Art. 3 Wet gevolgen brutering uitkeringsregelingen, Verhoging loon referteperiode voor berekening individuele grondslag AAW

Wet gevolgen brutering uitkeringsregelingen

1. Het inkomen dat betrekking heeft op een periode gelegen vóór het vervaljaar en dat wordt gehanteerd bij de berekening van de grondslag, bedoeld in artikel 10, vierde lid, AAW, voor zover dat inkomen in een dienstbetrekking is verdiend, wordt verhoogd met het percentage, vastgesteld op grond van artikel 3 van de Wet BOL dan wel, indien dit loon is vastgesteld met inachtneming van het minimumloon, bedoeld in de WML, met het percentage, vastgesteld op grond van artikel 5 van de Wet BOL.

2. Ter voorkoming van dubbele brutering kan bij ministeriële regeling van het eerste lid worden afgeweken.