Bijlage 2 Regeling vaststelling energieprogramma’s 1996 (eerste tranche)
Regeling vaststelling energieprogramma’s 1996 (eerste tranche)
Het doel van het REV-programma is het leveren van een bijdrage aan het energiebesparingsbeleid van de overheid, zoals verwoord in de Vervolgnota Energiebesparing, voor wat betreft de sector Verkeer en Vervoer op het gebied van technologische ontwikkeling, innovatie en gedragsverandering.Het programma is ingedeeld in twee onderdelen: Dit onderdeel richt zich op het bevorderen van industrieel onderzoek en industriële ontwikkeling in Nederland met betrekking tot verhoging van de energie-efficiency van wegvoertuigen.De voornaamste soorten projecten die in 1996 voor subsidie in aanmerking komen zijn onderzoek- of ontwikkelingsprojecten die mede gefinancierd worden door de industrie en die betrekking hebben op: Dit onderdeel richt zich op verbreiding van het pakket energiedragers in het wegtransport, voornamelijk LPG. Hiermee wordt beoogd een bijdrage te leveren aan diversificatie van motorbrandstoffen en vermindering van de milieubelasting in combinatie met een zo hoog mogelijke energetische efficiency.De voornaamste projecten die in 1996 voor een subsidie in aanmerking komen zijn: Dit programma-onderdeel richt zich op verbetering van de efficiency van het goederenvervoer. Belangrijke sturingselementen hierin zijn het aantal ritkilometers van het vervoer over de weg, de beladingsgraad en het energiegebruik per tonkilometer.Dit onderdeel van het REV-programma sluit aan bij het project TRANSACTIE, waarin rijksoverheid en sectoren in het goederenvervoer samenwerken om energiegebruik en milieuhinder van het goederenvervoer te verminderen. Projecten die vanuit REV ondersteund worden dienen een voorbeeldfunctie voor TRANSACTIE te vervullen. In aanmerking voor subsidie komen projecten die een verbeterde efficiency van het goederenvervoer tot rechtstreeks gevolg hebben. Dit gevolg dient in het project aangetoond te worden. Projecten kunnen aangevraagd worden door bedrijven uit het beroepsgoederenvervoer, eigen vervoer of het verladend bedrijfsleven. Ook branche-organisaties die
- verhoging van het energetisch rendement van Diesel- en Otto-motoren binnen de randvoorwaarden van de Europese emissie-eisen;
- ontwikkeling van systemen bestaande uit een vorm van continu variabele transmissie en regeling ter optimalisatie van het energetisch rendement van de gehele aandrijflijn;
- voortzetting van reeds eerder in het kader van het REV programma ondersteunde ontwikkeling van een vliegwielsysteem;
- haalbaarheidsonderzoeken en industriële onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten gericht op vermindering van het eigen gewicht van auto’s en vrachtwagens ter verhoging van de energie-efficiency.
- industrieel onderzoek en ontwikkeling met betrekking tot de toepassing van LPG met elektronische inspuit- en regeltechnieken, resulterend in praktijkproeven, reeds eerder in het kader van het REV-programma ondersteund;
- industrieel onderzoek en ontwikkeling ten behoeve van efficiënter gebruik van LPG in Otto-motoren door aanpassing van bestaande typen motoren, resulterend in praktijkproeven, reeds eerder in het kader van het REV-programma ondersteund;
- erkennend industrieel onderzoek naar de mogelijkheden van toepassing van LPG in omgebouwde dieselmotoren voor lichte en zware bestelauto’s en vrachtauto’s;
- kennisoverdracht over Koop Zuinig Rij Zuinig onderwerpen aan de doelgroepen door het aanvullen c.q. uitbreiden van communicatie-activiteiten van inter mediaire organisaties;
- haalbaarheidsprojecten, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, praktijk-experimenten en demonstratieprojecten gericht op het bevorderen van energie zuinig aankoop- en rijgedrag en regelmatig onderhoud van personenauto’s of bedrijfswagens;
- educatie, opleidingen en cursussen; dit betreft het integreren van Koop Zuinig Rij Zuinig onderwerpen in geplande scholingsactiviteiten gericht op kennisoverdracht van het Koop Zuinig Rij Zuinig thema aan de personenautomobilist of beroepschauffeur.
- a. de slaagkans van het project;
- b. de milieuverdienste van het project;
- c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen;
- d. de mate waarin het project aansluit bij een aanwezig innovatietraject, van de aanvrager of van anderen;
- e. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de doelstelling van het programma;
- f. de mate van betrokkenheid van de industrie of organisaties van eindgebruikers;
- g. de relevantie voor technologische clusters in Nederland;
- h. de nieuwheid van het project;
- i. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt;
- j. de mate waarin relevante kennisoverdracht plaatsvindt.
- het toepassen van nieuwe dan wel vernieuwende technologieën;
- het geven van nieuwe toepassingen aan bestaande technologieën. Er dient sprake te zijn van voor Nederland in meer of mindere mate grensverleggende toepassingen.
- fabrikanten van transportmiddelen,
- fabrikanten van componenten en systemen voor transportmiddelen,
- organisaties op het gebied van verkeer en vervoer,- vervoerbedrijven,
- instellingen voor onderzoek en hoger of wetenschappelijk onderwijs.