Art. 24.02 Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995, Afwijkingen voor reeds in bedrijf zijnde vaartuigen
Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995
1. Onverminderd de artikelen 24.03 en 24.04 moeten vaartuigen, die niet volledig aan de bepalingen van dit reglement voldoen:
a. daaraan volgens de in de onderstaande tabel vermelde overgangsbepalingen worden aangepast,
b. totdat de aanpassing heeft plaatsgevonden, voldoen aan het op 31 december 1994 geldende Reglement onderzoek schepen op de Rijn.
2. In de onderstaande tabel betekent:
– «N.V.O.»: het voorschrift is niet van toepassing op reeds in bedrijf zijnde vaartuigen, tenzij de betreffende delen worden vervangen of omgebouwd, dat wil zeggen dat dit voorschrift slechts van toepassing is op Nieuwbouw, bij Vervanging of bij Ombouw van de betreffende delen of sectoren. Worden bestaande delen vervangen door delen welke in technische zin en bouwwijze gelijk zijn, dan wordt dit niet beschouwd als vervanging «V» volgens deze overgangsbepalingen.
– «Verlenging certificaat»: aan het voorschrift moet zijn voldaan bij de eerstvolgende verlenging van de geldigheidsduur van het certificaat van onderzoek na de daarop aangegeven datum.
HOOFDSTUK 3
Artikel
Inhoud
Termijn en voorwaarden
3.03, lid 1, onder a
Plaats van het aanvaringsschot
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035
3.03, lid 2
Verblijven
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
3.03, lid 2
Noodzakelijke voorzieningen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015
3.03, lid 4
Gasdichte afscheiding van verblijven van machinekamers, ketel- en laadruimen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
3.03, lid 5, 2e alinea
Bewaking op afstand van deuren in het hekschot
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
3.03, lid 7
Voorschip met ankernissen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2041
3.04, lid 3, tweede zin
Isolaties in machinekamers
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek
3.04, lid 3, derde en vierde zin
Openingen en afsluitinrichtingen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek
3.04, lid 6
Uitgangen van machinekamers
Machinekamers die vóór 1995 overeenkomstig artikel 1.01 niet onder het begrip «machinekamer» waren te rangschikken, behoeven pas van een tweede uitgang te worden voorzien bij N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035
HOOFDSTUK 5
Artikel
Inhoud
Termijn en voorwaarden
5.06, lid 1, eerste zin
Minimum snelheid
Voor vaartuigen met een bouwjaar van vóór 1996 bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035
HOOFDSTUK 6
Artikel
Inhoud
Termijn en voorwaarden
6.01, lid 1
Manoeuvreereigenschappen volgens hoofdstuk 5
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035
6.01, lid 3
Helling en omgevingstemperatuur
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
6.01, lid 7
Doorvoering van roerkoningen
Voor vaartuigen met een bouwjaar van vóór 1996 bij N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015
6.02, lid 2
In bedrijf brengen van de 2e aandrijfinrichting met slechts één bedieningshandeling
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
6.02, lid 3
Voldoen aan de manoeuvreereigenschappen volgens hoofdstuk 5 bij het in bedrijf zijn van de tweede aandrijving/handbedrijf
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035
6.03, lid 1
Aansluiten andere verbruikers op hydraulische aandrijfinstallaties
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
6.03, lid 2
Afzonderlijke hydraulische tanks
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
6.05, lid 1
Automatische ontkoppeling van het handstuurwerk
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
6.06, lid 1
Twee van elkaar onafhankelijke stuursystemen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015
6.07, lid 2, onder a
Niveau alarm van de beide hydrauliektanks en systeemdruk
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
6.07, lid 2, onder e
Bewaking van het buffersysteem
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek
6.08, lid 1
Eisen aan elektronische installaties volgens artikel 9.20
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015
HOOFDSTUK 7
Artikel
Inhoud
Termijn en voorwaarden
7.02, lid 3, tweede alinea
Vrij uitzicht in de zichtas van de roerganger
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015
7.02, lid 5
Gekleurde vensters
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
7.03, lid 7
Buiten werking stellen van alarmen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek voor zover geen éénmansstuurstelling voor het varen op radar aanwezig is
