Bijlage 11 Vaststelling enige energieprogramma’s (tweede tranche) 1996
Vaststelling enige energieprogramma’s (tweede tranche) 1996
Het doel van het programma is het op termijn bijdragen aan een betaalbare duurzame samenleving door integratie van energiebesparingsvoorzieningen en duurzame energievoorziening in de woning- en utiliteitsbouw. De voornaamste soorten projecten die in 1996 voor subsidie in aanmerking komen, zijn haalbaarheidsprojecten, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, praktijkexperimenten en demonstratieprojecten gericht op integratie van energiebesparingstechnieken en duurzame energiebronnen in de woning- en utiliteitsbouw met als doel een betaalbare en duurzame gebouwde omgeving op termijn. De projecten moeten passen binnen de operationele doelstelling van het programma. Deze luidt: het realiseren van een energetisch neutrale stadswijk voor het jaar 2010, waarvan de realisatiekosten 10% boven een traditionele bouw op het moment van realisatie mogen liggen, gericht op een substantiële vermindering van de energiebehoefte en inzet van duurzame energie. De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstelling van het programma, wordt tevens bepaald door de volgende aspecten: Toelichting op de bovengenoemde aspecten: Ad a. Projecten komen alleen voor subsidie in aanmerking als aannemelijk kan worden gemaakt dat de resultaten op een rendabele wijze zullen kunnen bijdragen aan de realisatie van een duurzame samenleving op termijn. Ad b. Bij de beoordeling van de milieuverdienste wordt rekening gehouden met de milieu-effecten als gevolg van grondstofverbruik, fabricagemethoden, ontmanteling en afvalverwerking. Ad e. Projecten worden mede beoordeeld op basis van inzicht in de mogelijkheden met betrekking tot de uiteindelijke marktimplementatie. Aan de doelstelling van het programma kunnen met name bijdragen adviesbureau’s, (toekomstige) eigenaren en exploitanten van woningbouwcomplexen en utiliteitsgebouwen, energiedistributiebedrijven en instellingen voor onderzoek en hoger of wetenschappelijk onderwijs. Het bedrag dat beschikbaar is voor het doen van subsidietoezeg
- a. de slaagkans;
- b. de milieuverdienste van het project;
- c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen;
- d. de projectkosten in relatie tot het totaal beschikbare budget en in relatie tot de bijdrage van het project aan de realisatie van de doelstellingen van het programma;
- e. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de bestaande en toekomstige markt;
- f. de nieuwheid van het project;
- g. de mate waarin het project past in een aanwezig innovatie traject;
- h. de mate waarin relevante kennisoverdracht plaatsvindt.