Bijlage 1 Regeling vaststelling van enige energieprogramma’s 1996 (derde tranche)
Regeling vaststelling van enige energieprogramma’s 1996 (derde tranche)
Het doel van het programma Diensten 1996 is het bijdragen aan de realisatie van de energiebesparingsdoelstelling utiliteitsbouw, zoals die in 1993 is geformuleerd in de Vervolgnota Energiebesparing. Hierin wordt voor deze sector tussen 1989 en 2000 een efficiency-verbetering van 23% ten doel gesteld. Ook projecten die voor 2000 gerealiseerd worden, maar hun bijdrage aan de energiebesparing grotendeels na 2000 leveren, komen in aanmerking voor een subsidie uit dit programma. Het programma is ingedeeld in drie onderdelen: De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstellingen van het programma, wordt tevens bepaald door de volgende aspecten: Toelichting op bovengenoemde aspecten: Ad a. Voor het vaststellen van de slaagkans van een project wordt, naast de technische en financieel/economische haalbaarheid, tevens rekening gehouden met factoren van organisatorische en bestuurlijke aard, alsmede met de financiële draagkracht van de aanvrager. Demonstratie- en marktintro-ductieprojecten kunnen worden ondersteund als de technische en financieel/economische haalbaarheid voldoende zijn aangetoond. Ad b. Bij de bepaling van de milieu-verdienste wordt, naast de energie-efficiency-verbetering, rekening gehouden met de te bereiken CO2-emissie-reductie. Ad d. Onderzoeks- en ontwikkelings-projecten worden mede beoordeeld op basis van de stand van zaken van voorafgaand onderzoek. Ad e. De projectkosten worden getoetst aan de energie- en milieuverdiensten in termen van kosten per hoeveelheid bespaarde primaire energie (gulden/GJ) en/of per hoeveelheid vermeden CO2-emissie (gulden/ton CO2). Ad f. Onder het nieuwheidscriterium wordt verstaan: Het betreft hier voor Nederland in meer of mindere mate grensverleggende toepassingen. Ad g. De ondersteuning van een project wordt mede beoordeeld op basis van inzicht in de markttoepassing, het herhalingspotentieel van het project of produkt, alsook het draagvlak van het project of produkt bij relevante marktpartijen. Ad h
- Nieuwbouw Utiliteit In dit onderdeel komen vooral projecten in aanmerking voor subsidies die gericht zijn op:
- onderzoeksprojecten en kennisoverdrachtsprojecten die gericht zijn op de ontwikkeling en toetsing van hulpmiddelen die gebruikt kunnen worden om tot een energie-efficiënt gebouwontwerp te komen;
- haalbaarheids- en demonstratieprojecten die zich richten op het verbeteren van de marktsituatie voor het bouwen op een energetisch niveau dat 10 tot 15% lager is dan de EPN-norm. Het betreft gebouwen tussen de 1000 en 10.000 m2 gebruiksoppervlakuit de sector kantoren, zorgsector en de sector onderwijs;
- produktontwikkeling c.q. -optimalisatie van energiebesparende maatregelen, relevant voor gebouwen, die nodig blijken om te voldoen aan de EPN+-doelstelling van 10 tot 15% lager dan de EPN-norm;
- kennisoverdrachtactiviteiten m.b.t. energieprestatienormering. Deze activiteiten dienen een voortzetting te zijn van het reeds eerder door Novem opgezette kennisoverdrachttraject inzake energieprestatienormering. Voor deze projecten komen in dit verband branche-organisaties uit de bouwwereld in aanmerking voor subsidie;
- haalbaarheids-, onderzoeks- of ontwikkelings-, demonstratie-, marktintroductie- en kennisoverdrachtsprojecten gericht op een snelle implementatie van technieken die een aanzienlijke energiebesparing kunnen opleveren binnen de utiliteitsbouw of binnen de openbare verlichting.
- Bestaande bouw Met bedrijven, instellingen of branches uit de utiliteitsbouw, met name de zakelijke dienstverlening, de detailhandel en horeca, het onderwijs en de zorgsector, worden door de overheid meerjarenafspraken gemaakt waarin wordt vastgelegd op welke wijze er gewerkt zal gaan worden aan de realisatie van besparingsdoelstellingen. Naast de meerjarenafspraken wordt er met grote branches samengewerkt om op gestructureerde wijze kennisoverdracht plaats te laten vinden naar de individuele instellingen en bedrijven die binnen de branche vallen. In 1996 komen die projecten voor subsidie in aanmerking die plaatsvinden in het kader van meerjarenafspraken of branche-aanpakken. Het kan daarbij gaan om haalbaarheidsprojecten, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, praktijkexperimenten, demonstratie- en marktintroductieprojecten en kennisoverdrachtprojecten die er op zijn gericht nieuwe technieken, methodieken of systemen die een substantiële bijdrage kunnen leveren aan het realiseren van de besparingsdoelstelling, grootschalig op de markt toegepast te krijgen. Naast de projecten die plaatsvinden in het kader van meerjarenafspraken of branche-aanpakken, worden kennisoverdrachtprojecten in de bestaande bouw ondersteund die voortkomen uit demonstratie- en ontwikkelingsprojecten die in voorgaande jaren zijn uitgevoerd en ondersteund door Novem.
- Installateurs In 1995 is er een intentieverklaring afgesloten met de branche-verenigingen van de installateurs en de adviseurs. Doel van deze verklaring is om in 1996 te komen tot een convenant waarin afspraken worden gemaakt over een versterkte rol van deze partijen bij het realiseren van energiebesparing. In 1996 komen die projecten in aanmerking voor subsidie die plaatsvinden in het kader van deze intentieverklaring. Het kan daarbij gaan om demonstratie- en marktintroductieprojecten en kennisoverdrachtsprojecten die er op gericht zijn nieuwe methodieken in deze branches geïmplementeerd te krijgen.
- de slaagkans van het project;
- de milieuverdienste van het project;
- de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen;
- de mate waarin het project past in een aanwezig innovatie-traject van de aanvrager of van anderen;
- de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstellingen van het programma;
- de nieuwheid van het project;
- de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt;
- de kostprijs(verlaging) van een voor het programma relevante techniek;
- de mate waarin relevante kennisoverdracht plaatsvindt;
- de looptijd van het project.
- toepassing van nieuwe dan wel vernieuwende technologieën;
- het geven van nieuwe toepassingen aan bestaande technologieën.
- de slaagkans van het project;
- de milieuverdienste van het project voor zover van toepassing;
- de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen;
- de mate waarin het project reproduceerbaar is en de mate waarin verwacht mag worden dat resultaten van het project indien positief tot verdere verbreiding van de techniek zullen leiden.