7.03, lid 8
Automatisch omschakelen op een andere stroombron
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
7.04, lid 1
Bediening aandrijfwerktuigen en stuurinrichtingen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek
7.04, lid 2
Machinebediening
Voor zover geen éénmansstuurstelling voor het varen op radar aanwezig is: N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035 in het geval van direct omkeerbare machines, na 1.1.2010 in het geval van overige machines
7.09
Alarminstallatie
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
7.12, eerste alinea
In hoogte verstelbare stuurhuizen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek. In het geval van niet hydraulisch kunnen neerlaten: uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035
7.12, tweede en derde alinea
In hoogte verstelbare stuurhuizen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek
HOOFDSTUK 8
Artikel
Inhoud
Termijn en voorwaarden
8.01, lid 3
Alleen verbrandingsmotoren waarvan het vlampunt van de brandstof boven 55° ligt
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015
8.02, lid 1
Beveiliging van machine-installaties tegen onopzettelijke in bedrijf stelling
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
8.02, lid 4
Isolaties van machineonderdelen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek
8.03, lid 2
Aangeven van het kritieke peil
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
8.03, lid 3
Inrichting voor automatische reductie van het toerental
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
8.03, lid 4
Doorvoeringen van assen van de voortstuwingsinstallaties
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015
8.05, lid 1
Brandstoftanks van staal
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015
8.05, lid 2
Zelfsluitende afsluitinrichting voor het ontnemen van water
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek
8.05, lid 3
Geen brandstoftanks vóór het aanvaringsschot
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
8.05, lid 4
Geen dagtank en appendages boven machine-installaties of uitlaatgassenleidingen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010. Tot aan dat tijdstip moet door opvangcontainers of druipblikken verzekerd zijn dat uitlopende brandstof zonder gevaar kan worden afgevoerd
8.05, lid 6, derde tot en met vijfde zin
Inrichting en afmetingen van ontluchtings- en verbindingsleidingen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
8.05, lid 7
Bediening vanaf het dek van afsluitinrichtingen van de tank
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015
8.05, lid 9, eerste zin
Peilinrichtingen moeten tot aan de hoogste vulstand afleesbaar zijn
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
8.05, lid 13
Controle van de vulstand niet alleen voor de aandrijvingsmotoren maar ook voor de andere motoren die voor de vaart nodig zijn
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015
8.06, lid 8
Een afsluiter (zonder terugslagklep) als aansluiting van ballasttanks aan het lenssysteem geldt niet voor laadruimen die zijn ingericht voor het opnemen van ballast
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
8.06, lid 9
Peilmogelijkheden voor vullingen van ruimen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
8.07, lid 2
Inrichtingen voor het verzamelen van bilgewater en afgewerkte olie
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
8.08, lid 3
Geluidsgrens van 65 dB(A) voor stilliggende schepen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015
HOOFDSTUK 8a
Artikel
Inhoud
Termijn en voorwaarden
Hoofdstuk 8a
Uitstoot van schadelijke gassen en luchtverontreinigende deeltjes door dieselmotoren
De voorschriften gelden niet
a. voor motoren die vóór 1.1.2003 aan boord ingebouwd waren, en
b. voor vervangingsmotoren*Een vervangingsmotor is een gebruikte, gereviseerde motor, die voor wat betreft vermogen, toerental en installatievoorwaarden vergelijkbaar is met de motor die deze vervangt., die tot en met 31.12.2011 aan boord van schepen, die op 1.1.2002 in bedrijf waren, geïnstalleerd worden
8a.02, lid 2
Grenswaarden
Voor motoren die vóór 1.7.2007 aan boord ingebouwd waren, gelden de grenswaarden van de volgende tabel:
PN
[kW]
CO
[g/kWh]
HC
[g/kWh]
NOx
[g/kWh]
PT
[g/kWh]
37 ≤ PN < 75
6,5
1,3
9,2
0,85
75 ≤ PN < 130
5,0
1,3
9,2
0,70
PN ≥ 130
5,0
1,3
n ≥ 2800 min-1 = 9,2
500 ≤ n < 2800 min-1 = 45· n(-0,2)
0,54
HOOFDSTUK 9
Artikel
Inhoud
Termijn en voorwaarden
9.01, lid 1, tweede zin
Benodigde bescheiden voorleggen aan de Commissie van Deskundigen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035
9.01, lid 2, onder b
Schema's van hoofd- en noodschakelbord en de verdeelkasten moeten zich aan boord bevinden
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
9.01, lid 3
Omgevingstemperatuur in het schip en aan dek
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
9.02, lid 1 tot en met 3
Systemen voor de energieverzorging
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
9.05, lid 4
Doorsnede van de aardleiding
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015
9.11, lid 4
Ventilatie van gesloten ruimten, kisten of kasten waarin accumulatoren zijn opgesteld
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek
9.12, lid 2, onder d
Directe voeding vanaf het hoofdschakelbord van verbruikers die voor de voortstuwing en het manoeuvreren noodzakelijk zijn
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015
9.12, lid 3, onder b
Aardfoutbewakingsinrichting
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
9.13
Noodstopschakelaars
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
9.14, lid 3, tweede zin
Eenpolige schakelaars zijn in was-, bad- en overige natte ruimten niet toegestaan
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
9.15, lid 2
Minimale doorsnede van de aders van 1,5 mm²
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
9.15, lid 9
Kabels naar beweegbare stuurhuizen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
9.16, lid 3, tweede zin
Tweede stroomkring
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015
9.19
Alarm- en beveiligingssystemen voor werktuigbouwkundige inrichtingen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015
9.20
Elektronische installaties
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035
9.21
Elektromagnetische verdraagbaarheid
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035
HOOFDSTUK 10
Artikel
Inhoud
Termijn en voorwaarden
10.01
Ankeruitrusting
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
10.02, lid 2, onder a
Keuringsbewijs voor stalen trossen en andere kabels
Voor de eerste tros die op het schip wordt vervangen: N.V.O., uiterlijk 1.1.2008. Voor de tweede en derde tros: 1.1.2013
10.03, lid 1
Europese norm
Bij vervanging, uiterlijk 1.1.2010
10.03, lid 2
Geschiktheid voor brandklasse A, B en C
Bij vervanging, uiterlijk 1.1.2010
10.03, lid 4
Hoeveelheid CO2 en inhoud van de ruimten
Bij vervanging, uiterlijk 1.1.2010
10.03a
Vast ingebouwde brandblusinstallaties in verblijven, stuurhuizen en passagiersruimten
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035
10.03b
Vast ingebouwde brandblusinstallaties in machinekamers, ketelruimen en pompkamers
*
10.04
Toepassing Europese norm op bijboten
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015
10.05, lid 2
Opblaasbare zwemvesten
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010.
Zwemvesten die op 30.9.2003 aan boord zijn mogen tot aan de verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010 verder worden gebruikt
* 1. Vóór 1 oktober 1980 vast ingebouwde CO2-brandblusinstallaties blijven uiterlijk tot aan de verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035 toegelaten, wanneer zij voldoen aan artikel 7.03, vijfde lid, in de versie van protocol 1975-I-23.
2. Vóór 1 april 1992 vast ingebouwde brandblusinstallaties die met het blusmiddel Halon 1301 (CBrF3) werken blijven tot aan de verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2005, echter uiterlijk tot 1.1.2010, toegelaten, wanneer zij voldoen aan artikel 7.03, vijfde lid, in de versie van protocol 1985-II-26.
3. Tussen 1 april 1992 en 1 januari 1995 vast ingebouwde CO2-brandblusinstallaties blijven uiterlijk tot aan de verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035 toegelaten, wanneer zij voldoen aan artikel 7.03, vijfde lid, van het op 31 december 1994 van kracht zijnde Reglement onderzoek schepen op de Rijn.
4. Tussen 1 april 1992 en 1 januari 1995 verstrekte aanbevelingen van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart voor de toepassing van artikel 7.03, vijfde lid, van het op 31 december 1994 van kracht zijnde Reglement onderzoek schepen op de Rijn blijven uiterlijk tot aan de verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035 geldig.
5. Artikel 10.03b, tweede lid onder a, geldt uiterlijk tot aan de verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035 alleen dan, wanneer deze installaties worden ingebouwd in schepen waarvan de kiel is gelegd ná 1 oktober 1992.
