die genoemd worden in bijlage IV van de Richtlijn liften 95/16/EG.
- − samen met een wijziging van het bouwkundige deel;
- − zonder een wijziging van het bouwkundige deel.
- – een lift die geplaatst wordt in nieuwe gebouwen,
- – een lift die geplaatst wordt in bestaande gebouwen,
- – een lifttechnische installatie die geplaatst wordt in een bestaande schacht (inclusief die lifttechnische installatie waarbij de leiders en hun montagebeugels of alleen de montagebeugels van de leiders voor die lifttechnische installatie in de bestaande schacht behouden blijven).
- a. de eigenaar van een lift is verantwoordelijk voor de aanwezigheid van een geldig certificaat van goedkeuring.
- b. de hier bedoelde keuring wordt uitgevoerd door een daartoe door het Ministerie van SZW aangewezen instelling (hierna: CKI).
- c. vóór elke ingebruikname na een wijziging van een lift moet door een inspecteur van een CKI (hierna: inspecteur) indien noodzakelijk een keuring volgens tabel 1, 2 en 3 worden uitgevoerd.
- d. de wijziging van een lift wordt door de CKI afgekeurd indien niet is aangetoond dat het veiligheidsniveau van die lift na de beëindiging van de wijziging minimaal overeenkomstig is met het veiligheidsniveau vóór de aanvang van de wijziging.
- e. een gekeurde lift die is afgekeurd moet worden herkeurd door de CKI die deze lift heeft afgekeurd.
- f. het veiligheidsniveau vóór de aanvang van een wijziging wordt bepaald aan de hand van de bij de oorspronkelijke bouw van de lift vigerende normen en regelgevingen, rekening houdend met de laatste fysieke situatie van de lift zelf.
- g. bij de keuring gesignaleerde tekortkomingen worden door de inspecteur in het liftboek en in het rapport aan de eigenaar van de lift vermeld.
- h. bij een wijziging waarbij veiligheidscomponenten betrokken zijn, dient (dienen) conform de uitspraak van het Lift Comité van de Europese Commissie (§ 21 Guide to Application of the Lifts Directive 95/16/EC) het (de) nieuw te plaatsen veiligheidscomponent(en) overeenkomstig de laatste stand der techniek en in overeenstemming met Richtlijn liften 95/16/EG te zijn.
- i. bij uitzondering kan het vanwege technische incompatibiliteit onmogelijk blijken, het originele veiligheidscomponent te vervangen door een veiligheidscomponent dat ontworpen en gefabriceerd is volgens de laatste stand der techniek. In dat geval mogen niet-CE-gemarkeerde veiligheidscomponenten worden gebruikt. Indien zulke veiligheidscomponenten worden gebruikt, gaan deze vergezeld van een verklaring in het liftboek dat deze uitsluitend vanwege technische incompatibiliteit zijn gemonteerd als vervanging van het originele niet-CE-gemarkeerde veiligheidscomponent.
- j. deze procedure geeft de minimale keuringsinhoud weer maar is niet limitatief.
- k. op de uitvoering van de keuring is het Arbeidsomstandighedenbesluit van toepassing.
- l. bij liften gebouwd onder de Richtlijn liften 95/16/EG dienen de wijzigingen ook doorgevoerd te worden in de gebruikershandleiding en onderhoudsinstructies (NEN-EN 13015:2001.
- 1. een lift zoals gedefinieerd in het Warenwetbesluit liften art. 1 lid c is de samenvoeging van een lifttechnische installatie (het werktuigbouwkundig deel, dat zijn hier de niet-bouwkundige delen), een schacht en/of een machinekamer en/of een schijvenruimte (de drie bouwkundige delen).
- 2. een lifttechnische installatie is het samenspel van de technische voortbrengselen die tezamen een toestel vormen voor het vervoer van personen of goederen in een schacht.
- 3. een schacht is de ruimte waarin de kooi, het tegengewicht of het balanceergewicht van de lifttechnische installatie zich beweegt.
- 4. een machinekamer is de ruimte waarin de machine of machines en/of de bijbehorende apparatuur zijn geplaatst.
- 5. een schijvenruimte is de ruimte waarin niet de machine staat maar waarin de schijven en eventueel de snelheidsbegrenzer en de elektrische apparatuur zijn aangebracht.
- 6. een machine binnen tabel 3 is:
- a. bij een trommel-, ketting- of tractielift: de motor en zijn overbrengingskast of een overbrengingsloze aandrijving (ook wel bekend als gearless aandrijving) die de beweging en de stilstand van de kooi beheerst, en
- b. bij een direct of indirect aangedreven hydraulische lift: de pomp, zijn motor en de stuurkleppen die de beweging en de stilstand van de kooi beheerst.
- 7. een wijziging in het algemeen is een verandering van een ontwerp. Een wijziging van een lift is een verandering van het laatste ontwerp in de gebruiksfase.
- a. een wijziging van het werktuigbouwkundig deel van een lift is een
- ○ verandering van één of meerdere hoofdkenmerken (zie tabel 2), en/of
- ○ verandering van één of meerdere hoofd- en/of veiligheidscomponenten (zie tabel 3).
- b. een wijziging van een bouwkundig deel van een lift is een geometrische of fysische verandering.
- 8. een verplaatsing is een herplaatsing op een al of niet inpandige andere locatie.
- 9. hoofdkenmerken in het algemeen zijn de belangrijkste eigenschappen. Hoofdkenmerken van een lift in het bijzonder worden genoemd in bijlage E.2, onderdeel a van de norm EN81-1:1998 en EN81-2:1998.
- 10. hoofdcomponenten in het algemeen zijn de belangrijkste bestanddelen van een samenstelling. Hoofdcomponenten van een lift in het bijzonder zijn die bestanddelen die genoemd worden in bijlage E.2, onderdeel b van de norm EN 81-1:1998 en EN 81-2:1998, met uitzondering van de veiligheidscomponenten.
- 11. veiligheidscomponenten in het algemeen zijn bestanddelen van een samenstelling die een veiligheidsfunctie waarborgen maar niet nodig zijn voor de werking van het object waar deze componenten zijn aangebracht. Veiligheidscomponenten van een lift in het bijzonder zijn die bestanddelen die genoemd worden in bijlage IV van de Richtlijn liften 95/16/EG.