Bijlage 2 Warenwetregeling liften: behorend bij artikel 2 Warenwetregeling Liften

Warenwetregeling liften

Document: WDAT-Liften Gebruiksfase INHOUD 1. Inleiding 2. Verklaring van begrippen 3. Werkveldspecifieke kenmerken 3.1 Beschrijving document 3.3 Risicoanalyse 4. Eisen ten behoeve van de aanwijzing 4.1 Algemeen 4.2 Aanwijzingskavels 4.3 Keuring van Liften in de gebruiksfase 4.4 Aanwijzingscriteria 5 Toezicht op de instelling 6 maatregelen Liften in de gebruiksfase vormen een risicovol product. Om het maatschappelijke belang – veiligheid en gezondheid van personen – te waarborgen, is nationaal gekozen voor een wettelijk verplichte inspectiecertificatieregeling van liften. Een oordeel wordt onder deze regeling geveld door een aangewezen instelling in de gebruiksfase. Om een oordeel te mogen vellen, dient een instelling voor de gebruiksfase te worden aangewezen door de minister van SZW. Dit gebeurt door de organisatie en de activiteiten van de instelling te toetsen aan de criteria van dit Werkveldspecifiek Document voor Aanwijzing en Toezicht (WDA&T). In dit document wordt aangegeven, aan welke regels en procedures de betreffende instellingen zich voor de betreffende werkvelden dienen te houden. Een instelling die wil worden aangewezen dient daartoe een schriftelijk verzoek tot aanwijzing in bij de minister van SZW, dat vergezeld gaat van een op de dag van het aanwijzingsverzoek relevant en geldig positief beoordelingsrapport van de Raad voor Accreditatie dat niet ouder is dan vier maanden. De instelling is zelf verantwoordelijk voor het tijdig aanvragen van een verlenging van haar aanwijzing. De instelling dient ten behoeve van een aaneensluitende aanwijzing minimaal twee maanden voor de einddatum van de vigerende aanwijzing een aanwijzingsaanvraag in bij de Inspectie SZW. De Inspectie SZW neemt de aanvraag namens de Minister van SZW in behandeling en verstrekt ook de aanwijzingsbeschikking. In geval van een aanwijzing voor de gebruiksfase dient de instelling zich daartoe minimaal zes maanden vóór afloop van de aanwijzingstermijn te laten beoordelen door de Raad voor