HOOFDSTUK 11
Artikel
Inhoud
Termijn en voorwaarden
11.02, lid 4
Voorziening aan de buitenkanten van dekken, gangboorden en andere werkplekken
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015
11.04
Gangboord
** Bij eerste verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035 bij een breedte van meer dan 7,30 m
11.05, lid 1
Toegang tot de werkplekken
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035
11.05, lid 2 en lid 3
Deuren, in- en uitgangen en gangen die hoogte verschillen van meer dan 0,50 m hebben
Bij verlenging van het certificaat van onderzoek
11.05, lid 4
Trappen bij permanent bezette werkplekken
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035
11.06, lid 2
Uitgangen en nooduitgangen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035
11.07, lid 1, tweede zin
Klimvoorzieningen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035
11.07, lid 2 en lid 3
Bij verlenging van het certificaat van onderzoek
11.10
Luiken
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
11.11
Lieren
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
11.12, lid 2 tot en met lid 6 en lid 8 tot en met lid 10
Kranen: fabriekslabel, maximaal toelaatbare bedrijfslast, beveiliging, rekenkundig bewijs, controle door deskundige, bescheiden aan boord
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015
11.13
Opslag van brandbare vloeistoffen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek
** Dit artikel geldt voor schepen waarvan de kiel is gelegd ná 31.12.1994 en voor in bedrijf zijnde schepen met in acht name van het volgende: Bij vernieuwingswerkzaamheden, het gehele laadruim omvattend, is artikel 11.04 van toepassing. Bij een verbouwing, die de totale lengte van de gangboorden omvat en waardoor de vrije breedte van het gangboord wordt gewijzigd:
a. is artikel 11.04 van toepassing, indien de vóór de verbouwing beschikbare vrije breedte van het gangboord tot een hoogte van 0,90 m, of de vrije breedte daarboven, moet worden verminderd;
b. mag de vóór de verbouwing beschikbare vrije breedte van het gangboord tot een hoogte van 0,90 m, of de vrije breedte daarboven, niet worden verminderd, indien deze afmetingen kleiner zijn dan die bedoeld in artikel 11.04.
HOOFDSTUK 12
Artikel
Inhoud
Termijn en voorwaarden
12.01, lid 1
Verblijven voor de gewoonlijk aan boord verblijvende personen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035
12.02, lid 3
Positie van de vloer
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035
12.02, lid 4
Woon- en slaapruimten
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035
12.02, lid 6
Stahoogte in verblijven
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035
12.02, lid 8
Vloeroppervlak in woonruimten
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035
12.02, lid 9
Inhoud van ruimten
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035
12.02, lid 10
Luchtvolume per persoon
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035
12.02, lid 11
Afmetingen van deuren
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035
12.02, lid 12, onder a en b
Aanbrengen van trappen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035
12.02, lid 13
Leidingen van gevaarlijke gassen en vloeistoffen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035
12.03
Sanitaire voorzieningen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035
12.04
Keukens
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035
12.05
Drinkwaterinstallaties
N.V.O., uiterlijk 31.12.2006
12.06
Verwarming en ventilatie
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035
12.07, lid 1, tweede zin
Overige bepalingen inzake de inrichting van de verblijven
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035
HOOFDSTUK 15
Artikel
Inhoud
Termijn en voorwaarden
15.01, lid 1, onder c
Niet van toepassing zijn van art. 8.06, lid 2, 2e zin
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2007
15.01, lid 1, onder d
Niet van toepassing zijn van art. 9.14, lid 3, 2e zin, bij nominale spanningen boven 50 V
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
15.01, lid 2, onder b
Verbod van oliekachels met verdampingsbranders bedoeld in art. 13.04
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2007
15.01, lid 2, onder c
Verbod van verwarmingen met vaste brandstoffen bedoeld in art. 13.07
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
Het voorschrift geldt niet voor vaartuigen met voortstuwingsinstallaties die werken met vaste brandstoffen (stoommachines).
