Bijlage 1 Warenwetregeling liften: behorend bij artikel 2, Warenwetregeling Liften
Document: WDAT-Liften Handelsfase INHOUD 1. INLEIDING 2. DEFINITIES 3. WERKVELDSPECIFIEKE KENMERKEN 3.1 Beschrijving document 3.2 Risicoanalyse 4. EISEN TEN BEHOEVE VAN DE AANWIJZING 4.1 Algemeen kader 4.2 Aanwijzingskavels 4.3 Eisen aan de keuringsinstellingen 4.4 Productcertificatie, inspectie en systeemcertificatie 4.5 Functies en vakbekwaamheidseisen 4.6 Aanwijzingscriteria 5. TOEZICHT 6. MAATREGELEN Voor liften zijn wettelijk verplichte conformiteitbeoordelingsprocedures vastgesteld. De procedures zijn in overeenstemming met de Richtlijn 95/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 1995 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende Liften, hierna: de Richtlijn. De Richtlijn is geïmplementeerd in het Warenwetbesluit Liften. Voor elk product dat onder de Richtlijn valt moet een EG-verklaring van Overeenstemming worden opgesteld. Hierin verklaart de fabrikant dat aan alle essentiële eisen van veiligheid en gezondheid uit de Richtlijn wordt voldaan. De fabrikant of een gemachtigd persoon van de fabrikant ondertekent de verklaring en stuurt deze verklaring mee met het product. Ook brengt hij de CE- markering op het product aan. Keuringsinstellingen voeren productkeuringen uit. In Nederland gevestigde instellingen dienen door de minister van SZW te zijn aangewezen. Deze instellingen worden bij de Europese Commissie aangemeld als conformity assessment body (CAB), en zijn dan Notified Body (NoBo). Dit document voor aanwijzing en toezicht verwijst naar de Europese eisen waar keuringsinstellingen aan moeten voldoen alvorens de minister van SZW overgaat tot aanwijzing op een werkveld van het Warenwetbesluit Liften. De Raad voor Accreditatie zal aan de hand van dit document de keuringsinstellingen beoordelen1 De accreditatie levert ook op een beoordeling in de zin van het Warenwetbesluit. Kortweg komt deze beoordeling neer op het volgende: De geharmoniseerde normen zijn gepubliceerd door de Europese Commissie in het Official
- 1. Een (kandidaat) conformity assessment body (CAB) moet voldoen aan de eisen genoemd in de specifieke ‘nieuwe aanpak’ richtlijn en aan de eisen als genoemd in het besluit van het New Legislative Framework (NLF), ook wel ‘het goederenpakket’ genoemd;
- 2. De (kandidaat) CAB kan aantonen dat hij aan deze eisen voldoet door het overleggen van een accreditatie op de toepasselijke geharmoniseerde accreditatienorm voor de scope van de aanwijzing;
- 3. Als de (kandidaat) CAB kiest om niet de weg van accreditatie te volgen, kan de (kandidaat) CAB worden beoordeeld op basis van dezelfde geharmoniseerde norm als genoemd onder punt 2;
- a) Overlegt een (kandidaat) CAB accreditatie, dan resteert na melding in NANDO een stand still periode van 2 weken;
- b) Anders, als de (kandidaat) CAB geen accreditatie kan overleggen, moeten alle documenten waarop de lidstaat zijn oordeel baseert worden ge-upload en volgt na melding in NANDO een stand still periode van 2 maanden.
- 1) Warenwetbesluit en -regeling liften;
- 2) De minimumcriteria voor de aanwijzing van de aan te melden instanties door de Lid-Staten, zoals vermeld in bijlage VII van de Richtlijn;
- 3) artikel R17 Eisen in verband met aangemelde instanties van bijlage I van het Besluit;
- 4) Als er sprake is van een accreditatie voor de scope van de richtlijn op basis van de relevante geharmoniseerde accreditatienormen, dan is er een gerechtvaardigd vertrouwen dat daarmee is voldaan aan het criterium onder punt 2 en 3: de minimumcriteria voor de aanwijzing van de aan te melden instanties door de Lid-Staten zoals vermeld in bijlage VII van de Richtlijn en de eisen in verband met aangemelde instanties van artikel R17 van bijlage I van het Besluit.
