Bijlage 2 Wijziging vaststelling energieprogramma’s (tweede tranche)

Wijziging vaststelling energieprogramma’s (tweede tranche)

Het doel van het programma Warmtepompen is het bevorderen van de toepassing van warmtepompen in de woningbouw, in utiliteitsgebouwen en in de industrie in brede zin, en wel op zodanige wijze, dat daarmee maximaal wordt bijgedragen aan de besparing op het gebruik van fossiele brandstoffen. Het programma richt zich vooral op projecten op het gebied van haalbaarheid, specifieke technologie-ontwikkeling, demonstratie en marktintroductie. Behalve via het onderhavige programma is in sommige situaties ook ondersteuning voor de investering in warmtepompen mogelijk via het Besluit tenders industriële energiebesparing (BTIEB) of via het Besluit subsidies energiebesparende technieken (BSET). De anti-cumulatiebepalingen van de onderscheiden besluiten zijn onverkort van toepassing. Dit onderdeel richt zich op de toepassing van warmtepompsystemen in de huishoudelijke sector en op zowel individuele als collectieve systemen. In 1996 komen vooral projecten voor subsidie in aanmerking die gericht zijn op: Dit onderdeel richt zich op de toepassing van warmtepompsystemen in de sector utiliteitsgebouwen in zowel individuele als collectieve systemen. De voornaamste soorten projecten die in 1996 voor subsidie in aanmerking komen, zijn: Toepassingsgebieden waar de eerste voorkeur naar uitgaat, zijn kantoorgebouwen, zorginstellingen, zwembaden en hotels. De voornaamste soorten projecten die in 1996 voor subsidie in aanmerking komen zijn respectievelijk haalbaarheidsstudies en kennisoverdrachtprojecten die de toepassing van warmte-pompen in de juiste context in een industrieel proces aantonen en de basis vormen voor investeringsbeslissingen respectievelijk verdere marktintroductie. De voornaamste soorten toepassingen waar de ondersteuning zich op richt, zijn: Dit met name voor toepassing in de sectoren voedings- en genotmiddelenindustrie, papier, textiel, chemie, keramiek en agrarische sector, waaronder de glastuinbouw. De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstell