Bijlage 2 Regeling onderwerpen geschiedenis en staatsinrichting 1999 en stofomschrijving 1998 en 1999: europa en de Buitenwereld 1150-1350
Regeling onderwerpen geschiedenis en staatsinrichting 1999 en stofomschrijving 1998 en 1999
Bij het bepalen van een houding tegenover andere culturen worden hedendaagse Europeanen be‹nvloed door een eurocentrisch wereldbeeld en door een culturele basishouding gekleurd door nationale voorkeuren. Toch beschouwen wij onze samenleving als een open samenleving. Daarmee bedoelen we dat er veel contacten bestaan tussen ons en andere landen en culturen, dat we voor invloeden vanuit deze landen en culturen ontvankelijk zijn en dat we ons beeld over deze landen en culturen bijstellen wanneer nieuwe informatie dit noodzakelijk maakt. Over de middeleeuwse Europese samenleving bestond lange tijd een tegenovergesteld beeld: sinds de Renaissance werden de "midden eeuwen" tussen klassieke oudheid en nieuwe tijd beschouwd als een gesloten samenleving met weinig feitelijk juiste kennis over en contacten met de haar omringende gebieden en culturen. Bij zowel de opvatting omtrent de twintigste-eeuwse Europese samenleving als die omtrent de middeleeuwse kunnen vraagtekens worden geplaatst. In hoeverre staan twintigste-eeuwse (West-)Europeanen werkelijk open voor niet-westerse opvattingen en culturen, ook al zijn deze tegenwoordig in ruime mate binnen hun eigen landsgrenzen vertegenwoordigd? Speelt de neiging de eigen cultuur in vele opzichten als norm te hanteren niet nog steeds een belangrijke rol? Over de middeleeuwse Europese samenleving kunnen we ons afvragen of deze werkelijk zo gesloten was. Bleef de beeldvorming omtrent de buiten-Europese wereld inderdaad eeuwenlang grotendeels gebaseerd op legendarische en aan de fantasie ontsproten denkbeelden? En als men moeite had zijn beeld aan te passen op grond van nieuwe informatie, wat waren daarvoor dan de redenen? Al lijkt het een typisch hedendaags probleem, beeldvorming en het overnemen dan wel afwijzen van verschijnselen uit andere culturen zijn van alle tijden. Presentatie van dit onderwerp in een andere historische context dan de twintigste eeuw, draagt ertoe bij dat, door de grotere afstand in tijd, bepaalde processen d
- De toename van de contacten tussen de Arabische wereld en Europa leidde tot de vertaling van veel wetenschappelijke Arabische geschriften. Kennis uit de Oudheid was vaak alleen in een Arabische versie bewaard gebleven. Nadat er vertalingen waren gemaakt, was de kennis in Europa spectaculair vergroot. Dit betrof o.a. geografie en sterrenkunde. Men stelde zich op de hoogte van berekeningen over de omvang van de aarde, van kennis over de loop van rivieren en bergketens en van ideeën omtrent de vorm der werelddelen.
- Ook werden werken vertaald over de andere wetenschappen. De kennismaking met de algebra leidde tot de introductie van door ons als "Arabische" cijfers aangeduide tekens in plaats van de "Romeinse" cijfers. Allerlei ingewikkelde berekeningen werden veel eenvoudiger uitvoerbaar.
- In de Arabische wereld was de kennis van de werking van geneeskrachtige kruiden verder ontwikkeld, terwijl ook op het terrein van de chirurgie en de anatomie een grote voorsprong bestond. Dit had te maken met de grotere geneigheid in de Arabische wereld tot het verrichten van wetenschappelijke experimenten. Ook maakte de beschijving van ziektebeelden het mogelijk tot dan toe onbekende ziekten te herkennen.