Art. 4 Regeling eisen praktijk-examens D en E bij D

Regeling eisen praktijk-examens D en E bij D

De aanvrager dient tijdens het praktijk-examen blijk te geven inzicht te hebben ten aanzien van de in artikel 3 genoemde handelingen en manoeuvres door middel van:

a. het letten op tekens en overige aanduidingen op de weg;

b. het tijdig en op juiste wijze geven van signalen aan de overige weggebruikers en tijdig en op juiste wijze te reageren op signalen van de overige weggebruikers;

c. het adequaat reageren in gevaarlijke situaties;

d. het tijdig en op juiste wijze reageren op tekens en aanwijzingen van verkeersagenten e.d.;

e. het naar behoren rekening te houden met andere weggebruikers, met name kwetsbare weggebruikers als voetgangers en fietsers, en op te letten in situaties waarin ander verkeer kan worden verwacht (kijkgedrag);

f. rekening te houden met weg- en weersomstandigheden;

g. het op de juiste wijze verlenen van voorrang aan bestuurders en het voor laten gaan van weggebruikers die daar recht op hebben;

h. het innemen van de juiste plaats op de weg voor het uitvoeren van voorgenomen handelingen zoals inhalen, afslaan en stoppen, en het daarvoor geschikte dan wel bestemde weggedeelte te kiezen;

i. het houden van voldoende volgafstand ten opzichte van de overige bestuurders en weggebruikers;

j. te rijden met een veilige, aan de verkeersomstandigheden aangepaste snelheid en daarbij de geldende maximumsnelheid niet te overschrijden.