Art. 6 Regeling eisen praktijk-examens C en E bij C

Regeling eisen praktijk-examens C en E bij C

De in artikel 3, onder q, bedoelde bijzondere verrichtingen bestaan voor de categorie C uit:

a. het voor aanvang van het praktijk-examen uitvoeren van de noodzakelijke voorbereidings- en controlehandelingen (remsystemen, stuurbekrachtiging, snelheidsbegrenzer) zowel aan als in het voertuig, alsmede controle van de belading;

b. de juiste bediening van het controleapparaat als bedoeld in bijlage I van verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer (PbEG L 370);

c. het op juiste en veilige wijze in- of uitstappen;

d. het in een rechte lijn achteruit rijden;

e. het achteruitrijden van aangegeven bochten;

f. het achteruit inparkeren van het voertuig;

g. het met het voertuig maken van een halve draai in een vloeiende beweging binnen een beperkte ruimte (keren);

h. het voertuig zonder fouten op een helling tot stilstand brengen en weer optrekken;

i. het op juiste wijze beproeven van de werking van de remmen;

j. het na afloop van de rit uitvoeren van de noodzakelijke controlehandelingen zowel aan als in het voertuig.