Bijlage 2 Vaststelling enige energieprogramma’s (tweede tranche) 1996
Vaststelling enige energieprogramma’s (tweede tranche) 1996
Het doel van het EWAB-programma is het bevorderen van de toepassing van afval en biomassa als duurzame energiebron en wel op zodanige wijze, dat daarmee maximaal wordt bijgedragen aan de besparing op het gebruik van fossiele brandstoffen. Daarbij gelden de wettelijke milieuvoorschriften en het gepubliceerde milieu- en afvalstoffenbeleid als randvoorwaarden. Het programma richt zich vooral op projecten op het gebied van technologie-ontwikkeling, haalbaarheid, demonstratie en marktintroductie. Het programma is ingedeeld in drie onderdelen: Dit onderdeel richt zich op de thermische vergassing van afval en biomassa. Daaronder zijn tevens verwante technieken als pyrolyse, liquefactie en carbonisatie begrepen. De voornaamste soorten projecten die in 1996 voor subsidie in aanmerking komen zijn: Dit onderdeel richt zich op de omzetting van afval en biomassa in energie door middel van zowel thermische als biologische conversietechnieken (met uitzondering van vergassing, pyrolyse, liquefactie en carbonisatie). De nadruk ligt hierbij op de thermische conversieprocessen. De conversie kan zowel betrekking hebben op afvalstoffen als op biomassa: huishoudelijk afval (of fracties daaruit), hout (vers hout, oud hout, resthout), bedrijfsafval, zuiveringsslib, agrarische residuen, mest, stro, bermgras, energiegewassen. De voornaamste soorten projecten die in 1996 voor een subsidie in aanmerking komen zijn: Haalbaarheids-, ontwikkelings-, demonstratie- en markintroduktieprojecten gericht op: Daarnaast komen in beperkte mate in Nederland uit te voeren haalbaarheids- en kennisoverdrachtprojecten voor subsidie in aanmerking die zijn gericht op de implementatie van Nederlandse technologie en know how op het gebied van afvalverbranding, co-combustion, vergisting en stortgaswinning in het buitenland. Dit onderdeel richt zich op de realisatie van langjarige voorzieningszekerheid voor allerlei energie-opwekkingssystemen op basis van biomassa, zoals karakterisering, bewerking, import, teelt, lo
- projecten die gericht zijn op de ontwikkeling van de vergassingstechno-logie;
- projecten die gericht zijn op de haalbaarheid en demonstratie van (semi-)commerciële vergassingsprojecten;
- projecten die gericht zijn op de optimalisatie van de toepassing van vergassingsgas;
- projecten die gericht zijn op de ontwikkeling en haalbaarheid van pyrolyse-, liquefactie- en/of carbonisatieprocessen;
- projecten die gericht zijn op onderzoek naar het gedrag van diverse biomassasoorten bij variabele procescondities.
- schone en efficiënte verbranding voor de toepassing van warmte of warmtekracht;
- verhoging van de energiewinning bij afvalverbrandingsinstallaties;
- het meeverbranden met fossiele brandstoffen (co-combustion) in electriciteitscentrales of bij andere toepassingen, m.n. waar het schone biomassa (geen afval) betreft;
- vergisting van (natte) bedrijfsafval-stromen;
- de bepaling van de aard en de hoeveelheden van biomassabrandstoffen;
- het beschikbaar maken van residuen van agrarische, bosbouwkundige en industriële processen;
- bewerking van afval en/of biomassa tot een (hoogwaardige) brandstof;
- de logistiek van biomassabrandstoffen;
- de import van biomassabrandstoffen;
- versterking van de marktwerking op het gebied van biomassabrandstoffen.
- a. de slaagkans van het project;
- b. de milieuverdienste van het project;
- c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen;
- d. de mate waarin het project aansluit bij een aanwezig innovatietraject, van de aanvrager of van anderen;
- e. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstelling van het programma;
- f. de nieuwheid van het project;
- g. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt;
- h. de kostprijsverlaging van voor het programma relevante technieken;
- i. de mate waarin relevante kennisoverdracht plaatsvindt.
- de mate waarin CO2-emissie wordt vermeden(ton/jaar);
- de mate waarin het project bijdraagt aan een verbetering van de huidige situatie op het gebied van emissies en reststoffenverwerking;
- de mate waarin wordt vermeden dat verschuivingseffekten van milieuproblemen van het ene milieucompartiment naar het andere optreden.
- het toepassen van nieuwe dan wel vernieuwende technologieën;
- het geven van nieuwe toepassingen aan bestaande technologieën;
- (vergaande) procesintegratie.