Art. 4 IAOW 1996, Inkomen uit arbeid

Inkomensbesluit AOW 1996 (IAOW 1996)

1. Onder opbrengst van arbeid, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt, voor zover deze arbeid in dienstbetrekking wordt verricht doch niet door een werknemer in de zin van de Wet financiering sociale verzekeringen, verstaan de gelden en alle andere voordelen die als beloning voor die arbeid worden genoten.

2. Ten aanzien van de gelden en alle andere voordelen uit de dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, is het bepaalde bij artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen van overeenkomstige toepassing.

3. In afwijking van het tweede lid wordt niet als opbrengst van arbeid beschouwd:

a. een uitkering, die naar aard en strekking met een loondervingsuitkering overeenkomt;

b. een aanvulling daarop;

c. vakantie-uitkering.

4. In afwijking van het derde lid, onderdelen a en b, worden voor zolang de dienstbetrekking voortduurt, uitkeringen terzake van werkloosheid alsmede aanvullingen daarop als opbrengst van arbeid beschouwd.

Uitspraken die dit artikel aanhalen