15.01, lid 2, onder e
Verbod van vloeibaargasinstallaties bedoeld in hoofdstuk 14
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.02, lid 2
Aantal en plaats van de schotten
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.02, lid 5, 2e zin
Indompelingsgrenslijn indien geen schottendek
Voor passagiersschepen waarvan de kiel is gelegd vóór 1.1.1996 geldt het voorschrift bij N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.02, lid 10, onder c
Duur van het sluiten door afstandsbediening
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015
15.02, lid 12
Alarminstallatie in het stuurhuis die aangeeft welke schottendeur open is
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek
15.02, lid 15
Hoogte van de dubbele bodem, breedte van dubbele wanden
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.03, lid 1 t/m 6
Stabiliteit van het onbeschadigde schip
N.V.O., en bij verhoging van het toegelaten aantal passagiers uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.03, lid 7 t/m 13
Lekstabiliteit
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.03, lid 9
2-compartimentstatus
N.V.O.
15.05, lid 2, onder a
Aantal passagiers waarvoor een verzamelruimte bedoeld in art. 15.06, lid 8, is aangetoond
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.05, lid 2, onder b
Aantal passagiers waarvoor de stabiliteitsberekening bedoeld in art. 15.03 is uitgevoerd
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.06, lid 1, onder a
Passagiersverblijven op alle dekken achter het aanvaringsschot en voor het achterpiekschot
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.06, lid 2
Kasten en ruimten bedoeld in art. 11.13 voor brandbare vloeistoffen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2007
15.06, lid 3, onder c, 1e zin
Vrije hoogte van uitgangen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.06, lid 3, onder c, 2e zin
Vrije breedte van deuren van hutten voor passagiers en andere kleine verblijven
Voor de breedte van 0,7 m geldt N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.06, lid 3, onder f, 1e zin
Afmeting van de nooduitgangen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.06, lid 3, onder g
Uitgangen die zijn bestemd voor gebruik door personen met beperkte mobiliteit
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.06, lid 4, onder d
Deuren die zijn bestemd voor gebruik door personen met beperkte mobiliteit
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.06, lid 5
Eisen aan verbindingsgangen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.06, lid 6, onder b
Vluchtwegen naar verzamelruimten
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.06, lid 6, onder c
Vluchtwegen niet door machinekamers en keukens
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2007
15.06, lid 6, onder d
Geen gangen met klimtreden, ladders e.d. in vluchtwegen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.06, lid 7
Geschikt veiligheidsgeleidesysteem
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.06, lid 8
Eisen aan verzamelruimten
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.06, lid 9
Eisen aan trappen en portalen in het gedeelte voor passagiers
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.06, lid 10, onder a, 1e zin
Verschansing volgens norm EN 711: 1995
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.06, lid 10, onder a, 2e zin
Hoogte van relingen en verschansingen van dekken die door personen met beperkte mobiliteit worden gebruikt
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.06, lid 10, onder b, 2e zin
Vrije breedte van openingen die voor het embarkeren van personen met beperkte mobiliteit worden gebruikt
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.06, lid 12
Loopplanken overeenkomstig norm EN 14206: 2003
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2007
15.06, lid 13
Doorgangsruimten en wanden van doorgangsruimten die zijn bestemd voor het gebruik door personen met beperkte mobiliteit
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.06, lid 14, 1e zin
Vervaardiging van glazen deuren, glazen wanden van doorgangsruimten en vensterruiten
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.06, lid 15
Eisen aan opbouwen die volledig of waarvan de daken uit panoramaruiten bestaan
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.06, lid 16
Drinkwaterinstallaties overeenkomstig art. 12.05
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 31.12.2006
15.06, lid 17, 2e zin
Eisen aan toiletten voor personen met beperkte mobiliteit
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.06, lid 18
Ventilatiesysteem voor hutten zonder vensters die geopend kunnen worden
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.06, lid 19
Eisen van art. 15.06 aan ruimten waarin bemanning of boordpersoneel is ondergebracht
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.07
Eisen aan het voortstuwingssysteem
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.08, lid 2
Eisen aan luidsprekerinstallaties in het passagiersgedeelte
Voor passagiersschepen met LWL van minder dan 40 m of voor ten hoogste 75 personen geldt het voorschrift bij N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
15.08, lid 3
Eisen aan de alarminstallatie
Voor schepen voor dagtochten geldt het voorschrift bij N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
15.08, lid 3, onder c
Alarminstallatie voor het waarschuwen van de bemanning en het boordpersoneel door de scheepsleiding
Voor hotelschepen geldt het voorschrift bij N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2007
15.08, lid 4
Bilge-alarm voor iedere waterdichte afdeling
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
15.08, lid 5
Twee gemotoriseerde lenspompen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
15.08, lid 6
Vast geïnstalleerd lenssysteem
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015
15.08, lid 7
Van binnen uit kunnen openen van deuren van koelruimten
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2007
15.08, lid 8
Automatische ventilatie voor CO2 kast installaties in ruimten
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
15.08, lid 9
Verbandtrommels
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2007
15.09, lid 1, 1e zin
Reddingsboeien
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2007
15.09, lid 2
Individuele reddingsmiddelen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2007
15.09, lid 3
Inrichtingen voor het veilig van boord brengen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
15.09, lid 4
Individuele reddingsmiddelen voor 100% van de passagiers volgens EN 395: 1998 of EN 396: 1998
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2007
Individuele reddingsmiddelen voor kinderen
Deze worden tot aan de verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010 als alternatief voor de individuele reddingsmiddelen beschouwd.
