Bijlage 4 Regeling vaststelling van enige energieprogramma’s 1996 (derde tranche)
Regeling vaststelling van enige energieprogramma’s 1996 (derde tranche)
Het doel van het programma Warmtevoorziening is enerzijds advisering aan gemeenten op Vinexlocaties en grote stadsuitbreidingen om te komen tot een optimale energie-infrastructuur, anderzijds het bewerkstelligen van een zo volledig mogelijke benutting van laagwaardige warmte die vrijkomt bij de opwekking van elektriciteit (W/K en AVI’s) en andere thermische processen, ten behoeve van ruimteconditionering (verwarming, koeling) en warm tapwater, via collectieve voorzieningen. Daarnaast heeft het programma ten doel het versnellen en vergroten van de inzet van warmtepompen. Het programma is ingedeeld in vier onderdelen: Toelichting op de bovengenoemde aspecten: ad a. De haalbaarheid van de projecten moet afdoende zijn aangetoond. Voor beoordeling van een project wordt, naast een inschatting van de technische en financieel/economische haalbaarheid, tevens rekening gehouden met factoren van organisatorische en bestuurlijke aard, alsmede met de financiële draagkracht van de aanvrager. ad b. Bij de bepaling van de milieuverdienste wordt rekening gehouden met: ad d. Een schatting dient te worden gemaakt van de uiteindelijk bereikbare penetratie van een maatregel, met de daarbij behorende mogelijke energiebesparing. Voorts worden in aanmerking genomen eventuele andere belemmerende factoren die aanwezig zijn, zelfs als het project als zodanig tot een positief resultaat leidt. Aan de doelstelling van het programma kunnen met name bijdragen gemeenten, leveranciers van apparaten, energiedistributiebedrijven, adviesbureau’s of een combinatie hiervan. Het bedrag dat beschikbaar is voor het doen van subsidietoezeggingen op in 1996 ontvangen aanvragen met betrekking tot het programma Warmtevoor-ziening bedraagt voor genoemde onderdelen f 1.740.000,00. Aanvragen met betrekking tot het programma Warmtevoorziening moeten zijn ontvangen in de periode 15 augustus 1996 tot en met 30 november 1996. Nadere informatie is verkrijgbaar bij: Novem, postbus 17, 6130 AA Sittard 046-4202302
- Haalbaarheidsstudies naar mogelijke opties voor de optimale energie-infrastructuur op Vinex-locaties of bij grote stadsuitbreidingen met een maximale subsidie van f 35.000,00 per studie.
- Toepassing van laag-temperatuur-systemen ten behoeve van ruimteverwarming: haalbaarheidsstudies, praktijkexperimenten en demonstratieprojecten, gebaseerd op restwarmtebenutting, zonneverwarmingsinstallatie of aangepaste HR-ketel in combinatie met laag-temperatuur-systemen ten behoeve van ruimteverwarming, met behoud van het huidig comfort-niveau, komen voor subsidie in aanmerking. Onder een laag-temperatuur-systeem wordt hierbij verstaan een systeem, waarvan de aanvoertemperatuur maximaal 70∞C en de retourtemperatuur maximaal 40∞C bedraagt. Deze projecten kunnen bestaan uit de volgende afzonderlijke hoofdkomponenten of een combinatie hiervan: laag-temperatuur-warmtedistributiesysteem, laag-temperatuur-ruimteverwarmingslichamen, tapwaterinstallatie en regeltechnische installaties. Laatstgenoemde installatie dient geschikt te zijn voor een aanvoertemperatuur van 70∞C en een uitkoeling van minimaal 30∞K.
- Toepassing van volumebemetering bij warmtelevering in combinatie met een laag temperatuur systeem: haalbaarheidsstudies, praktijkexperimenten of demonstratie-projecten welke bij voorkeur in combinatie aangesloten zijn op een warmtedistributiesysteem, waarbij de warmtemeting en warmteverrekening op basis van een volumemeting (fl/m3) - in plaats van de conventioneel GJ-bemetering (fl/GJ) - plaatsvindt, komen in aanmerking voor ondersteuning.
- Aansluiting van woningen op het warmtedistributienet: haalbaarheidsstudies van, en praktijkexperimenten met nieuwe technieken voor het aansluiten van woningen op een warmtedistributienet. Onder aansluiting wordt verstaan de verbinding tussen het distributienet en het afleverpunt in de woning. Voor ondersteuning komen in aanmerking nieuwe materialen, materiaalcombinaties en verbindingstechnieken.
- de mate waarin CO2-emissie wordt vermeden (ton/jaar);
- de mate waarin emissies van andere milieu-schadelijke stoffen wordt gereduceerd;