Bijlage 2 Scheepvaartreglement territoriale zee: verkeerstekens
Scheepvaartreglement territoriale zee
Het systeem is van toepassing op alle vaste en drijvende markeringen (uitgezonderd vuurtorens, sectorlichten, geleidelichten, lichtschepen en grote navigatieboeien of zgn. LANBY's) en dient ter aanduiding van: Het betonningssysteem voorziet in vijf soorten markeringen die in iedere samenstelling kunnen worden toegepast. 1.2.1 Laterale markeringen welke kunnen worden gebruikt in samenhang met de vastgestelde betonningsrichting. Zij worden in het algemeen aangewend in duidelijk begrensde vaarwaters. De markeringen geven de bakboords- en stuurboordszijde aan van de route die moet worden gevolgd. Waar een vaarwater zich splitst, mag een aangepaste laterale markering worden gebruikt om de aanbevolen route aan te geven. In betonningsregio's A en B verschillen de laterale markeringen. 1.2.2 Cardinale markeringen welke worden gebruikt in samenhang met het scheepskompas en welke aangeven waar zich bevaarbaar water bevindt. 1.2.3 Markeringen ter aanduiding van afzonderlijke gevaren welke alleenstaande gevaren van geringe omvang aangeven, waaromheen zich bevaarbaar water bevindt. 1.2.4 Markeringen ter aanduiding van veilig vaarwater welke aangeven dat rondom die posities veilig genavigeerd kan worden, b.v. midvaarwaterboeien. 1.2.5 Markeringen met bijzondere betekenis welke niet in de eerste plaats bestemd zijn voor de navigatie. Deze markeringen duiden een gebied of zaak aan, welke in nautische publikaties wordt genoemd. De betonningsrichting wordt aan de hand van één van de volgende richtlijnen vastgesteld. 2.1.1 De gebruikelijke aanlooprichting vanuit zee naar een haven in een riviermonding of ander vaarwater. 2.1.2 In andere gebieden wordt de betonningsrichting in detail vastgelegd door de verantwoordelijke autoriteit in overleg met de buurlanden. In principe dient de betonningsrichting rechts om de continenten te lopen. In ieder geval dient de vastgestelde betonningsrichting bekend te worden gesteld in de daarvoor geschikte nautische publikaties. Laterale markeringen vers
- – de laterale begrenzing van vaarwaters;
- – natuurlijke gevaren en andere obstructies, zoals wrakken;
- – andere gebieden of zaken van belang voor de scheepvaart;
- – nieuwe gevaren.
- – kleur: rood
- – karakter: naar keuze behalve het karakter omschreven in par. 2.3.3.1.
- – kleur: groen
- – karakter: naarkeuze behalve het karakter omschreven in par. 2.3.3.2.
- – kleur: rood
- – karakter: samengesteld groep schitterlicht (2+1).
- – kleur: groen
- – karakter: samengesteld groep schitterlicht (2+1).
- 3.2.1 Aan te geven dat het diepste water in dat gebied zich bevindt aan de genoemde zijde van de markering.
- 3.2.2 Aan te geven welke de veilige kant is om een gevaar te passeren.
- 3.2.3 De aandacht te vestigen op een bijzonderheid in het vaarwater zoals een bocht, een samenvloeïing, een splitsing of de begrenzing van een ondiepte.
- – kleur: wit
- – karakter: VQ of Q
- – kleur: wit
- – karakter: VQ(3) 5 sec. of Q(3) 10 sec.
- – kleur: wit
- – karakter: VQ(6)+LFI 10 sec. of Q(6) + LFI 15 sec.
- – kleur: wit
- – karakter: VQ(9) 10 sec. of Q(9) 15 sec.
- – kleur, wit
- – karakter: groep schitter (2).
- 6.1.1 Betonning ter markering van meetapparatuur;
- 6.1.2 Betonning ter markering van verkeersscheidingsstelsels, indien het gebruik van de overeengekomen routemarkering verwarring kan stichten;
- 6.1.3 Betonning ter markering van stortplaatsen;
- 6.1.4 Betonning ter markering van militaire oefengebieden;
- 6.1.5 Betonning ter markering van kabels en pijpleidingen;
- 6.1.6 Betonning ter markering van recreatiegebieden.
- – het bestaan van het wrak algemeen bekend is en voldoende bekend is gemaakt in de nautische publicaties;
- – het wrak geheel onderzocht is, zodat de exacte gegevens over de positie van het wrak en de diepte waarop het ligt bekend zijn; en
- – een permanente markering is aangebracht.
- – een pilaar- of sparvormige boei, waarvan het formaat van de locatie afhangt;
- – voorzien van evenveel gele als blauwe strepen van hetzelfde formaat, minimaal vier en maximaal acht;
- – voorzien van een afwisselend geel en blauw knipperend licht met een nominale dracht van vier mijl;
- – het lichtkarakter van de gele en blauwe lichten is: Bu 1.0s + 0.5s + Y 1.0s + 0.5s = 3.0s;
- – synchronisatie van de lichten bij toepassing van meerdere boeien;
- – er kan een Racon met morsecode «D» of een AIS-baken worden bevestigd;
- – er kan een geel topteken worden bevestigd, in de vorm van een rechtopstaand kruis.