- a) EG-Typeonderzoek van liften volgens Bijlage V-B (Module B)
- b) Eindcontrole volgens Bijlage VI (Module C)
- c) Eenheidskeuring volgens Bijlage X (Module G)
- d) Productkwaliteitsborging volgens Bijlage XII (Module E)
- e) Volledige kwaliteitsborging volgens Bijlage XIII (Module H)
- f) Productiekwaliteitsborging volgens Bijlage XIV (Module D)
- a. Grendelinrichtingen van schachtdeuren
- − EG-Typeonderzoek volgens Bijlage V-A (Module B)
- − Productkwaliteitsborging volgens Bijlage VIII (Module E)
- − Volledige kwaliteitsborging volgens Bijlage IX (Module H)
- − Overeenstemming met het type en steekproeven volgens Bijlage XI (Module C)
- b. Vanginrichtingen of inrichtingen die ongecontroleerde bewegingen naar boven verhinderen
- − EG-Typeonderzoek volgens Bijlage V-A (Module B)
- − Productkwaliteitsborging volgens Bijlage VIII (Module E)
- − Volledige kwaliteitsborging volgens Bijlage IX (Module H)
- − Overeenstemming met het type en steekproeven volgens Bijlage XI (Module C)
- c. Snelheidsbegrenzers
- − EG-Typeonderzoek volgens Bijlage V-A (Module B)
- − Productkwaliteitsborging volgens Bijlage VIII (Module E)
- − Volledige kwaliteitsborging volgens Bijlage IX (Module H)
- − Overeenstemming met het type en steekproeven volgens Bijlage XI (Module C)
- d. Energieopnemende buffers met
- − niet-lineare karakteristiek
- − terugslagdemping Energieafvoerende buffers
- − EG-Typeonderzoek volgens Bijlage V-A (Module B)
- − Productkwaliteitsborging volgens Bijlage VIII (Module E)
- − Volledige kwaliteitsborging volgens Bijlage IX (Module H)
- − Overeenstemming met het type en steekproeven volgens Bijlage XI (Module C)
- e. Veiligheidsinrichtingen op vijzels van hydraulische circuits die als vanginrichting worden gebruikt
- − EG-Typeonderzoek volgens Bijlage V-A (Module B)
- − Productkwaliteitsborging volgens Bijlage VIII (Module E)
- − Volledige kwaliteitsborging volgens Bijlage IX (Module H)
- − Overeenstemming met het type en steekproeven volgens Bijlage X I(Module C)
- f. Elektrische veiligheidsinrichtingen in de vorm van veiligheidscircuits met elektronische componenten
- − EG-Typeonderzoek volgens Bijlage V-A (Module B)
- − Productkwaliteitsborging volgens Bijlage VIII (Module E)
- − Volledige kwaliteitsborging volgens Bijlage IX (Module H)
- − Overeenstemming met het type en steekproeven volgens Bijlage XI (Module C)
- − een Certificaat van EG-typeonderzoek krachtens de Richtlijn liften, bijlage V-B,
- − een Verklaring van Eindcontrole krachtens de Richtlijn liften, bijlage VI,
- − een Certificaat van Overeenstemming krachtens de Richtlijn liften, bijlage X.
- a) Technisch manager: HBO-opleiding. grondige kennis vereist van de Richtlijn liften en vigerende procedures (zie hoofdstuk 4). Globale kennis van hijs- en hefwerktuigen. Algemene kennis en 5 jaar relevante ervaring op het gebied van systeem- en/of productcertificatie.
- b) Senior Inspecteur: HBO-opleiding. 2 jaar relevante ervaring in engineering en/of onderhoud en/of inspectie van hijs- en hefwerktuigen. Diepgaande kennis van de Richtlijn Liften en normen op het gebied van liften. Kennis van kwaliteitssystemen en ervaring in het ‘veiligheidsdenken’.
- c) Inspecteur: MBO-opleiding, 2 jaar relevante ervaring in engineering en/of onderhoud en/of inspectie van hijs- en hefwerktuigen. Kennis van de Richtlijn liften en normen op het gebied van liften.