Soort reddingsmiddelen
Voor passagiersschepen die voor 1.1.2005 met gemeenschappelijke reddingsmiddelen overeenkomstig art. 15.09, lid 5, waren uitgerust, worden deze als alternatief voor de individuele reddingsmiddelen beschouwd.
Voor passagiersschepen die voor 1.1.2005 met gemeenschappelijke reddingsmiddelen overeenkomstig art. 15.09, lid 6, waren uitgerust, worden deze tot aan de verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010 als alternatief voor de individuele reddingsmiddelen beschouwd.
15.09, lid 9
Testen van reddingsmiddelen volgens de indicaties van de fabrikant
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2007
15.09, lid 10
Bijboot uitgerust met motor en verstelbare schijnwerper
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
15.09, lid 11
Draagbaar
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2007
15.10, lid 2
Art. 9.16, lid 3, geldt ook voor gangen en ruimten waar passagiers verblijven
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015
15.10, lid 3
Voldoende noodverlichting
Voor noodverlichting N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015
15.10, lid 4
Noodstroominstallatie
Voor schepen voor dagtochten met LWL van 25 m of minder geldt het voorschrift bij N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015
15.10, lid 4, onder f
Noodstroom voor schijnwerpers bedoeld in art. 10.02, lid 2, onder i
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015
15.10, lid 4, onder i
Noodstroom voor liften en hefinrichtingen bedoeld in art. 15.06, lid 9, 2e zin
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015
15.10, lid 6
Eisen aan de noodstroominstallatie:
15.10, lid 6, 1e zin
scheidingsvlakken bedoeld in art. 15.11, lid 2
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015
15.10, lid 6, 2e en 3e zin
inbouw van de kabels
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015
15.10, lid 6, 4e zin
noodstroominstallatie boven de indompelingsgrenslijn
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015
15.11, lid 1
Technische geschiktheid op het gebied van brandbescherming van materialen en onderdelen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.11, lid 2
Uitvoering van scheidingsvlakken
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.11, lid 3
In ruimten met uitzondering van machinekamers en voorraadruimten toegepaste oppervlak behandeling en voorwerpen moeten moeilijk ontvlambaar zijn
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015
15.11, lid 4
Plafonds en stofferingen van wanden van onbrandbaar materiaal
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.11, lid 5
Meubels en constructies in verzamelruimten van onbrandbaar materiaal
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.11, lid 6
Brandtestmethode volgens de Code
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.11, lid 7
Isolatiemateriaal in verblijfsruimten onbrandbaar
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.11, lid 8
Eisen aan deuren in scheidingsvlakken
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.11, lid 9
Wanden van dek tot dek als bedoeld in het tweede lid
Op hotelschepen zonder sprinkler-installatie eindigen van de wanden tussen hutten: N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
15.11, lid 10
Scheidingsvlakken
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.11, lid 11
Tochtkleppen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.11, lid 12
Traptreden van staal of een ander gelijkwaardig onbrandbaar materiaal
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.11, lid 13
Omgeven van inwendig gelegen trappen door wanden als bedoeld in het tweede lid
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.11, lid 14
Ventilatie- en airconditioningsystemen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.11, lid 15
Ventilatiesystemen in keukens en keukenfornuizen met afzuiging
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.11, lid 16
Controleposten, trappenschachten, verzamelruimten en rookafzuiginrichtingen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.11, lid 17
Brandmeldsysteem
Voor schepen voor dagtochten: N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
15.12, lid 1
Draagbare blustoestellen
Brandblussers en blusdekens in keukens, kapsalons en parfumerieën: N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek
