Art. 5 Beleidsregel amateurluchtvaartuigen

Beleidsregel amateurluchtvaartuigen

1. Het onderhoud en de revisie van een amateurluchtvaartuig, onderdelen en uitrustingsstukken daarvan, worden uitgevoerd overeenkomstig de aanbevelingen van de ontwerper, aangevuld met:

a. de aanwijzingen van de directeur-generaal, voorzover deze betrekking hebben op verplichte instrumenten, radio-communicatie-, navigatie- en identificatieapparatuur, inzake de tijdstippen waarop onderhoud en revisie worden uitgevoerd;

b. de aanwijzigen, als bedoeld in artikel 76, eerste lid, van de Regeling Toezicht Luchtvaart; en

c. de door de ontwerper aanbevolen wijzigingen die aan de luchtwaardigheid zijn gerelateerd.