- 1. De aangewezen CKI is bestuursorgaan in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en dient te voldoen aan bestuurswetgeving zoals de Algemene wet bestuursrecht, de Wet openbaarheid van bestuur en de Archiefwet 1995.
- 2. Bij beëindiging van de activiteiten door de aangewezen CKI dient deze terstond de minister van SZW te informeren. De minister van SZW bepaalt wat de (voorheen) aangewezen CKI met de dossiers moet doen, de (voorheen) aangewezen CKI dient hieraan mee te werken. Dit vrijwaart de (voorheen) aangewezen CKI niet van eventuele aansprakelijkheid voor fouten in door haar uitgevoerde keuringen of beoordelingen.
- 3. De aangewezen CKI dient de volgende procedures op schrift te hebben gesteld: een zienswijzeprocedure (afdeling 4.1.2 Awb), een bezwaarschriftprocedure (hoofdstuk 6 en 7 Awb) en een klachtenprocedure (hoofdstuk 9 Awb).
- 4. Alle documenten en registraties in het verkeer met de overheid dienen in het Nederlands te zijn tenzij anders met de overheid overeengekomen.
- 5. Voor zover een sanctie- en maatregelenbeleid is vastgesteld, dient de CKI zich bij de op te leggen sancties/maatregelen aan dit sanctie- en maatregelenbeleid te houden. In geval van kennelijke onredelijkheid heeft de CKI op grond van de Awb de bevoegdheid hier van af te wijken. Afwijking geschiedt alleen op grond van door de certificaathouder aan te dragen argumenten. De onderbouwing voor de afwijking wordt opgenomen in het besluit over de opgelegde sanctie. Afwijkingen worden geregistreerd door de CKI.
- a) Zich jaarlijks vόόr 1 maart over het afgelopen kalenderjaar schriftelijk aan de minister van SZW te verantwoorden over de rechtmatigheid en doeltreffendheid van het functioneren op elk werkveld waarvoor de minister van SZW haar heeft aangewezen. In deze verantwoording worden de volgende onderwerpen behandeld:
- 1. de door haar afgegeven, geschorste, ingetrokken dan wel geweigerde certificaten of verklaringen van overeenstemming;
- 2. wijzigingen in de accreditaties, reglementen en procedures;
- 3. wijziging in de bestuurssamenstelling;
- 4. wijzigingen in de statuten of het huishoudelijk reglement;
- 5. aan derden uitbestede werkzaamheden;
- 6. structurele knelpunten die zich in de uitvoeringspraktijk hebben voorgedaan;
- 7. het gevoerde overleg en de samenwerking met andere instellingen die conformiteitbeoordelingen verrichten in het kader van de Richtlijn;
- 8. door haar ontvangen klachten en de wijze van afhandeling daarvan;
- 9. tegen haar beslissingen ingediende bezwaren en aangespannen beroepszaken en de wijze van afhandeling daarvan;
- 10. het aantal malen per kalenderjaar dat afgeweken wordt van het sanctie- en maatregelenbeleid, genoemd in punt 4.6 onderdeel 5.
- b) Mee te werken aan controles door SZW en tijdige en juiste informatie te verstrekken aan personen die daartoe door de minister zijn aangewezen.
- c) Indien sprake is van accreditatie op basis van een geharmoniseerde accreditatienorm:
- 1. de minister van SZW terstond te informeren als de accreditatie dreigt te worden opgeschort of ingetrokken en als de accreditatie is opgeschort of ingetrokken, met vermelding van de reden.
- 2. De minister van SZW in te lichten zodra zij een aanvraag indient voor een aanvullende accreditatie of beoordeling.
- d) De minister van SZW in te lichten zodra zij een of meer van haar taken, waarvoor zij is aangewezen, wenst te beëindigen.
- e) De minister van SZW terstond te informeren over intrekking van een certificaat of verklaring van overeenstemming.
- f) De minister van SZW te informeren over hoe zij certificaten en verklaringen van overeenstemming verstrekt en hoe zij houders van certificaten of verklaringen van overeenstemming periodiek beoordeelt.