15.12, lid 2
Blusinstallatie
Tweede bluspomp: N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
15.12, lid 3
Eisen aan blusinstallaties
Druk en lengte van de waterstralen: N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
15.12, lid 4
Aansluitingen van blusinstallaties
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2007
15.12, lid 5
Axiaal aangebrachte haspel
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2007
15.12, lid 6
Materialen, bescherming tegen uitvallen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
15.12, lid 7
Vermijden van de mogelijkheid dat pijpleidingen en blusinstallaties bevriezen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
15.12, lid 8, onder b
Onafhankelijk functioneren van bluspompen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
15.12, lid 8, onder c
Lengte van waterstralen op alle dekken
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
15.12, lid 8, onder d
Opstelling van bluspompen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
15.12, lid 9
Brandblusinstallatie in machinekamers
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.13
Veiligheidsorganisatie
Voor schepen voor dagtochten: N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2007
15.14, lid 1
Verzameltanks voor afvalwater of zuiveringsinstallaties
Voor hotelschepen met niet meer dan 50 bedden en voor schepen voor dagtochten: N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.14, lid 2
Eisen aan verzameltanks voor afvalwater
Voor hotelschepen met niet meer dan 50 bedden en voor schepen voor dagtochten met niet meer dan 50 passagiers : N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.15, lid 1
Lekstabiliteit
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2045
15.15, lid 5
Aanwezig zijn van een bijboot, een platform of een vergelijkbare inrichting
Voor passagiersschepen die zijn toegelaten voor ten hoogste 250 passagiers of 50 bedden:
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
15.15, lid 6
Aanwezig zijn van een bijboot, een platform of een vergelijkbare inrichting
Voor passagiersschepen die zijn toegelaten voor ten hoogste 250 passagiers of 50 bedden:
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
15.15, lid 9
Alarminstallaties voor vloeibaargasinstallaties
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van de aantekening bedoeld in art. 14.15
HOOFDSTUK 16
Artikel
Inhoud
Termijn en voorwaarden
16.01, lid 2
Speciale lieren of gelijkwaardige inrichtingen op het voor het duwen geschikte vaartuig
Het voorschrift geldt voor schepen die voor 1.1.1995 zijn toegelaten om te duwen zonder eigen inrichting voor het spannen van de kabels bij N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035
16.01, lid 3, laatste zin
Eisen met betrekking tot aandrijvingen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035
HOOFDSTUK 17
Artikel
Inhoud
Termijn en voorwaarden
17.02, lid 3
Aanvullende bepalingen
Dezelfde overgangsbepalingen als van kracht voor de in dit lid genoemde artikelen
17.03, lid 1
Algemene alarminstallatie
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek
17.03, lid 4
Maximaal toelaatbare last van heftoestellen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek
17.04, lid 2 en lid 3
Resterende veiligheidsafstand bij openingen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek
17.05, lid 2 en lid 3
Resterend vrijboord
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek
17.06, 17.07, 17.08
Hellingproef en aantonen van de stabiliteit
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek
17.09
Inzinkingsmerken en diepgangsschalen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek
HOOFDSTUK 20
Artikel
Inhoud
Termijn en voorwaarden
20.01
Artt. 7.01, lid twee, 8.05, lid 13, en 8.08
Voor zeeschepen die niet zijn bestemd voor het vervoer van goederen in de zin van het ADNR en waarvan de kiel is gelegd vóór 1.10.1987: N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015.
20.01
Artikel 8.07, lid 2
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010
HOOFDSTUK 21
Artikel
Inhoud
Termijn en voorwaarden
21.01 t/m 21.03
Deze voorschriften gelden voor pleziervaartuigen die zijn gebouwd vóór 1.1.1995 pas bij N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035