Art. 3.2 Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996, Algemeen
Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996
1. De vergunninghouder is jaarlijks met ingang van de dag na de datum, waarop de vergunning van kracht is geworden, aan de staat een oppervlakterecht als bedoeld in artikel 8 van de wet verschuldigd, berekend naar de oppervlakte van het vergunningsgebied op die dag van het betrokken jaar op de volgende grondslag, waarbij het laatstelijk vóór die dag van het betrokken jaar door het Centraal Bureau voor de Statistiek berekende en in het «Statistisch bulletin van het Centraal Bureau voor de Statistiek» gepubliceerde indexcijfer van de cao-lonen per maand inclusief bijzondere beloningen, leeftijd volwassenen (basisjaar 1990) wordt aangegeven met de letter a: a/63,5 x € 272,27 per gehele km2.
2. Indien de vergunning op grond van artikel 13, eerste lid, van de wet is verleend, wordt voor de toepassing van het eerste lid het bedrag, dat verschuldigd is met ingang van de dag na de dag, waarop de vergunning van kracht is geworden, verminderd met het bedrag, dat de vergunninghouder voor het betrokken gebied en tijdvak als houder van de opsporingsvergunning aan oppervlakterecht reeds heeft betaald.