Art. 5 Regeling eisen praktijk-examen A
Regeling eisen praktijk-examen A
De in artikel 2, onder q, bedoelde vaardigheden bestaan uit:
a. het voertuig op juiste wijze van de middenstandaard halen (afbokken), aan de hand meevoeren, zonder hulp van de motor, en vervolgens op juiste wijze op de middenstandaard plaatsen (opbokken);
b. het op juiste wijze op- en afstappen;
c. het op juiste wijze rijden met geringe snelheid;
d. het op juiste wijze rijden van aangegeven opeenvolgende linker- en rechterbochten (slalom);
e. het op juiste wijze maken van een halve draai in een vloeiende beweging binnen een beperkte ruimte (keren);
f. het op juiste wijze rijden van een denkbeeldige acht;
g. het op juiste wijze rijden van een cirkel;
h. het op juiste wijze stoppen bij een aangegeven snelheid (stopproef);
i. het voertuig op juiste wijze op een helling tot stilstand brengen en weer optrekken (hellingproef).