Art. 4.12 Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996, Staatsdeelneming na verlening vergunning
Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996
1. Indien de vergunninghouder in het vergunningsgebied buiten een reeds aangetoond voorkomen koolwaterstoffen heeft aangetroffen, is hij verplicht daarvan onverwijld mededeling te doen aan Onze Minister, aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen en aan de Directeur van de Rijks Geologische Dienst.
2. De vergunninghouder dient de delfstoffen aan te tonen ten overstaan en ten genoegen van de Inspecteur-Generaal der Mijnen of van een door hem aangewezen ambtenaar.