Art. 3 Mandaatregeling Buitenlandse Zaken 1996, Vervanging

Mandaatregeling Buitenlandse Zaken 1996

Bij afwezigheid of verhindering van degene aan wie een (onder)mandaat is verleend, wordt diens bevoegdheid op grond van het (onder)mandaat voor de duur van de afwezigheid of verhindering door diens als zodanig schriftelijk aangewezen plaatsvervanger dan wel waarnemer uitgeoefend.